Het leerzaamste dier

Het is allang niet meer waar dat de kunst alles aan de natuur heeft te danken. Toen de kunstenaars nog hun uiterste best deden, de gelijkenis te treffen, ook als ze bepaalde wezenskenmerken van hun object 'eruit lichtten', en allerlei methoden en technieken verzonnen waardoor dat huns inziens beter ging, viel er misschien nog iets voor te zeggen. Maar als je nu iets ziet dat 'lijkt', moet je je ernstiger afvragen of het kunst is, dan wanneer je iets ziet dat nergens op lijkt.

Alleen in de strip en de science-fiction - genres waarin we dikwijls prachtige kunst aantreffen - is de natuur nog de onverbiddelijke leermeester. In het zojuist verschenen nummer van Vrij Nederland, de Kleurenbijlage, is in de illustraties te zien hoe de tekenaars, aquarellisten en acrylwerkers van de science-fiction de natuur als een meccanodoos beschouwen. Uit de kruin van een wijze grijsaard groeit een hoorn; kikvorsen gekleed in malienkolders zijn op hun achterhoofd voorzien van een natuurlijke drietand, een kruising tussen een cycloop en een zwaardvis heeft zich als organisch gebouw in een geheimzinnige stad gevestigd, ga zo maar door. Veel is aan de fauna uit het pleistoceen ontleend en ten slotte is er altijd wel een groen mannetje met voelsprieten dat zegt: 'Take me to your leader.' Bestaat er een bouwdoos met een stuk of duizend lichaamsdelen waarmee je thuis alle organismen kunt fabrieken die je zelfs in een geniale nachtmerrie niet tegenkomt? (Een nachtmerrie wordt trouwens zelden bevolkt door dergelijke samengestelde 'griezels'; daar gaat het om de angstaanjagende sitiuaties waarin wezens figureren die overdag de betrouwbaarste indruk maken). In de eerste jaren na de oorlog, toen men weer aan allerlei minder gebruikelijke voorstellingen moest wennen, deed er een grapje over Picasso de ronde, dat ik hier als een beknopt tijdsdocument gebruik. De schilder was met Jacqueline en zijn beroemde rashond in Kopenhagen. De hond werd gestolen. Gelukkig had hij de dief gezien. Hij maakte een schets met behulp waarvan de politie een fiets, een oude boom en een draaiorgeltje arresteerde.

Op de kunstredactie van Het Parool werd om dit verhaal vaak gelachen. Het bewees wel hoever de kunst zich van 'de natuur' had verwijderd; en degenen die op deze manier hun gevoel voor humor lieten prikkelen hadden natuurlijk geen ongelijk. 'Het leek niet meer', maar dat was geen bezwaar want het was al ruimschoots in de tijd dat alles mocht, zoals het nu nog mag. Waarom mocht alles - afgezien van de drijfveren die de artiest in zich voelde? Omdat ook de verste afwijkingen van de natuur geen ernstige gevolgen meer hadden.

Er is een heel ander gebied van de kunst waar men zich onverminderd door de natuur laat inspireren, en dat is de krijgskunst. Ontelbaar zijn de krijgswerktuigen die naar het voorbeeld van de dierenwereld gepantserd, gekaakt, getand, bespriet, gevleugeld en ook vaak beschilderd zijn. Vlinders en rupsen die wij 'mooi' vinden om hun kleuren en tekening, zien er zo uit om zeer gevaarlijk te lijken. Anderen zijn weer zo gekleurd dat ze niet zullen opvallen. De vleermuis ziet de muggen op zijn radar, walvissen hebben sonar, het stekelbaarsje schiet met een druppel water een vlieg uit de lucht, de haai is zelfs een 'vechtmachine' die de kunst dan ook heeft geinspireerd tot Jaws waarin een houtenklaas van een haai het werk moet doen. Als ik veldheer was, zou ik mijn technici en wetenschappers niet de opdracht geven, een haai te maken maar een vehikel te ontwerpen dat zo veelzijdig is als een bromvlieg: ondersteboven lopen, verticaal opstijgen, toch licht gepantserd, naar alle kanten tegelijk kijken, gemeen bijten en zich met hoge snelheid verwijderen.

De natuur leermeester van de kunst? Soms denk ik: was het maar weer eens waar. Ik ben een ongelovig mens, maar als ik weer eens in de verleiding kom om aan te nemen dat er een schepper is, dan stel ik me hem voor als een wezen dat zich sinds het begin der tijden grenzeloos dreigt te vervelen en daarom hier op aarde en nog een ongekend aantal andere planeten voortdurend op nieuwe mutaties broedt. Dit wezen of onwezen heeft al de streptococ en de tyrannosaurus rex verzonnen, en de mens. Die is tot dusver niet in staat gebleken, er iets werkelijk nieuws aan toe te voegen. Behalve? Ja! Er is geen organisme dat zich voortbeweegt met behulp van draaiende lichaamsdelen. Daar heeft Rudy Kousbroek al geruime tijd geleden op gewezen.

Zou Hij soms... .?