In de eens zo onberispelijke straten van Koeweit

Victor Mallet, correspondent in het Midden-Oosten van het Britse dagblad Financial Times, slaagde er maandag in Koeweit te ontvluchten waar hij sinds de Iraakse inval op 2 augustus heeft vastgezeten. Mallet, een van de weinige buitenlandse verslaggevers in de bezette oliestaat, stuurde gisteren uit de Saoedische hoofdstad Riad een dagboek naar zijn krant. Ooggetuigeverslag uit een vertrapt, maar niet verslagen land.

DONDERDAG 2 aug.

Mensen zijn nog op weg naar hun werk in de stad als Iraakse troepen de grens overschrijden en de hoofdstad innemen. Ik ben een van de duizenden burgers die wordt opgepakt en korte tijd wordt vastgehouden door Iraakse soldaten. Aanvankelijk lijkt het erop dat Koeweitse troepen alleen in het centrum van de stad hebben teruggevochten, vooral bij het paleis van de afgezette familie Al-Sabah, maar de uitgebrande tanks en pantservoertuigen die ik later zie in de westelijke wijk Jahra maken duidelijk dat er ook in buitenwijken is gevochten. Later op de dag meldt de radio via een ongebruikelijke golflengte dat een voorlopige regering sjeik Jaber, de emir, heeft afgezet. Niemand gelooft erin.

VRIJDAG 3 aug.

Radio Bagdad kondigt aan dat de nieuwe regering alle rijkdommen van de 'corrupte' Al-Sabahs in beslag heeft genomen, maar er is nog steeds geen aanwijzing wie de nieuwe leiders zijn. Verzet in de kazernes lijkt tegen de avond gebroken. Het aantal doden en gewonden wordt op ongeveer achthonderd geschat. Alleen brood en melk zijn in beperkte mate verkrijgbaar. Er staan rijen voor de benzinestations. De Koeweiti's zijn nog steed perplex over de invalvan Irak. Internationale telecommunicatie is 's avonds onmogelijk, hoewel telexlijnen tot zaterdag redelijk blijven functioneren. Lokale telefoonlijnen hebben tot nu toe steeds gewerkt, hoewel telefoonnummers die beginnen met 24 inclusief een aantal ministeries en de Britse en Amerikaanse ambassade zijn afgesloten.

ZATERDAG 4 aug.

Het wordt steeds duidelijker dat de door Irak geinstalleerde regering een fiasco is. De Koeweiti's spotten dat hun veronderstelde leiders hun gezicht nog niet hebben laten zien en dat de omroepers van het nieuwe, door Irak gecontroleerde televisiestation met een Iraaks accent spreken en dat ze niet weten hoe ze de ghutra, het traditionele hoofddeksel in Koeweit, moeten dragen. De eerste berichten overplunderingen die later worden bevestigd duiken op in Koeweit. Burgers beginnen verzetsacties in de wijk Keifan. Intussen hebben de Irakezen de deuren van de gevangenissen opengezet, waarbij ze klaarblijkelijk een groep Koeweitse shi'ietische moslims meenemen die zijn veroordeeld wegens aanslagen op Westerse ambassades. Voor de eerste keer is er een ooggetuige die gezien heeft dat Westerlingen in bussen door de Irakezen zijn weggebracht. Opgewonden winkelende mensen gaan door met het leegmaken van de schappen in het Sultan Centre. Ingeblikt voedsel met uitzondering van kwarteleieren raakt op, maar kersen uit de Verenigde Staten en kool uit Nederland is nog steeds te krijgen. Ik ben verbaasd als de kassier mijn kredietkaart accepteert en kaartjes geeft voor de loterij. De hoofdprijs, een auto, wordt later gestolen. 's Middags cirkelt eenhelikopter om het Holiday Inn Hotel. Zelfs nadat de gevechten waren begonnen, bleven de telexmachines van het hotel vrolijk en automatisch op wanhopige verzoeken antwoorden: 'Welkom in een nieuw tijdperk van elegance'.

ZONDAG 5 aug.

Het verzet gaat door. We moeten onze auto aan de kant van de weg zetten en wegduiken om dekking te zoeken als van verschillende kanten over de weg wordt geschoten met machinegeweren. Liggend in het zand kunnen we zien hoe verzetsgroepen een konvooi van het Iraakse leger onder vuur proberen te nemen. Vlak achter de plek van de schietpartij komt een Iraakse soldaat naar ons toe en vraagt om whisky. In delen van de stad demonstreren 150 vrouwen tegen de bezetting. De Koeweiti's zien hoe Iraakse burgers hun land binnentrekken als gevolg van een mededeling uit Bagdad dat 100.000 vrijwilligers uit het zuiden van Irak zich hebben aangemeld voor een volksleger. Anti-Iraakse graffiti is nu overal te zien. De vlag van Koeweit en portretten van de sjeiks Jaber en Saad zijn overal op de straten geplakt en aan bruggen gehangen. Een lid van een verzetsgroep belt me op vanuit Rumathija en zegt: 'Het gaat nog steeds door. Een neef van mij is gewond. We hebben bericht ontvangen van de emir waarin hij zegt te zullen terugkomen met tanks en helikopters om ons te helpen. Ik moet nu neerleggen. Buiten wordt geschoten.'

