Hermelijn en muis

Bij ons in de weilanden ligt een kade, een middeleeuws paadje met bomen erlangs. Daar zat ik een keer te niksen, toen er opeens een hermelijn om de hoek kwam met een dooie muis in zijn bek. Hij schrok zich wezenloos.

In de natuur heb je mooie dieren en extra mooie. Hermelijnen horen bij de extra mooie. Ze zijn slank en lenig. Ze zijn altijd bezig en hebben een verbaasde uitdrukking op hun snuit. Als je een hermelijn ziet, krijg je het gevoel dat het leven eigenlijk een geintje is.

Ze zijn ook helemaal niet schuw. Ik heb eens meegemaakt dat er twee hermelijnen tegelijk op me af kwamen. Die waren zo druk aan het ravotten, dat ze me gewoon lieten staan. De ene wipte over mijn linker schoen en de andere over de rechter.

Dat deze hermelijn zo schrok, kwam dan ook niet doordat hij bang voor me was, maar doordat hij me niet verwacht had. Dingen die je niet verwacht kunnen voor een dier erg gevaarlijk zijn.

De hermelijn maakte een luchtsprong, liet de muis uit zijn bek vallen en ging er als een haas vandoor.

De muis bleef op de kade liggen. Muizen zie je voornamelijk als ze dood zijn. En deze was een echte pechvogel, want nu de hermelijn hem kwijt was, was hij nog voor niks doodgegaan ook.

Het is langer dan een jaar geleden dat dit gebeurde, maar ik blijf het onthouden. Want als je nou een boek schrijft, kun je een hoofdfiguur hebben, die ook weleens op een kade zit te niksen. Dan kan deze gebeurtenis goed van pas komen. Je kunt die hermelijn gebruiken om iemand op te vrolijken en die muis om hem tegelijkertijd met zijn neus op de dood te drukken.

Voor zo'n muis zou het natuurlijk extra mooi zijn om in een boek terecht te komen. Dan is het toch nog ergens goed voor geweest.