SCHIMMENSPEL ROND KOLENVERGASSERS

Texaco in de gordijnen na onverwacht besluit van Economische Zaken Al tien jaar wordt er in Nederland gepraat over kolenvergassing voor elektriciteitsopwekking. Vorig jaar is eindelijk besloten tot een bescheiden proefproject in het Limburgse Buggenum. Een tweede kolenvergasser - voorzien op de Maasvlakte - komt er niet, over de wazige besluitvorming van Economische Zaken en de boosheid van Texaco.

Vandaag was minister Andriessen (economische zaken) ten lange leste, nadat er enige politiek druk op hem was uitgeoefend, bereid een gesprek met de oliemaatschappij Texaco te voeren. Onderwerp: het besluit om de elektriciteitscentrale op de Rotterdamse Maasvlakte uit te breiden met een eenheid die poederkool gaat verbranden en niet vergassen. En waarom de minister, zo onverwacht, de opvatting van de Samenwerkende Elektriciteitsproducenten (SEP), de opdrachtgever voor de bouw, overnam dat kolenvergassing nog niet commercieel kan worden toegepast. En of Texaco de procedure die de maatschappij tegen het besluit van de minister is begonnen, zal doorzetten of niet.

Waar het gesprek zeker niet over zal gaan is de vraag waarom, alweer zo onverwacht, in april 1989 opeens het Shell-proces voor de demonstratie kolenvergasser bij Buggenum werd gekozen, terwijl al die jaren daarvoor steeds Texaco de grootste kanshebber had geleken. Daarover is zelfs Texaco inmiddels uitgepraat.

Kolenvergassing is een aantrekkelijke techniek voor de produktie van elektriciteit. Een techniek die een aanmerkelijk lagere belasting van het milieu veroorzaakt dan de klassieke kolencentrales. Het stoken van kolen past prima in het 'diversificatiebeleid' van de overheid: minder afhankelijkheid van olie. Kolen als brandstof voor elektriciteitscentrales zijn algemeen geaccepteerd door de redelijke prijs en de ruime beschikbaarheid over de hele wereld. Nederland studeert al tien jaar op de diverse vergassingstechnieken. De toepassing voor een grote centrale werd al jaren verwacht.

Niettemin schreef Andriessen op 6 juni van dit jaar aan de Tweede Kamer dat er voorlopig nog geen sprake kan zijn van een 'risicoloze' toepassing van kolenvergassing. Daarom koos de minister maar voor een gewone poederkooleenheid op de Maasvlakte.

Aanbod

Texaco in de gordijnen. Woedend, omdat de maatschappij een lange ervaring heeft met kolenvergassing en in 'talloze' gesprekken met de SEP had laten blijken dat het concern een commerciele eenheid kan bouwen. In reactie op de brief van Andriessen deed Texaco de SEP op 18 juni, vlak voor een debat in de Kamercommissie voor economische zaken over de nieuwe koleneenheid, schriftelijk het aanbod om binnen de gestelde termijn (1996) en binnen het geplande budget (1,5 a 2 miljard gulden) een vergassingseenheid met een capaciteit van 600 megawatt op de Maasvlakte te bouwen en daar ook de financiering voor te regelen. Met garanties voor de goede werking van de centrale. Texaco benadrukte dat het verschil tussen kolenvergassing en poederkool stoken voor de verzurende emissies veel meer uitmaakt dan minister Andriessen het in zijn brief aan de Kamer deed voorkomen. De kosten per kilowatt-uur elektriciteit zijn volgens Texaco tien procent lager.

Wie zich probeert te verdiepen in het geschil, stuit op een gordijn van geheimhouding. Alle instanties die precies op de hoogte zijn van de besluitvorming over uitbreiding van het vermogen voor elektriciteitsopwekking (KEMA en SEP in Arnhem en het ministerie van economische zaken) weigeren elk commentaar zolang de affaire door de procedure die Texaco aanspande 'onder de rechter is', maar ook al voor het zover was, wilden zij er nauwelijk iets over zeggen.

Ir. N. Ketting, directeur van de SEP, maakte Texaco wel duidelijk dat hij het aanbod van de maatschappij een 'faux pas' vond waarvan hij een vieze smaak in de mond overhield. 'Dit verstoort voor altijd de relatie tussen ons', aldus Ketting. Ook de directeur-generaal voor energie van het ministerie van economische zaken, mr. C. Dessens, vond de brief 'onverstandig' omdat Texaco zich vastlegde op verplichtingen die de maatschappij niet zou kunnen waarmaken.

In beroep

Enkele weken geleden ging Texaco in beroep tegen de beslissing van de minister over de 'Maasvlakte' bij het College van beroep voor het bedrijfsleven en bij de afdeling rechtspraak van de Raad van State. 'Dat doen wij om onze rechten niet te verspelen. Onze commerciele belangen zijn door de opvatting die de minister aan de Kamer kenbaar maakte, geschaad. Waar we nu op uit zijn is een 'fair audience', we willen in elk geval worden gehoord. Die kans hebben we niet gehad bij de besluitvorming over de Maasvlakte. Onze vergassingstechniek is wel degelijk goed en betrouwbaar', zegt Edward O. Gerstbrain van Texaco. Hij is directeur ontwikkeling vergassing Europa van de oliemaatschappij.

