Franse regering wil de Arabische wereld niet van zichvervreemden

ROTTERDAM, 15 aug. Geheel in de gaullistische traditie vaart Frankrijk een eigen, onafhankelijke koers in het conflict in de Golf. Het land verzet zich nadrukkelijk tegen de bezetting van Koeweit door Irak en heeft zich daarom onmiddellijk aangesloten bij het door de Verenigde Naties afgekondigde embargo en het stuurt een eenheid van de marine naar het Golfgebied. Maar Parijs wil niet dat deze missie het karakter krijgt van een anti-Arabische kruistocht en daarom wordt de militaire operatie met grote omzichtigheid uitgevoerd.

Als het Franse vliegdekschip Clemenceau eind volgende week in de Golf arriveert, dan beschikt Parijs in totaal over zeven marineschepen en 3.500 man in dat gebied. De Clemenceau, het grootste schip van de Franse vloot, is onder meer uitgerust met 42 Gazelle-helikopters die voorzien zijn van anti-tankwapens, negenhonderd leden van een helikopterregiment plus nog eens 120 man infanterie die zijn gespecialiseerd in het bestrijden van tanks.

De Franse regering besloot afgelopen donderdag tot het sturen van de Clemenceau om 'op ieder moment tussen beide te kunnen komen waar dat nodig zou worden geoordeeld'.

Er bevinden zich in totaal 530 Franse staatsburgers in het sedert 2 augustus bezette Koeweit en in Irak. President Mitterrand maakte duidelijk dat de Franse aanwezigheid vooral moet worden gezien als een poging verdere agressie van de kant van Irak te voorkomen, maar los staat van het veel actievere optreden van de Britten en de Amerikanen. De schepen zullen niet onder internationaal maar onder Frans bevel blijven staan, verzekerde Mitterrand. Op een vraag naar mogelijke Arabische kritiek op het Westerse militaire optreden antwoordde de president: 'Ik denk niet dat dit verwijt Frankrijk kan treffen. (...) Ik denk niet dat de genomen maatregelen als zodanig hen kunnen kwetsen.' De Franse omzichtigheid kwam afgelopen maandag ook tot uitdrukking tijdens een besloten zitting van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over de manier waarop het afgekondigde embargo tegen Irak moet worden uitgevoerd. Frankrijk wilde zich niet aansluiten bij het standpunt van Amerikanen en Britten die van oordeel zijn dat schepen die het embargo breken desnoods met geweld moeten kunnen worden tegengehouden. Alleen de Veiligheidsraad, aldus Parijs, kan tot een blokkade besluiten en als zo'n beslissing er komt dan zal Frankrijk daaraan meewerken, zo liet het Franse ministerie van buitenlandse zaken gisteravond weten.

De Franse minister van buitenlandse zaken, Roland Dumas, zei het afgelopen weekeinde in een vraaggesprek met een Frans weekblad dat het Westen moet voorkomen dat het trapt in de val die door de Iraakse leider Saddam Hussein is gezet. De massale Amerikaanse aanwezigheid biedt Irak de mogelijkheid de anti-Amerikaanse gevoelens in de Arabische wereld aan te wakkeren, aldus Dumas. 'We moeten ons bewust zijn van deze speciale gevoeligheid en zo optreden dat de agressor geen slachtoffer of held wordt.' Frankrijks optreden in de Golf kenmerkt zich daarom door een zorgvuldig evenwicht tussen internationale solidariteit enerzijds en politieke onafhankelijkheid anderzijds. Het wil zich niet van het Westen en van de Westerse bondgenoten in het Midden-Oosten vervreemden. Dat komt tot uiting in de levering deze week van gasmaskers aan Saoedi-Arabie en de Golfstaten alsook in het doorgeven aan de Verenigde Staten van gegevens over de in Frankrijk gemaakte wapens en elektronica die de afgelopen jaren aan Irak zijn geleverd. Volgens militaire kringen zou deze informatie de Amerikaanse positie op het potentiele slagveld in de Arabische woestijn aanzienlijk hebben versterkt. Aan de andere kant wil Frankrijk zijn politieke manoeuvreerruimte echter houden en zijn positie als belangrijkste Europese bondgenoot van de Arabische wereld zo mogelijk versterken. En daarom doet het land niet mee met de door de Verenigde Staten en Groot-Brittannie afgekondigde blokkade tegen Irak.

Mitterrand heeft twaalf speciale afgezanten aangewezen om het beleid van Parijs de komende dagen in 24 betrokken landen uit te leggen. Onder hen bevinden zich ook drie vertegenwoordigers van de oppositie ten teken van de Franse eensgezindheid op dit punt. Alleen de extreem-rechtse leider Jean-Marie Le Pen heeft zich expliciet uitgesproken tegen de opstelling van de regering. Hij noemde de operatie een militair avontuur dat niet in het belang van Frankrijk is. Maar vooralsnog is hij de enige die er zo over denkt.