Spiraal

Twee gekromde halmpjes roggestro stonden zich loom te koesteren in de hete zomerzon. 'He, ik zou me met dit mooie weer best eens lekker willen uitrekken', verzuchtte de een. 'Dat kun je wel vergeten', zei de ander, 'want dat is ons strohalmpjes niet gegeven. Wij planten moeten ons voegen naar de vochtigheid van de lucht.' Vandaag gaan we laten zien waarom sommige plantebladeren zich bij droogte oprollen. We hebben nodig: twee vel gelinieerd schrijfpapier en wat stijfsel (verkrijgbaar bij de drogist; even met water aanlengen tot een papje). Knip uit het ene vel schuin een strook van een centimeter of vier; zorg dat de lijntjes op het papier een hoek van 45 graden maken met de lengterichting van de strook. Knip uit het tweede vel ook zo'n schuine strook, maar nu met de lijntjes 45 graden de andere kant op. Maak de stroken nat en plak ze met stijfsel op elkaar zodat de lijnen onder een hoek van 90 graden ten opzichte van elkaar staan. Laat het plakwerkje in de zon drogen.

Na enige tijd zie je dat de dubbele strook zich schroefvormig gaat oprollen. Papier krimpt meer in de ene richting dan in de andere. Als je dus twee laagjes haaks op elkaar plakt, willen ze ook haaks op elkaar krimpen. Omdat ze aan elkaar vastzitten trekken ze elkaar mee en het resultaat is een (begin van een) spiraal. Veel planten maken van deze truc gebruik om te reageren op de vochtigheid in de lucht. De hulzen van de peulvruchten van bepaalde vlinderbloemigen zijn precies op dezelfde manier opgebouwd: uit twee laagjes die een rechte hoek met elkaar maken en elk onder een hoek van 45 graden staan ten opzichte van de lengteas van de peul. Als het droog weer is, gaan de hulzen samentrekken en springt de peul open, zodat de zaden op de grond vallen. De hulzen krimpen vervolgens helemaal verder in elkaar tot een spiraal.

Een andere plant, de reigersbek, heeft aan zijn rijpe vruchtjes een soort lange 'snavel' zitten (vandaar de naam). Deze is opgebouwd uit vier afzonderlijke laagjes waarvan de vezels niet evenwijdig lopen. Bij droogte is de 'snavel' als een schroef opgerold, maar bij vochtig weer boort hij zich in de bodem.

De reigersbek werd vroeger wel gebruikt als vochtigheidsmeter. Je hoeft de snavel alleen maar aan een kant vast te prikken op een stukje karton met schaalverdeling. Hoe korter hij zich oprolt, hoe droger het is. Een beroemde Engelse chemicus, Robert Boyle, deed al in 1666 een lange serie metingen van de luchtvochtigheid met behulp van een verwant plantje, de muskusreigersbek.