DINSDAG 7 aug.

Er blijven vluchtelingen koers zetten naar de grens met Saoedi-Arabie. Wij zien een wasmachine liggen die van een voertuig is gevallen, op de middelste rijbaan van de autoweg naar al-Salmy in het westen. We moeten terug door een wegblokkade van de Irakezen. Er zijn berichten over meer plunderingen in het centrum van destad en er wordt gezegd dat er in enkele wijken distributiekaarten worden uitgegeven. De dagen worden rustiger, maar verzetsstrijders blijven op Irakezen schieten. De soldaten bij de wegversperringen zijn vriendelijk. Er is ten minste een gemelde verkrachting door diplomaten bevestigd. Er verschijnt een pamflet van het verzet waarin Saddam 'de Hitler van de Golf' wordt genoemd. WOENSDAG 8 aug. Leden van het verzet zijn begonnen de bordjes met straatnamen weg te halen om de bezetters in de war te brengen. Ik ontmoet een leider van het verzet, een jong lid van de familie Al-Sabah, die zegt: 'Wij hebben nu een politieke en militaire ondergrondse structuur. We staan in contact met onze leider in het buitenland'.

Hij zegt dat de Iraakse militairen leugens zijn verteld over een zogenaamde Israelische aanval op Koeweit, en dat zij zijn gekomen om die af te slaan. De dertigjarige verzetsleider, die behoort tot een amateuristisch maar dapper netwerk van tegenstanders van Saddam, zegt: 'Mijn plaats is in Koeweit. Saddam Hussein zal moeten vertrekken of dat nu vrijwillig of onvrijwillig is. Het kan vandaag zijn of morgen of over een maand, maar hij zal vertrekken. Er is geen man, kind of vrouw die hem zal helpen'.

DONDERDAG 9 aug.

De Irakezen dwingen winkeliers om een Iraakse dinar die wordt aangeboden door een soldaat aan te nemen voor een Koeweitse dinar, hoewel een Koeweitse dinar voor de invasie tien Iraakse dinar waard was op de vrije markt. De Irakezen kopen van alles, van blikjes Pepsi tot theekopjes om mee te nemen naar Irak. Er worden soldaten gezien die meloenen en gasflessen uitdelen aan honderden armere inwoners van de stad. In de omgeving van Mishrif hebben driehonderdvrouwen een demonstratie georganiseerd tegen de bezetting. Er schijnt overdag een autobom te zijn ontploft. De auto werd bestuurd door een man op een zelfmoordmissie, wiens vrouwelijke familielid was gedood door Iraaks vuur tijdens een eerder protest. VRIJDAG 10 aug.

Irak heeft opdracht gegeven dat alle ambassades naar Bagdad moeten verhuizen, waardoor de angst is gegroeid onder de buitenlanders over hun bescherming. Er zijn door de ambassades afwijkende data opgegeven waarop zij moeten vertrekken. Reizigers zien grote raketten op de weg naar het zuiden gaan. Sommige inwoners hebben ook gasmaskers en mobiel materieel gezien dat voor ontsmetting zou kunnen zijn na een chemische aanval. De omstandigheden onder de armere buitenlandse gemeenschappen worden slechter. ZATERDAG 12 aug.

Er demonstreren weer vrouwen voor de Rumasiya-moskee. Volgens berichten zijn er vier verzetsstrijders gedood bij een aanval op Iraakse stellingen. De Iraakse soldaten worden steeds nerveuzer en zitten niet langer meer ontspannen langs de weg of in hun voertuigen. ZONDAG 12 aug.

Er schijnt een Engelsman te zijn doodgeschoten terwijl hij over de Saoedische grens trachtte te vluchten. Er zijn steeds meer berichten over desertie en muiterij onder de Iraakse troepen. De stad begint er steeds armoediger uit te zien, ook al is de schade van de gevechten niet zo heel groot. Autowrakken en afval vervuilen de eens zo onberispelijke straten. MAANDAG 13 aug.

Ik ontsnap met vrienden, maar veel buitenlanders blijven tegen hun wil achter.