Een wiebel-achterwerk

Soms krijg je het idee dat alleen dierenvrienden kinderboeken schrijven. Hoeveel verhalen gaan er niet over varkentjes, kikkers, beren, honden, tijgers en muizen! Maar wie goed leest ondekt in die beesten vaak mensenstreken. Zo ken ik een muis die de hele dag zit op te scheppen over zijn zogenaamde heldendaden, een uil die bang is voor de bobbels (zijn voeten) onder de deken en een pad, die het liefste in zijn kamerjas een beetje zit te niksen. Een mooi en spannend verhaal bedenken over echte dieren is moeilijk, omdat een schrijver nu eenmaal een mens is en niet weet wat er in een dierenhoofd omgaat. Met De ongelooflijke reis is dat Sheila Burnford aardig goed gelukt. Je merkt dat de schrijfster niet alleen van dieren houdt, maar er ook lang en aandachtig naar heeft gekeken.

Twee honden en een kat hebben zich in de kop gezet dat ze van hun logeeradres terug naar hun eigen baas willen. Alsof ze een kompas in hun borst hebben trekken ze dwars door de Canadese wildernis. De tocht is vierhonderd kilometer lang en erg zwaar voor huisdieren die gewend zijn aan een volle etensbak en een warme slaapplaats. De leider van dit vreemde reisgezelschap is een Labrador. Dan is er een oude Bull-Terrier, die met zijn scheve snuit en wiebel-achterwerk iedereen aan het lachen maakt, maar het is de hooghartige Siamese kat, die de echte heldenrol speelt. Samen gaan ze beren, een lynx en een ijskoude rivier te lijf, zonder een mensenwoord te spreken.

Af en toe worden ze even verzorgd door een vriendelijk iemand, maar zodra het kan trekt het drietal weer verder, naar huis. En als lezer heb je maar een verlangen: dat ze het zullen halen.

Omdat het boek slecht vertaald is, moet je regelmatig om rare en ouderwetse woorden heen lezen en vooral het eerste hoofdstuk is een beetje saai. Misschien moet je op zoek gaan naar een dierenvriend, die graag voorleest.