Solo-optreden minister Andriessen tegen regel

DEN HAAG, 15 aug. Ministeriele vakanties die het kabinet reduceren tot een dienstdoende bewindsman zijn in strijd met een kabinetsbesluit van 1967, dat tijdens de zomervakantieperiode een aanwezigheid van ten minste drie ministers voorschrijft. Dat besluit is nog steeds van kracht, maar is volgens waarnemers in Den Haag intussen in onbruik geraakt. In de eerste dagen van de crisis in de Golf, begin augustus, was de minister van economische zaken, dr. J. E. Andriessen, de enige dienstdoende minister en uit dien hoofde verantwoordelijk voor de verklaringen over het standpunt van de Nederlandse regering over de Iraakse bezetting van Koeweit.

Het 'vakantierooster-besluit' is destijds door minister-president P. S. J. de Jong getekend na een omstreden kabinetsbeslissing om de Chinese zaakgelastigde in Den Haag het land uit te wijzen op grond van diens tegenwerking bij het gerechtelijk vooronderzoek naar de dood van een Chinese ingenieur die aan een internationaal congres in Delft had deelgenomen. De beslissing tot uitwijzing, die naar later bleek op een misverstand berustte, werd genomen in een periode waarin alle Nederlandse ministers op een na met vakantie in het buitenland waren. De voor die beslissing verantwoordelijke minister, dr. I. A. Diepenhorst beheerde gedurende enkele weken in de zomer van 1966 de portefeuilles van al zijn collega's.

Diepenhorst werd geconfronteerd met de diplomatieke complicaties van het justitieel onderzoek naar de dood van de Chinees wiens lijk in de Chinese kanselarij verborgen werd gehouden nadat het wederrechtelijk uit het Haagse Rode Kruisziekenhuis was ontvoerd. Volgens een officiele Chinese verklaring zou de ingenieur op zijn tijdelijk verblijfsadres uit het raam zijn gesprongen nadat Amerikaanse agenten hem hadden benaderd om over te lopen naar het Westen. De Haagse politie had echter aanwijzingen dat de man in eigen kring was mishandeld, maar kon zich daarvan niet vergewissen omdat de Chinezen de Nederlandse autoriteiten van hun terrein weerden en alle communicatie verbraken. De Nederlandse regering vond in het incident aanleiding de Chinese zaakgelastigde tot persona non grata te verklaren. De regering in Peking nam enkele dagen later dezelfde maatregel tegen de Nederlandse zaakgelastigde in Peking.

Na de terugkeer van de minister van buitenlandse zaken Luns, die op het moment van de uitwijzing van de Chinese zaakgelastigde op een internationale conferentie in Togo verbleef, bleek op grond van welk misverstand minister Diepenhorst de zaakgelastigde had verzocht binnen 24 uur het land te verlaten: hij had een advies van de telefonisch geraadpleegde Luns verkeerd verstaan. Luns had geadviseerd: 'Je moet hem nooit laten gaan'.

Maar de telefoonverbinding met Togo was zo slecht geweest dat Diepenhorst had verstaan: 'Je moet hem maar laten gaan'.