Korte intensieve training geheim van Leroy Burrell

ZURICH, 15 aug. Een sprinter bezig met een inhaalrace. Leroy Burrell had al even beroemd kunnen zijn als zijn clubgenoot en vriend Carl Lewis, maar een hinderlijke knieblessure vertraagde zijn internationale doorbraak met meer dan een jaar. Nu lijkt hij op punt te staan 's werelds snelste man op de 100 meter te worden. Dan is hij eindelijk op het niveau dat hij volgens trainer Tom Tellez al veel eerder had kunnen bereiken.

Het regent in Zurich en de temperatuur is flink gedaald. Maar Burrell oogt nog altijd even ontspannen als de laatste weken. Alsof hij niet heeft aangekondigd dat het vanavond rond de klok van negen uur in het Letzigrundstadion 'erop of eronder' is als hij met een machtige krachtsexplosie het wereldrecord van Lewis (9.92) wil vernietigen. 'Voor zo'n aanval moet alles meezitten. De factor geluk speelt een enorme rol. Hoe is het weer, de wind? Het enige waar ik me geen zorgen over hoef te maken is mijn vorm. Ik win de laatste tijd met speels gemak', aldus Burrell.

Maar ook zonder wereldrecord heeft Leroy Burrell inmiddels zijn reputatie gevestigd. Dat hij tijdens de Goodwill Games Carl Lewis in een rechtstreekse confrontatie de baas bleef was vooral van mentaal belang, ook al wist Burrell beter dan menig ander dat de wereldrecordhouder zich dit jaar met te veel nevenzaken heeft beziggehouden. Van meer gewicht was dat hij met de tweemaal 9,96 van dit seizoen zijn 9,94 van vorig jaar tijdens de Amerikaanse kampioenschappen bevestigde. Ben Johnson, de inmiddels gepardoneerde banneling, kan bij zijn terugkeer op meer dan een tegenstander rekenen.

Burrell maakt zich over dat gevecht nog absoluut geen zorgen. 'Ik weet niet hoe hij er voor staat. Pas als ik tegen 'm heb gelopen kan ik er iets zinnigs over zeggen'.

En Joe Douglas, de drie turven hoge manager van de Amerikaanse sprintelite, neemt een voorschotje op de psychologische oorlog die ongetwijfeld aan de eerste ontmoeting vooraf zal gaan, door op te merken: 'We weten alleen wat de chemist man Johnson kan...'

Verspringen

De 23-jarige Burrell, niet gewend aan het verbale geweld, lacht schuchter. Hij mag dan volgens zijn begeleiders erg veel overeenkomsten vertonen met Carl Lewis, in de omgang heeft hij nog niet de nare trekjes die aan het vedettedom vastgeklonken lijken te zitten. Misschien komt het wel omdat hij in een rustiger tempo aan de top is gekomen. Vijftien jaar oud was Leroy Russell Burrell toen hij met atletiek begon. In zijn geboorteplaats Philadelphia (21 februari 1967) speelde hij voor die tijd baseball en football. Hij was razendsnel en menigeen meende dat er een grote carriere voor hem in het verschiet lag. Dat klopte, maar niet met een in die teamsporten. Een lichte handicap (hij ziet maar vijftig procent met zijn linkeroog) dreef hem in de richting van de atletiek, waarbij het verspringen zijn grote voorliefde was. 'En eigenlijk nog steeds', vertelt hij aan de vooravond van zijn recordaanval in Zurich. 'Ik heb het nu al een hele tijd niet meer gedaan, maar ik heb het gevoel dat ik als atleet niet compleet ben. Daarom wil ik volgend seizoen weer gaan springen. De risico's neem ik op de koop toe.' Welke gevaren aan die discipline verbonden zijn weet hij maar al te goed. Bij een sprong in 1986 raakte hij ernstig geblesseerd aan zijn knie, waaraan hij zich moest laten opereren. Als gevolg daarvan stond hij in 1987 op non-actief, waardoor ook de Olympische Spelen aan hem voorbij gingen. Bovendien kon hij in die periode volgens coach Tom Tellez van de prominente Santa Monica Track en Field Club geen keuze maken. 'Hij deed te veel: 100 en 200 meter, estafette en verspringen. Bovendien studeerde hij nog. Daardoor was zijn optreden heel wisselvallig.' Inmiddels loopt Burrell helemaal in de pas van Tellez, wiens club een elitekorps is in de atletiekwereld. 'De club heeft zo'n uitstraling dat je prestaties er als nieuwkomer bijna automatisch verbeteren', zegt Burrell. Het geheim van de succesformule is volgens hem de korte maar intensieve trainingen. 'Drie kwartier tot maximaal anderhalf uur per dag. En voortdurend blijven geloven dat je harder, technisch beter kunt lopen.' Lewis, Burrell, Joe DeLoach, Floyd Heard en Mark Whiterspoon stimuleren elkaar daarbij. 'We trainen samen, we hebben dezelfde opvattingen en daardoor werken we er allemaal samen aan een continue prestatieverhoging.'

Wat Lewis en Burrell voor hebben op de anderen is vooral hun wedstrijdmentaliteiit. Volgens Tellez stijgen ze in een wedstrijd boven zichzelf uit. Verder slaan ze de aanwijzingen van hun trainer zorgvuldig op en hebben ze het vermogen om in die kleine tien seconden door optimale concentratie al die informatie te benutten.