Het Amerikaanse leiderschap

Het front van het het Westen, het vernieuwde Oosten en de rest van de beschaafde wereld, over welks geslotenheid vorige week nog een verbaasde opgetogenheid bestond, is natuurlijk minder hecht dan het eruit zag. Men is het wel eens over het doel, maar verschilt van mening over de middelen.

Aan de andere kant haalt Saddam Hussein, 'de geisoleerde', de winst binnen die het loon is van iedere dictator met een groot leger en een grote mond. De 'verarmde massa's' die door hun eigen regeerders in deze treurige toestand onder de duim werden gehouden, krijgen nieuwe hoop en laten in het vooruitzicht op vervulling daarvan hun haat de vrije loop. Voorzichtige staatslieden in de directe omgeving komen met compromissen die, even vanzelfsprekend, in het voordeel van de dictator zijn.

In eerste aanleg gaat het erom, hoe de blokkade die Irak op de knieen moet brengen, zal worden uitgevoerd: zonder of desnoods met geweld? De Amerikanen hebben het niet over een blokkade, maar gebruiken de term interdiction (onderscheppen) en zijn van plan daarbij de wapens te gebruiken als het niet anders kan. Canada, Frankrijk en de Sovjet-Unie willen daar nog niet van weten omdat ze, voor het mogelijkerwijs zover zal komen, de onbetwijfelbare machtiging van de Verenigde Naties noodzakelijk vinden.

Daar zou iets voor te zeggen zijn als het zeker was dat het binnen een paar dagen tot zo'n volledige legalisering zou komen. In dat geval zou het slechte diplomatie zijn, dat fragiele maar veelbelovende eenheidsfront tegen Irak te breken. Maar mag men verwachten dat het weldra die kant zal opgaan? Hoe langer de beraadslagingen in de Verenigde Naties over het verschil tussen een blokkade en een onderschepping duren, hoe langer men zich het hoofd breekt over de vraag of er al dan niet geschoten mag worden, des te meer compromissen er op tafel zullen komen. Het laatste resultaat daarvan is dat Saddam Hussein zich steviger in Koeweit nestelt, daarbij het respect van zijn omgeving afdwingt en meer bondgenoten krijgt. Hij werkt nu hard aan de verzoening met Iran, dat het moeilijk zal vinden die overstelpende toenadering af te wijzen. Een nieuw Arabisch-fundamentalistisch bondgenootschap is in de maak; na acht jaar beestachtige oorlog een 'broederschap' waarin de partners zich kunnen hervinden in hun zwelgende haat tegen het Westen.

De tijd voor dit diplomatieke tegenoffensief mag Saddam Hussein niet worden gegund. Van het begin af is het de bedoeling van het front tegen Irak geweest, te demonstreren dat annexatie van Koeweit de dictator geen enkel voordeel mag opleveren. Aangezien ieder compromis een voordeel betekent, kan er ook niet op bemiddeling worden ingegaan. Tegen radicale annexatie helpt alleen hopen we in eerste aanleg een radicale blokkade. De strijdkrachten die belast zijn met de uitvoering, moeten daarbij kunnen schieten als er geen andere oplossing mogelijk is. Anders is de hele actie ongeloofwaardig en betekent dientengevolge een winst die Saddam Hussein honend zal incasseren.

Gelukkig is president Bush niet geneigd oplossingen te aanvaarden die tot minder leiden dan het herstel van de Koeweitse soevereiniteit. Op zijn persconferentie gisteren, volledig uitgezonden door CNN, heeft hij daar geen misverstand over laten bestaan. Het was een weldaad, een Amerikaanse president te zien die zeker was van zijn zaak, zijn feiten kent, zich niet te buiten gingaan dreigende retoriek, maar precies zei waar het op stond. Zeker zou hij koning Hussein hartelijk ontvangen, aandacht geven aan iedere oplossing waarbij geweld kon worden vermeden, maar het zou niets minder kunnen zijn dan de oplossing waarbij de soevereiniteit van Koeweit volledig zou worden hersteld.

Het optreden van Bush sinds het begin van de crisis toont dat de Verenigde Staten hun leiderschap hebben herwonnen. Het gebrek aan zelfvertrouwen, de traagheid en de aarzelingen die het beleid het vorig jaar tijdens de omwenteling in Midden-Europa en de Sovjet-Unie en bij de vereniging van Duitsland hebben gekenmerkt, zijn verdwenen. In plaats daarvan toont de president een zekerheid van inzicht die, geschraagd door de bijbehorende daden, de Amerikaanse politiek een nieuwe overtuigingskracht geeft.

Men vraagt zich af of Saddam Hussein een 'nieuwe Hitler' is. Een academische kwestie. Het avontuur van bluf en geweld waaraan hij is begonnen, laat pas goed zien wat in de politiek het woord onomkeerbaar betekent. Niet Amerika en zijn bondgenoten hebben zich begeven in een situatie die tot oorlog leidt. De volle verantwoordelijkheid daarvoor wordt gedragen door de megalomaan in Bagdad. Hij heeft de beschaafde wereld uitgedaagd om hem zo snel mogelijk op zijn wenken te bedienen: dat wil zeggen, alles in het werk te stellen zich radicaal van hem te ontdoen. Minder is niet mogelijk.

Maakt men zich hier illusies over zijn 'handelbaarheid' die op den duur wel weer zou blijken, dan vergist men zich. Het gaat Saddam Hussein niet om de hoogte van de olieprijzen en de revenuen waarmee het lot van de Arabische volken kan worden verbeterd. Het gaat erom de economie van het Westen te vernietigen en daarmee Israel. Het 'beleid' van Irak is het voorspel tot een nieuwe ontlading van haat tegen het Westen, zoals Khomeiny's doen en laten op hetzelfde neerkwamen. Het doel is het Westen in de greep te krijgen van het achterlijk fundamentalisme. Zoals we weten, vormen palavers in de Verenigde Naties daar geen remedie tegen.

De Amerikaanse politiek zoals die door Bush is ontworpen, leidt niet tot oorlog als Saddam Hussein het niet wil. Hij mag niet de kans krijgen nog verder te willen. Dat kan alleen als het Westen, dus ook Nederland, zich volledig achter de Amerikanen schaart. Half is niet mogelijk. Wie de trekker overhaalt, doet dat helemaal. In dit geval waarin geen twijfel mogelijk is, gaat het niet aan de laatste verantwoordelijkheid aan de Amerikanen te laten. Het bondgenootschap is volledig, of niets.