Een vrouw verslaat de wereld

Kan de hele wereld worden vastgelegd op een schilderij? Soms lijkt het een schilder of tekenaar te lukken om iets te bewaren wat de natuur verloren deed gaan.

Soms probeert een schilder niet alleen de al lang bestaande natuur, maar ook alles wat wij aan haar hebben toegevoegd in zijn greep te krijgen. Neem nu de Engelse schilder Mike Wilks. Hij ontwierp The Ultimate Alphabet. In vier jaar maakte hij van elke letter met acrylverf een schilderij. De zesentwintig doeken bij elkaar boden op het laatst plaats aan een kleine achtduizend onderwerpen.

Het was nog maar een fractie van het aantal dat Wilks voor ogen stond. Hij wilde al het bestaande over zijn alfabet verstrooien, maar die taak ging zijn krachten te boven. Het zou hem, in zijn berekening, meer dan twintig jaar hebben gekost. Het was zijn ambitie duurzaam werk te maken. Hij verdiepte zich in de techniek van de renaissance-schilders. Op sommige plekken van het doek bracht hij, om de juiste kleur te krijgen, meer dan twintig verflagen aan.

Ik kijk naar de B, een letter met 538 onderwerpen. De voorstelling maakt op het eerste gezicht een volslagen willekeurige indruk. In de verte zijn twee mannen met elkaar in gevecht, in het midden danst een vrouw op een paard en voorin staat een heterogeen gezelschap waarin een advocaat, een naakte vrouw met de kop van een kat, een kind met een slab om, een geblinddoekte geestelijke en een gehelmde vrouw met een vaandel zijn te onderscheiden.

De wetenschap dat dit een verbeelde letter van het alfabet is doet elke willekeur verdwijnen. De twee boksers, een balletdanseres, een baby en een blinddoek maken het ook de Nederlandse lezer duidelijk dat hij zich op het gebied van de B bevindt. Van sommige beelden die de tweede letter van het alfabet gestalte moeten geven voelt hij zich door het Engels gescheiden.

Kijken wordt vertalen. Vaandel is banner, advocaat wordt barrister en op de stenen plint zie ik geen tor, maar een beetle en de kogel naast hem is natuurlijk een bullet.

Wilks heeft zijn alfabet ook voor de Engelse lezer als een grote zoektocht ontworpen. Er zijn minder bekende woorden in de voorstelling ondergebracht als een uitdaging aan de gebruiker van dit ABC, hij zal ze moeten opdelven.

Dat zijn de uithoeken van het Engels die ik niet bereik, de taal blijft beeld. Als ik niet verder kom sla ik het boek dicht. Gelukkig dat dit alfabet niet in het Nederlands bestaat, dan zou elke schikking onmiddellijk duidelijk zijn. Door Wilks wordt zichtbaar hoe sterk het beeldend Engels van het Nederlands verschilt.

Hoe aardig die landschappen, mensen, dieren en dingen ook zijn gerangschikt, ze blijven zelfgenoegzaam in hun eigen schoonschrift steken. Wilks trachtte de hele wereld in zijn greep te krijgen. Maar die ontkomt met gemak aan zijn hoogst academische stijl.

Bijbel

Tegenover een pompeus werk van vier jaar staat de vluchtige tekening. Ik pak een boek met afbeeldingen van tekeningen en aquarellen uit de verzameling van het British Museum. Nog aangestoken door het alfabet begin ik eerst naar de betekenis van het in de catalogus afgebeelde werk te zoeken. Soms biedt het daar alle aanleiding toe. Verscheidene voorstellingen zinspelen op de bijbel of een bepaalde ontwikkeling in de maatschappij. Maar meestal ontbreekt elke tendens en heeft de tekenaar tegenover een onderwerp gestaan dat alleen door zijn blik en techniek een reden van bestaan kan krijgen. En op de hele wereld lijkt hij niet uit te zijn.

In 1637 tekende Rembrandt in een verloren uurtje met houtskool een olifant. Wat een terloopse humor zit er in zijn rimpelige huid en dommige ogen, hij kijkt verbaasd naar zijn eigen slurf. Rubens schonk de ogen en de mond van zijn vrouw Isabella in 1622 een licht ironische glimlach, alsof ze nageniet van een grap die net door de beugel kon. In 1512 tekent een goed gekleed heer iets op een papiertje, Lucas van Leyden zag het. De man gluurt vanonder zijn muts door zijn brilleglazen naar zijn krabbel. Het wordt nergens benadrukt en toch merk je dat Van Leyden nauwelijks gelooft in het talent van zijn model.

Dan zie ik het Hoofd van een vrouw met zorgvuldig opgemaakt kapsel, zoals deze eens titelloze tekening in de catalogus heet. Het is een werk van Andrea Del Verrocchio. Naar het jaar van ontstaan wordt gegist; het moet ongeveer 1475 zijn.

De humor van Rembrandt, de ironie van Rubens en het licht karikaturale van Lucas van Leyden ontbreken hier. De kunstenaar heeft ook geen poging gedaan zijn tekening met een ingewikkelde kunstgreep a la Wilks te beheersen.

Wie zou er voor het portret hebben geposeerd? Del Verrocchio heeft zijn model, dat hij met zwart krijt en witte dekverf tekende, zeker gekend. Toch geloof ik niet dat het hem alleen om een goede gelijkenis gaat.

Hij heeft het gezicht van de vrouw zo virtuoos en tegelijkertijd zonder enig vertoon getekend dat het verschillende begrippen naar zich toelokt. De oogleden worden bespeeld door zwaarte, het hoge voorhoofd door koelte en de golvende haren door afstand. Het licht wordt door de wenkbrauwbogen, de neus en de wangen tot de meest uiteenlopende schaduwtinten verbogen, alsof alleen dit gezicht een begrip als lichtval kan verduidelijken.

Ook de tijd zette hij naar zijn hand. Er zijn gebeurtenissen waaraan geen nauwkeurig tijdstip is te hechten zoals het ouder worden van een gezicht. Die anders over jaren verspreide vergankelijkheid heeft Del Verrocchio in een voorstelling ondergebracht. Hij schonk de jeugd aan het blanke voorhoofd, de beginnende ouderdom vermengde hij met de oogleden, liet hij opgaan in de donkere plekken onder de ogen en in de lijnen die van de neusvleugel naar de mondhoek lopen.

De schat die Del Verrocchio op de natuur buitmaakte is nu meer dan vijfhonderd jaar oud. En soms is het of diezelfde natuur toch iets opsteekt van een tekenaar met zijn talent. Een paar jaar geleden werd in de Middellandse Zee een Phoenicisch schip gelicht. De lading bestond uit potjes zalf en flacons met reukstof.

De geur was voorbeeldig bewaard gebleven.