Het lijkt op een harde commerciele lobby van Texaco om in Nederland voet aan de grond te krijgen met het kolenvergassingssysteem dat de maatschappij al vijftien jaar geleden ontwikkelde en in de Verenigde Staten (de 'Cool Water plant' in Californie) heeft beproefd. Op de achtergrond speelt dat Texaco tot enkele jaren geleden met twee andere maatschappijen (Shell en British Gas/Lurgi) in de race was voor het proefproject kolenvergassing-elektriciteitsopwekking, een eenheid van 250 megawatt, dat nu door SEP-dochter Demkolec volgens het Shell-procede in Buggenum bij Roermond wordt gebouwd.

Gerstbrain zegt dat Texaco dat verlies heeft geaccepteerd en dat de juridische strijd die de maatschappij nu voert, daar niets mee van doen heeft. Texaco hoop te bereiken dat minister Andriessen inziet dat hij de vrije competitie in dit geval onvoldoende kansen heeft geboden en dat het aanbod van de maatschappij alsnog serieus wordt genomen. Dat zou kunnen door een nader vergelijkend onderzoek naar de stand van zaken met de kolenvergassingssystemen. Of het zover komt is sterk de vraag, want de minister liet onlangs in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer weten de ontwikkeling van meer processen dan het Shell-project in Buggenum op dit moment niet wenselijk te vinden.

Weinig kennis

Andriessen heeft zich, blijkens een briefwisseling met de SEP, bij zijn omstreden rapportage aan de Kamer sterk door opvattingen van deze instantie laten leiden. Hij kon ook moeilijk anders, want zijn departement beschikt over weinig specialistische kennis over kolenvergassing, zeggen ingewijden.

Op politiek niveau is de beslissing voor de bouw van een koleneenheid op de Maasvlakte eind juni genomen, zij het met een zeer krappe parlementaire meerderheid want alleen de Tweede Kamerfracties van CDA en VVD waren het met minister Andriessen en de SEP eens. De overige fracties hadden sterke twijfels of staan afwijzend tegenover het besluit omdat een kolencentrale, al is deze nog zo modern, veel meer schadelijke stoffen de lucht in gooit dan een vergassingseenheid. (Overigens zou een aardgasgestookte centrale het milieu nog meer ontzien.)Dit argument kan binnenkort nog een belangrijke rol gaan spelen bij de vergunningsprocedure. Daarvoor is een zogenoemde Startprocedure voor de vereiste Milieu-effectenrapportage in gang gezet. De gemeente Rotterdam, de Dienst Centraal Milieubeheer Rijnmond en de provincie Zuid-Holland - gewichtige instanties waar het gaat om vergunningen - hebben grote belangstelling voor kolenvergassing.

Texaco, de maatschappij die met zijn vergassingstechniek nog steeds toonaangevend in de wereld is, reageert zeer teleurgesteld. Al in het begin van de jaren tachtig hoopte men op plaatsing van een extra 45 megawatt-vergassingseenheid voor elektriciteitsopwekking in Rotterdam. De kansen daarvoor leken gunstiger dan een olievergassingsprocede van Shell waarmee Texaco toen moest concurreren, maar uiteindelijk ging dit project van het Gemeentelijk Energiebedrijf niet door.

In 1988 viel het principebesluit voor de bouw van een 250 megawatt demonstratie vergassingsproject, te bouwen in Buggenum, als uitbreiding van de bestaande kolencentrale. Toen wees nog niets erop dat het procede van Shell daarvoor zou worden gekozen. Integendeel, KEMA was in 1987 al bezig met de 'projectspecificatie', op basis van Texaco-technologie. Uit de stationering van een speciale KEMA-technicus bij Ruhrchemie in Oberhausen, die het Texaco-proces gebruikte voor de bereiding van synthesegas, bleek dat KEMA grote belangstelling had voor de Texaco-techniek.

Ook in het rapport van de Nederlandse Energie Ontwikkelings Maatschappij (NEOM, thans NOVEM) van eind 1987 werd Texaco voor het demonstratieproject aangeprezen. De relevantie van het procede voor Nederland was volgens het rapport 'zeer groot' terwijl dat van Shell slechts als 'groot' en dat van BG/Lurgi als 'matig' werd beoordeeld. Shell had tot april 1989, toen haar proces voor de bouw van het demonstratieproject werd gekozen, alleen maar ervaring met een bescheiden proeffabriek voor kolenvergassing in Deer Park bij de raffinaderij van Shell Oil in Houston (kolendoorzet 250 ton per dag) en een nog kleinere (150 ton per dag) in het Westduitse Harburg.

