Rhinoceros

Een neushoorn is een heel groot dier met hele kleine oortjes, Die zijn om in te fluisteren: zijn naam en lieve woordjes; Zoals: Badak jang manis, mijn lieve dikke beest, Kom gauw maar in mijn armen, ik hou van jou het meest. Jouw oortjes lijken net de luchtkokers van een schip, En je hebt zo'n lang gezicht, je kijkt een beetje sip; Wat kan ik voor je doen om je wat vrolijker te maken? Kom wees nu maar niet treurig, ik blijf hier bij je waken.

Kijk hier zijn lekkere takken en een heleboel lekkere bladeren, Nu zie ik in je ogen al een heel klein lachje naderen.

Jouw huid die is zo lekker dik, jou deerde nooit een mug.

Soms zit terwijl je het niet weet een vogel op je rug. Van alle vogels die ik ken is deze de brutaalste.

Dag Badak, ja jij bent de liefste van de allemaalste.

Camera obscura