Natura Artis Magistra

Vroeger kon Leeuw vliegen. Hij had twee enorme vleugels en geen levend wezen ontsnapte aan zijn scherpe klauwen en tanden. Er zat geen haar op zijn vleugels, ze waren vel over been, net als de vliezen van een vleermuis. Maar ze waren sterk, zo sterk dat als hij er kwaad mee wapperde het stof in wolken opdwarrelde. Het was een angstaanjagend gezicht. Geen bok liep nog veilig in het veld, mensen werden aan hun hoofd de lucht in gesleurd. In de tijd dat Leeuw nog vloog, leefde iedereen in grote vrees.

Leeuw was maar voor een ding bang: de botten van de dieren en de mensen die hij had gevangen en opgegeten, mochten nooit breken. Niemand wist waarom, niemand durfde het hem te vragen. In die botten school een groot geheim. Leeuw bewaarde alle botten in zijn hol. Twee witte kraaien bewaakten zijn schat. Zeldzame witte kraaien, ze waren al jong door Leeuw uit hun nest gehaald, vliegen hadden ze nooit geleerd. Ze waakten dag en nacht naast de botten. Dat was hun taak, de kraaien wisten niet beter.

Tot op een dag Kikker kwam aangehopt en hij zei: 'Waarom zitten jullie hier. Vlieg toch eens op, strek je vleugels.'

Kikker hopte, ving een vliegje uit de blauwe lucht en sprong hoog boven de kraaienkoppen. Hop, hop. 'Hoe hoger, hoe mooier de lucht, 'riep de kikker. De kraaien aarzelden, ze wilden graag hogerop en fladderden voorzichtig. 'Dit is de kans om te vliegen, 'zei Kikker, 'spreid je vleugels uit en spring. Geniet van je vleugels. Ik pas wel op de botten.'

De kraaien vlogen op en toen hun veren eenmaal de vrijheid van de wind voelden, vlogen ze al hoger, ver weg van het bottenhol.

Kikker hopte het hol in en brak alle botten die hij kon vinden. Toen hij alweer op weg naar zijn plas was, werd hij door de kraaien ingehaald. Ze hadden de gebroken botten ontdekt en waren doodsbang: 'O Kikker, 'riepen ze, 'waarom ben je zo slecht. Leeuw zal onze mooie witte koppen afbijten en wie kan er leven zonder kop.'

Kikker haalde zijn schouders op: 'Als Leeuw terugkomt, zeg hem dan dat ik de botten gebroken heb. Hij kan me hier vinden.'

Hop, hop, daar dook hij de plas in. 'Hij zal je hoofd eraf bijten, 'riepen de kraaien kwaad. Ze scheerden over het water en probeerden Kikker te pikken, maar ze zagen alleen nog maar kringen en nergens zijn lelijke ouwe lijf.

Ondertussen lag Leeuw in het veld op een kudde zebra's te loeren. Hij wilde juist opvliegen om het vetste mannetje te grijpen toen hij bemerkte dat hij maar met moeite zijn vleugels kon uitspreiden. Leeuw gromde, krabbelde met zijn nagels in de grond, maar in de lucht kwam hij niet. Hij wist dat er thuis iets gebeurd moest zijn en liep zo snel hij kon naar zijn hol. Daar zaten de witte kraaien, doodsbang te bibberen naast zijn botten. 'Wat hebben jullie hier uitgespookt, 'brulde hij, 'Jullie hebben mij mijn vliegkracht ontnomen.'

'De kikker is in je hol geweest, 'piepten de kraaien. 'Ik zal jullie stomme witte koppen eraf bijten, 'zei Leeuw.

Sinds de kraaien konden vliegen, waren ze ook minder bang, ze vlogen op en Leeuw hapte lucht. Daar stond hij, aan de grond genageld, z'n onbruikbare vleugels slap langs zijn schouders en om hem heen een witte berg gebroken botten. 'We zullen iedereen het goede nieuws vertellen, 'zeiden de kraaien, 'mensen en dieren kunnen voortaan zonder vrees leven.'

Leeuw sprong omhoog en viel op zijn snuit, hij zwaaide met zijn poten maar nog geen stofje dwarrelde op. 'Ik zal het die bottenbreker betaald zetten, 'zei Leeuw. Hij rende naar de plas en zag daar Kikker op een blad zitten. Hij kroop naderbij, maar maakte zoveel lawaai dat Kikker, hop, hop, hem telkens te snel af was. Ten einde raad probeerde hij de botten te lijmen, ook dat lukte hem niet.

Sinds die dag kan Leeuw niet meer vliegen en is hij gedoemd op zijn ijzeren klauwen te lopen. Sinds die dag leerde hij stil zijn prooi te besluipen en hoewel hij nog steeds van alles vangt en vreet is hij niet zo gevaarlijk meer als hij toen hij vloog.

En de witte kraaien kunnen niet meer praten. Ze zeggen alleen nog maar 'krauw, krauw'. Maar de ouwe Kikker hopt, hopt nog steeds op oever en blad. Hij kwaakt van de lach als hij Leeuw hoort brullen.