Onderzoeken

In 1987 gaf de SEP ingenieursbureau Comprimo in Amsterdam opdracht de merites te onderzoeken van de drie kolenvergassingssystemen, in verhouding tot de prestaties die een moderne centrale van 600 megawatt gestookt op poederkool zou kunnen leveren. Merkwaardig genoeg kreeg ingenieursbureau Fluor Daniel in Haarlem nagenoeg tegelijkertijd een vergelijkbare opdracht van het ministerie van economische zaken, omdat het ministerie naar verluidt geen inzage kreeg in de gegevens van de SEP om tot een eigen oordeel te komen.

De conclusie van beide rapporten was dat het nog te vroeg is om kolenvergassing op grote schaal (600 megawatt) te beginnen; eerst zou een demonstratieproject met 225 a 250 megawatt meer gegevens moeten aandragen. Comprimo kreeg van de SEP opdracht voor een vervolgstudie die moest aangeven welk van de drie processen gekozen moest worden voor het demonstratieproject in Buggenum. Deze studie werd niet openbaar gemaakt maar Comprimo beklemtoont dat het bureau zelf geen keuze heeft bepaald en alleen de gegevens vergeleek.

De SEP koos in april 1989 tamelijk onverwacht voor het Shell-procede en wil daarmee nu eerst ervaring opdoen. De SEP noch de minister van economische zaken wil risico's lopen met andere technieken. Texaco's aanbod werd dan ook zonder omhaal afgewezen maar de SEP sluit niet uit dat Texaco bij de beslissing over de bouw van de volgende koleneenheid, die binnen twee a drie jaar moet worden genomen, weer mag meedingen.

Het merkwaardige is dat noch de SEP, noch het ministerie van economische zaken tegen die tijd meer inzicht heeft in de bedrijfszekerheid van kolenvergassing dan nu omdat het demonstratieproject in Buggenum dan waarschijnlijk nog steeds niet in bedrijf is genomen, laat staan dat voldoende bedrijfsuren zijn gemaakt. In het jongste Elektriciteitsplan geeft de SEP inderdaad toe dat deze termijn 'zeer krap' is. De bouw van een nieuwe centrale neemt doorgaans jaren in beslag. Opnieuw zal de SEP dan moeten afgaan op de bedrijfsresultaten van de Shell-kolenvergassingseenheid in Houston, die volgens het NEOM-rapport eigenlijk een te lage 'kolendoorzet' (250 ton per dag) heeft voor een serieuze afweging. NEOM vond dat een minimale kolendoorzet van 500 ton per dag nodig was. De Cool Water plant van Texaco verwerkte per dag 900 ton en had daarmee al in 1987 14.000 bedrijfsuren bereikt. NEOM stelde 10.000 bedrijfsuren als minimum. Shell Deer Park haalde pas onlangs 11.000 uur en zat daar dus in april 1989, toen voor Buggenum het Shell-systeem werd gekozen, ruim onder.

Volgens deskundigen van NOVEM en ECN die binnen het kader van het Nationaal Onderzoekprogramma Kolen (NOK) betrokken waren bij onderzoek naar kolenvergassing, hebben niet de technische verschillen de keuze bepaald, maar diverse toezeggingen die de maatschappijen aan de SEP hebben gedaan. Daarbij ging het om garanties, licentie-overeenkomsten, betrokkenheid van de Nederlandse apparatenbouw en financiering. De maatschappijen wisten van elkaar niet op welke punten ze in de eindfase concurreerden. Juist bij een demonstratieproject zou men dit niet verwachten, zegt Texaco.

De keuze voor het Shell-procede is door de SEP niet aannemelijk gemaakt, omdat de werkelijke argumenten niet openbaar werden gemaakt. Texaco en Lurgi konden zo tot de indruk komen dat zij geen faire kans kregen. 'We hebben aan een toneelstukje meegedaan', aldus een woordvoerder van Lurgi.

AFBEELDING: Het kolenvergassingsprocede van Texaco is het verst gevorderd in de commercialisatie. Het is een zogegenoemd stofwolkvergassing: de kool wordt in fijngemalen vorm en vermengd met water ('slurry') in de vergasser gebracht en bij een druk van 30 tot 35 bar met een (ondermaat) zuurstof en stoom binnen een seconde (onvolledig) verbrand. Daarbij ontstaat een brandbaar mengsel van koolmonoxide en waterstof (synthesegas). De hitte die bij de vergassing vrijkomtwordt gebruikt voor de produktie van hoge-druk-stoom die, via een stoomturbine en een generator, elektriciteit opwekt. Het geproduceerde kolengas wordt gereinigd en verbrand over een gasturbine die ook, via een generator, elektriciteit produceert. Deze combinatie heet STEG: stoom-en-gas.

Kolenvergassing zal op den duur een wat hoger rendement hebben dan poederkool verbranden (43 tot 45 procent versus 40 procent). Dat scheelt in de produktie van CO. Omdat het kolengas wordt gereinigd voor het wordt verbrand is ook de milieubelasting door kolenvergassing gering. Ook Shell en Dow gebruiken stofwolkvergassing, Shell voegt geen water toe en komt daardoor op een tamelijk hoog rendement uit. Shell gebruikt een ander reactorvat dan Texaco en kan daardoor een breder spectrum kolen verwerken ('brede kolenband').