Het geluid van de seizoenen; Een forel roetsjt over detoetsen

Muziek gaat nergens over. Hoe kunnen componisten dan toch duidelijk maken dat er sprake is van een razende storm of lallende landarbeiders? Door het erbij te vertellen. 'Zonder de tekst zou niemand enig idee hebben waarover Vivaldi's Vier Jaargetijden handelde, maar met die toegevoegde woorden lijken de gebeurtenissen juist opvallend goed getypeerd.' De aeolusharp wordt bespeeld door de wind die langs de dunne snaren strijkt. Om haar zachte, etherische klank, werd deze harp in het verleden wel gebruikt als de sluimerknop van een wekkerradio: een soezerig muziekje.

Wanneer we het onberekenbare geluid van de aeolusharp muziek noemen, waarom dan niet het ruisen van een boom of het stromen van een beek? Om te klinken moet de aeolusharp door iemand in een venster zijn geplaatst, de snaren zijn vooraf gestemd. Dat is het verschil. Een peuter die de buren lastig valt met ongeremd gebeuk op een piano, maakt geen muziek. Maar als zijn vader, die toevallig componist is, het geluid opneemt en een opusnummer geeft, is het muziek.

Toch zijn componisten zelden geneigd om met geluiden uit de omgeving genoegen te nemen, om met microfoon en bandrecorder het bos in te tijgen en de opgenomen natuurklanken simpelweg te verkopen als een compositie. Als ze het al doen, zoals Olivier Messiaen met vogelgeluiden, dan worden die vertaald in een partituur voor 'gewone' muziekinstrumenten. De vertaling is zo eigenzinnig dat zelfs Koos van Zomeren er nauwelijks wulp, winterkoninkje of wielewaal in zal herkennen. Alleen in de zogenaamde alternatieve New Age muziek, het geluid van wat wel het holistische tijdperk wordt genoemd, worden nog wel eens opnamen van oceaangolven als rustgevende muziek verkocht. Namaakmuziek voor wie geen oceaan naast de deur heeft. Een surrogaat voor de echte wereld.

Over de relatie tussen muziek en natuur zijn boekenkasten vol geschreven. De gedachten daarover lopen uiteen, maar zijn globaal in twee kampen onder te verdelen. Het ene kamp beweert dat er geen enkele relatie bestaat, dat muziek de meest abstracte van alle kunsten is: pure constructie, zonder voorbeelden in de realiteit, nog het meest verwant aan zuivere wiskunde. Strawinsky was zo iemand en hij beschouwde zichzelf het liefst als een mathematisch denker. Hij was van mening dat een componist niet in staat was om wat dan ook uit de werkelijkheid in noten weer te geven. Het andere kamp dicht aan muziek juist allerlei 'natuurlijke', ordenende krachten toe. Het samengaan van verschillende stemmen in een harmonisch geheel, is voor hen aanleiding tot bespiegelingen over de mogelijkheid om in muziek de verhoudingen van de kosmos terug te vinden. Volgens Schopenhauer weerspiegelen de verschillende niveaus van de natuur zich in de vier stemmen der muziek: de bas is het gesteente, de beide middenstemmen vormen het planten- en dierenrijk en daarboven zweeft de leidende melodie, de menselijke wereld. Romantische filosofen zien in het ritme van muziek een symbool van de eeuwige beweging in de natuur en daarmee van de tijd. 'Muzikale verhoudingen zijn de basisverhoudingen van de natuur, 'zei de Duitse dichter Novalis.

Over een ding zijn alle denkers het eens: ware muziek kan elementen uit de natuur niet domweg nabootsen. Een componist kan wel tamelijk eenvoudig bepaalde geluiden uit de natuur overnemen. De koekoek fluit in kleine tertsen, de galop van een paard heeft een hoorbaar ritme en een nachtegaal zingt fraaie melodieen. Maar de melodie van een nachtegaal maakt nog geen fluitconcert en er bestaat geen instrument dat klinkt als een huilende storm.

