Indonesische oppositie pleit voor democratie en opstappen Soeharto

JAKARTA, 15 aug. Terwijl Indonesie zich opmaakt om op 17 augustus de 45ste verjaardag van de republiek te vieren, heeft een aantal vooraanstaande Indonesiers zijn ongenoegen uitgesproken over het democratische gehalte van de Nieuwe Orde en president Soeharto gevraagd na afloop van zijn lopende ambtsperiode terug te treden.

Gisteren verzonden zij een tweetal open brieven, waarvan er een is gericht aan de leden van het Indonesische parlement. De ondertekenaars behoren in meerderheid tot de groep Petisi 50, die bestaat uit voormalige bewindslieden en gepensioneerde legerofficieren. Dit vijftigtal heeft sinds 1980 een reeks verzoekschriften gericht aan de volksvertegenwoordiging. Ook deze keer dringen zij aan op eerbiediging van de democratische beginselen die zijn vastgelegd in de grondwet van 1945. De eerste brief is ondertekend door een drietal ex-ministers uit de Soekarno-periode: Mohamad Sanusi Hardjadinata (76), Mohamad Natsir (82) en Abdul Haris Nasution (71). Zij vertegenwoordigen een tamelijk breed politiek spectrum. Hardjadinata is ex-voorzitter van Soekarno's nationalistische PNI en was in de jaren zestig minister van industrie en ontwikkeling. Natsir is een leidende persoonlijkheid uit islamitische kring. In de jaren vijftig was hij voorzitter van de Masyumi, een moslim-partij die al onder Soekarno werd verboden. Nasution is een voormalige chef-staf van de Indonesische strijdkrachten en was van 1959 tot 1966 minister van defensie. 'Aan alle medestrijders', luidt de aanhef van hun schrijven, dat aldus begint: 'Wij zijn dankbaar voor Indonesies onafhankelijkheid, maar we maken ons ook zorgen over de groeiende kloof tussen arm en rijk.'

De briefschrijvers geven voorbeelden van die kloof: onregelmatigheden bij de heffing van belastingen, arrogantie van gezagsdragers, de opkomst van oncontroleerbare economische machtsconcentraties en de machteloosheid van de volksvertegenwoordiging. Het politieke systeem van Indonesie zou gezond moeten worden gemaakt door terug te gaan naar de beginselen die zijn vervat in de grondwet van 1945. De Nieuwe Orde, het politieke stelsel dat Soeharto en de zijnen in het leven riepen nadat zij in 1965 rigoureus een einde hadden gemaakt aan de machtspositie van de communistische partij PKI, is gebaseerd op diezelfde grondwet. De 'correctie', die toenmalig waarnemend-president Soeharto in 1967 aankondigde en die de briefschrijvers destijds toejuichten, heeft volgens hen geleid tot centralisering van de macht in een hand, die van het staatshoofd, wat zij in strijd achten met de grondwet. De brief herinnert aan een parlementair decreet uit 1966, waarin staat dat de volksvertegenwoordiging dient te worden samengesteld op basis van 'rechtstreekse, vrije en geheime verkiezingen'.

De samenstelling van de Indonesische Kamer van Afgevaardigden (DPR) wordt slechts voor 40 procent bepaald door rechtstreekse verkiezingen; 33 procent wordt geselecteerd door de president en de rest wordt benoemd, aldus de drie ex-bewindslieden. De tweede brief, die is ondertekend door dezelfde personen die eerder hun naam verbonden aan verzoekschriften van Petisi 50, is gericht aan het parlement. De 58 ondertekenaars, onder wie luitenant-generaal b.d. Ali Sadikin, ex-gouverneur van Jakarta, en generaal b.d. Hoegeng, voormalig hoofd van de Indonesische politie, betuigen hun instemming met het standpunt van de drie ex-ministers. Zij voegen eraan toe dat de gesuggereerde wetswijzigingen moeten worden doorgevoerd voor de parlementsverkiezingen van 1992. Zij besluiten hun brief met een politiek gevoelige aanbeveling. President Soeharto, schrijven zij, heeft vijf ambtstermijnen van elk vijf jaar de tijd gehad om de noodzakelijke democratisering door te voeren. Zij vinden dat lang genoeg. Voor zijn opvolgers zou een beperking moeten gelden van ten hoogste twee ambtstermijnen. De afdeling Voorlichting van de DPR liet vanmiddag weten dat men geen brief had ontvangen.