Hoe puur is de natuur?

Overal waar mensen wonen wordt de natuur verdrongen door de techniek. Eigenlijk hebben we de natuur ook niet nodig. 'Kunst kan het gevoel vervangen dat een echte paardebloem in ons oproept.'

Toch zal de natuur altijd weer terugkeren.

Spreuken zijn waarheden die je moet hebben ervaren om er mee te kunnen instemmen. Met wat minder ervaring ben je het er doorgaans niet mee eens. In een sterke spreuk zit daarom flink wat tegenspraak verdisconteerd.

Zo beweert men dat de natuur de leermeester is van de kunst (artis magistra) en sterker dan de techniek (arte potentior), of alleen te overwinnen is als je je naar haar schikt (non vincitur nisi parendo). Tegelijk mogen we, al deze Latijnse wijsheid ten spijt, meemaken dat overal waar mensen wonen, de techniek de natuur heeft verdrongen. Dat benauwt ons, bij vlagen. We zijn bang dat er van de natuur niet veel over zal blijven. Maar zonder de techniek, of zelfs met wat minder techniek, mogen we er met evenveel reden bang voor zijn dat er van ons niet veel overblijven zal. Techniek en mens leven in een symbiose. De techniek bloeit daar waar mensen het goed hebben. Hetzelfde geldt voor de spirituele variant ervan: de kunst. Mag techniek dan 'een verlengstuk van onze handen' zijn, kunst is een verlengstuk van onze geest. Een en ander staan in gedurig contact met elkaar. Beide zijn uitingen van eenzelfde zaak, 'ars' immers, maar ze verschillen in aanwezigheid: techniek kan bestaan zonder kunst, kunst kan het nauwelijks stellen zonder techniek. Techniek is dus machtiger dan kunst. Als we nu niet genoeg natuur om ons heen zien, dan reageren we volgens de wetten van de polariteit, dan is dat de schuld van de techniek: betonwegen, verkeerspleinen, pleinen uberhaupt, betegeld als badkamers, voorzien van de nodige kunst, maar zonder ook maar een sprietje gras wie zich daar ongelukkig bij voelt, zoekt de oorzaak bij de techniek, nooit bij de kunst.

Verliezer

Maar op een dag staat daar een paardebloem. En hij staat op een plaats waar hij eigenlijk niet staan kan. Hij grijnst je tegemoet met zijn stralende hart. Zonder dat er iemand aan te pas is gekomen staat de wereld op de meest onwaarschijnlijke plaats in bloei. Het is de natuur die dat heeft gedaan, zelf kunnen we zoiets niet en het is dit onvermogen dat ons doorgloeit met het besef dat de natuur ons en de techniek, en de kunst, de baas is, uiteindelijk. Naturam expellet, tamen recurret. Ook al verdrijf je de natuur, ze komt altijd terug.

Met deze overwinnaar die verliezer leek vereenzelvigen we ons graag: O, plompeblad, bies, bloemen!Gij, spiegels van mijn zielsverdriet... Toch heeft de natuur zelf geen ziel. Onze ziel raakt haar niet. Op onze vragen krijgen wij van de natuur zonder technische kunstgrepen geen antwoord. Juist tegenover de natuur voelt een mens als hij alleen is zich inderdaad alleen. Het is dan ook niet de natuur waar we echt van houden, we houden ervan door haar te worden bezield. We houden van bezieling en daarom houden wij ook van kunst, eigenlijk meer dan van de natuur, want met kunst kun je het de vorm geven die je hebben wilt. Daar ligt onze kracht. Laten we geen paardebloemen kunnen maken, wel kunnen wij het gevoel weergeven dat een paardebloem in ons oproept. Sterker, kunst kan het gevoel vervangen dat een echte paardebloem in ons oproept. Die twee emoties zijn zo verwisselbaar dat een echte paardebloem het gevoel in ons kan oproepen dat we al veel eerder hadden bij de aanschouwing van een geschilderde paardebloem. Zo kunnen vergeet-mij-nietjes langs een beek gevoelens oproepen van lang vervlogen jaren, iets liefs uit de negentiende eeuw, poesiealbums. Gevoelens via de natuur omdat het eigenlijk kunst is. Eigenlijk hebben we de hele natuur niet nodig. Zo kan men, als men ervan houdt, in vogels vliegtuigen zien, in torren tanks. En dat kunst noemen.

Monsterlijk

Maar helaas, kunst heeft een eigenschap die de natuur niet heeft, en de techniek evenmin: de pretentie mooi te zijn, die de makers ervan het idee geeft overal welkom te zijn met hun produkt. Was het maar zo. Wat de een mooi vindt kan een bron van ergernis zijn voor de ander. Het fraaie kunstwerk van de een kan de ziel van de ander openrijten door zijn lelijkheid.

Een voorbeeld. Ik loop door de straten van mijn geboortestad, langs de Akerk, om zo achter het koor langs naar de Folkingestraat te gaan, altijd een bijzonder plekje, de ronding van het koor tegenover de ronding van de korenbeurs. Een plek die, in een stad die zo van nuttigheid aan elkaar hangt, zijn bekoring ontleent aan een zekere openbare nutteloosheid, zichtbaar in de schaduw over ronde muren. Zie ik daar in het opengebroken plaveisel een monsterlijk stuk beton aangebracht, iets dat, schots en scheef, mij het ergste doet vermoeden: dat we hier met kunst te maken gaan krijgen en jawel hoor. Navraag levert mij het nieuws dat hier zoiets afschuwelijks als een videoproject zal worden verwezenlijkt door een kunstenaar, een beroemdheid uit het buitenland, ook nog, die duidelijk geen kijk heeft op ronde lichtval en geen gevoel heeft gehad voor het laatste stukje leegte in een stad. En ik weet niet wie ik op dat ogenblik het meeste haat: de techniek, de kunst, of misschien wel de natuur.

Natura abhorret vacuum. Precies. Kunst houdt nog van leegte, maar de natuur niet. En daarom wordt die mooie lege doorgang opgeheven. De kunst is naief. De kunst denkt dat iedereen haar mooi vindt. De techniek staat haar ten dienste, maar het is de natuur die deze keer jammer genoeg geen paardebloem presenteerde, maar zich, omnipotens, manifesteerde via het oog van een kunstenaar, die goed om zich heen heeft gekeken en toen dacht: dit is een mooi plekje, dit plekje is voor mij. Behalve in de bloemen en de dieren, zit de natuur namelijk ook in de mens en in zijn gedachten, ook al denkt de mens dat hij het zelf is die denkt. Horror vacui. Het is de natuur zelf die hier kunst produceert.

Natura naturans. De natuur houdt zich in stand door zichzelf. Toen er nog geen mensen waren, was alles puur natuur, maar nu er mensen zijn, is de natuur niet meer zo puur. Zij die na ons komen zullen zeggen dat wij een mooi stukje natuur hebben gevormd, heel bijzonder, heel apart, met al die kunst. Misschien kan de natuur het in de toekomst wel weer zonder kunst stellen, en zonder techniek. Zonder techniek zul je een heel andere wereld krijgen, een wereld die zich omdraait in zijn slaap omdat hem de dekens op de grond gevallen zijn, natura varians. De natuur slaat de vlieg dood die mensheid heet, ze draait zich nogmaals om en laat zien dat zij, of zij nu verliest of wint, simpel gehoorzaamt aan haar eigen grondwet, die zegt dat in de natuur het recht van de sterkste geldt.