Een wandelend schilderij

Wat is de overeenkomst tussen hangbuikzwijntje, een dolfijn, een voetganger en een giraffe? Ik weet het niet. Maar als iemand dat aan mij zou vragen, zou ik antwoorden: ze hebben allemaal dezelfde moeder, moedertje Natuur dus. Dat Mevrouw Natuur veel fantasie heeft, is te zien aan haar nakomelingen. Voetgangers zie je vaker dan giraffen en daarom vergeet je als je voor de spiegel staat dat mensen er eigenlijk net zo raar uitzien als dieren. Ze stappen rond op lange, dunne sprietbenen zoals een struisvogel, hun armen lijken op slierten, ze hebben een lijf waarop maar een paar haren groeien en een klein, bijna kaal hoofje waaruit oren en een neus steken. Als ik een hangbuikzwijntje was en op vier hogehakschoentjes liep en net zo'n mooie huid had, waardoor het lijkt alsof ik eventjes in een pot oostindische inkt was gedompeld en slordig was opgedroogd, zou ik me doodlachen als ik voor het eerst zo'n deegsliert van een mens zou tegenkomen. De verschillen tussen al die vreemdsoortige familieleden van mevrouw Natuur zorgen er gelukkig voor dat je nooit uitgekeken raakt. Op oude schilderijen kan je zien dat ook de schilders veel naar de natuur hebben gekeken. Niet alleen naar bomen, planten, bergen, zeeen, paarden, zwijnen, apen, vogels, oesters, rupsen of honden maar ook naar mensen. De officiele naam van de Amsterdamse dierentuin Artis herinnert eraan dat de natuur altijd een voorbeeld voor de kunstenaars is geweest. Artis is een verkorting van de Latijnse spreuk Natura Artis Magistra, wat letterlijk betekent: de natuur is de leermeesteres van de kunst. Als je dus zin hebt om naar Artis te gaan terwijl je eigenlijk je huiswerk moet maken, dan kan je tegen je ouders zeggen: ik ga even bij een lerares op bezoek.

In de musea voor moderne kunst kan je ontdekken dat de kunstenaars niet meer zo druk bezig zijn met het schilderen naar de natuur. Dat hoeft ook niet want met een fototoestel of een filmcamera kan je de mooiste opnamen van hangbuikzwijntjes, dolfijnen, mensen of giraffen maken. Maar of je nu schildert of foto's maakt, alles begint met kijken. Vorige week heb ik in Artis onder andere weer eens lang naar een giraffe gekeken die toevallig net een baby van een meter tachtig had gekregen. Een giraffe is een hoefdier maar ik vind het een kunstwerk. De giraffe is voor mij een levend beeld van zes meter hoogte. De vormen van het giraffe-beeld zijn allemaal even sierlijk en verrassend: de uitermate lange poten en hals, de oren die op gespreide vleugeltjes lijken, de kleine, met huid beklede hoorntjes die parmantig boven zijn hoofd staan, zijn zeker dertig centimeter lange, spits toelopende tong en niet te vergeten zijn ranke, van een golvend haarpluimpje voorziene staart.

Maar de giraffe is niet alleen een bewegend beeldhouwwerk, hij is ook nog een wandelend schilderij. Zijn huid ziet eruit als fluweel en heeft een heel bijzonder patroon. Het is alsof iemand met een penseel rond iedere roestbruine of zandkleurige vlek op zijn huid een dunne witte lijn heeft getrokken. Die kleurige vlakjes zijn kunstig verdeeld over zijn hele lijf. De kleinste vlakjes vind je op zijn poten, dan worden de vlakken groter maar boven in zijn hals worden ze weer kleiner. De baby-giraffe die ik zag, was natuurlijk even mooi afgewerkt als zijn moeder, al hing er nog een klein draadje aan zijn buik, een navelstrengetje. Zo zie je maar weer dat sommige kunstwerken gewoon geboren worden.