Wat als Antonio Vivaldi was vergeten zijn vier beroemdste concerten Le Quattro Stagioni te noemen? Aan de vorm zijn deze concerten nauwelijks te herkennen, die is vrijwel gelijk aan de overige vijfhonderd concerten die Vivaldi schreef: drie delen (snel-langzaam-snel) met in ieder deel een vlotte afwisseling tussen soli en orkest. Vivaldi gebruikte geen uitzonderlijke instrumenten, maar een standaard strijkorkest. En de ongewone contrasten en speelse melodieen kunnen eenvoudig worden uitgelegd als frivoliteiten van een Italiaanse componist. Iets van dit conflict moet Vivaldi hebben gevoeld toen hij Opus 8, waartoe Le Quattro Stagioni behoren, de titel meegaf Il Cimento dell'Armonia e dell'Inventione: het waagstuk van harmonie en inventie, ofwel de strijd tussen muziekleer en verbeelding.

Vivaldi heeft de regels van de muziekleer niet verloochend, maar de verbeelding heeft uiteindelijk wel gewonnen. Om het publiek de betekenis van zijn muziek duidelijk te maken, gebruikte Vivaldi een truc. Hij voegde een 'programma' toe: korte teksten (sonnetten) waarin het verloop van de muzikale handeling werd uitgelegd. Vivaldi was niet de eerste die dat deed, en zeker niet de laatste. Altijd hebben componisten die iets uit de werkelijkheid wilden nabootsen, er precies bij verteld wat het was. Ze doen dan niet veel meer dan een al bekende inhoud illustreren. Helaas, muziek zelf gaat eigenlijk nergens over. Een pianist roetsjt betekenisloos met zijn vingers over de toetsen, totdat een bariton begint te zingen over een eigenzinnige forel, een draaiend spinnewiel of een vader die met zijn ijlende zoon te paard door de duisternis spoedt.

Om dat soort teksten te illustreren is muziek heel geschikt. In Le Quattro Stagioni laat Vivaldi aldus de toegevoegde sonnetten onder meer vogels fluiten, een geitehouder sluimeren terwijl zijn hond blaft, een zomerse bries overgaan in een onverwachte storm, waarover een schaapherder zich beklaagt. Vivaldi's landarbeiders feesten na de oogst en worden dronken, jagers zijn op zoek naar wild. Men rilt van de winterse kou en zingt vervolgens een rustig lied bij een behaaglijk vuur. Tenslotte begeven de eerste waaghalzen zich bijna vallend op het ijs, waar de wind vrij spel heeft. Zonder de tekst zou niemand enig idee hebben waarover Vivaldi's muziek handelde, maar met die toegevoegde woorden lijken de gebeurtenissen juist opvallend goed getypeerd.

Met muziek kunnen ook bewegingen worden weergegeven. Wat zouden de flitsende tekenfilms van Mickey Mouse zijn zonder de muzikale riedels op de achtergrond? Ritme en metrum bepalen de snelheid, en de toonhoogte wordt geassocieerd met hoog en laag in de ruimte. Het zou aardig zijn om eens te onderzoeken waarom mensen (auditieve) frequenties associeren met (visuele) hoogte en laagte. Zou dat alleen komen doordat we ook bij tonen toevallig spreken van hoog en laag? De muzikale associaties kunnen nog verder gaan. Laag klinkt bij voorbeeld donker en somber, bepaalde toonsoorten hebben in onze oren een melancholieke klank. Muziek kan klagen, vrolijk of rusteloos zijn, angstig maken of, letterlijk, somber stemmen. Het is, in ieder geval sinds de romantiek, haar sterkste kant. Beethoven had gelijk, toen hij op de partituur van de Pastorale symfonie schreef: 'Mehr Ausdruck der Empfindung als Malerey'. Vivaldi maakte geen goed gelijkend portret van de vier jaargetijden, hij heeft de gevoelswaarde ervan in muziek weergegeven. Een geruststellende gedachte: muziek is geen surrogaat voor de echte wereld.

Toen Alfred Hitchcock de film The Birds opnam, liet hij componist Bernard Herrmann de muziek verzorgen. In de film komt geen natuurlijk vogelgeluid voor, Herrmann gebruikt uitsluitend elektronica. Wij kijken en luisteren naar de film en merken niets van het namaakgeluid. De film werkt er des te sterker door, want vogels klinken niet zo eng, in het echt.