Johnson, 'katalysator van de anarchie' in Liberia

ROTTERDAM, 15 aug. De Liberiaanse rebellenleider Prince Johnson heeft zich gisteren aan de internationale pers getoond om geruchten tegen te spreken dat hij bij felle gevechten om het leven was gekomen. Leden van het rivaliserende rebellenleger van Charles Taylor beweerden dat ze Johnson hadden gedood. Taylors troepen zouden maandagnacht Johnson op een eiland nabij Monrovia in een hinderlaag hebben gelokt en hem in een felle schietpartij hebben vermoord.

Johnson verscheen als laatste partij op het strijdtoneel in de Liberiaanse burgeroorlog. Toen de strijd tussen het regeringsleger van president Samuel Doe en de rebellen van Taylor een maand oud was, scheidde Johnson met een groep aanhangers zich af van het Nationaal Patriottisch Front van Liberia (NPFL) van Taylor. Enkele weken geleden trad Johnson voor het eerst duidelijk op de voorgrond. Zijn leger bezette eerder dan dat van zijn rivaal Taylor het centrum van Monrovia. Sindsdien woedt de oorlog niet meer tussen twee, maar drie partijen: de rebellenleiders Johnson en Taylor en de troepen van president Doe. De verschijning van Prince Johnson in de strijd tegen president Doe schiep verwarring, zowel onder de buitenlandse waarnemers, als onder de Liberianen zelf. Prince Johnson is voor velen een mysterie, een 'nieuwe katalysator van de anarchie en nationale zelfmoord', zoals het vaktijdschrift West-Afrika hem omschrijft.

Prince Yormie Johnson werd in 1959 geboren in het Nimba-district in Liberia en behoort tot de Gio-stam. Als een van de weinige rebellen van het NPFL ontving hij een gedegen militaire opleiding. In 1971 trad hij toe tot het Liberiaanse leger, drie jaar later werd hij benoemd tot luitenant. Hij kreeg een opleiding in tactieken van de militaire politie bij Fort Jackson in de Amerikaanse staat South-Carolina. In 1977 werd Johnson ontslagen uit het leger nadat hij gewond raakte bij een auto-ongeluk.

Toen Doe in 1980 aan de macht kwam, benoemde hij Johnson tot bevelhebber van de militaire politie. Hij kreeg een opleiding in guerrilla-oorlogvoering en terreintactieken. Johnson werd door Doe ontslagen omdat hij willekeurig mensen zou hebben geexecuteerd. Toen Charles Taylor eind vorig jaar zijn guerrillastrijd tegen Doe begon, sloot Johnson zich aanvankelijk bij hem aan. Wat de beweegredenen van Johnson waren met Taylor te breken is onbekend. Johnson heeft Taylor ervan beschuldigd een socialist te zijn die met steun van Libie een nieuwe dictatuur wil vestigen. De dissidente rebellenleider zelf beweerde een burgerregering te willen installeren die binnen korte tijd vrije verkiezingen zal uitschrijven. 'Ik wil geen macht, ik wil eerlijke verkiezingen. Taylor zal de verkiezingen manipuleren', zo maakte Johnson in een eerste officiele verklaring bekend. Doe's staatsgreep in 1980 maakte een eind aan de privileges van de zogenoemde Americo-Liberianen, de afstammelingen van voormalige Amerikaanse slaven die Liberia in 1824 stichtten en die tot de staatsgreep van Doe de macht in handen hadden. Doe heeft Taylor, zoon van een Liberiaanse moeder en een Amerikaanse vader, al diverse malen ervan beschuldigd een Americo-Liberiaan te zijn die terug wil naar de oude bevoorrechte situatie. Direct na de staatsgreep van Doe werd Taylor opgenomen in de regering en benoemd tot eerste directeur-generaal van een overheidsinstelling. In 1984 werd hij ervan beschuldigd een miljoen dollar aan overheidsgelden te hebben verduisterd. Taylor vluchtte daarop naar de VS waar hij werd gearresteerd. Hij bleef de beschuldigingen tegenspreken en beweerde sommige transacties te hebben uitgevoerd in opdracht van de president. In 1985 ontvluchtte Taylor de gevangenis en de Verenigde Staten waarna hij plannen smeedde om Doe ten val te brengen. Vijf Westafrikaanse landen die vorige week een vredesmacht vormden om een einde te maken aan de Liberiaanse burgeroorlog hebben nog steeds geen datum vastgesteld voor een interventie. Johnson heeft gezegd dat hij een voorstander is van een internationaal ingrijpen in de bloedige machtsstrijd tussen de rebellen en de regering. Taylor is een fel tegenstander van interventie. De voorwaarde voor een staakt-het-vuren is voor Taylor het aftreden van president Doe. Taylor heeft er echter aan toegevoegd dat hij iedere soldaat van Johnson die hem tegenhoudt zal doden.