De oerhut

Het Parthenon is een oude tempel die ongeveer 2430 jaar geleden in Athene werd gebouwd. Het gebouw is nu een ruine: het heeft geen dak meer en stukken muur zijn omgevallen. Toch vinden veel mensen het Parthenon nog steeds het mooiste gebouw op de wereld. Hoe komt het toch dat zoveel mensen zo'n oude ruine zo mooi vinden? De Romeinse architect Vitruvius, die 2000 jaar geleden leefde, dacht dat hij het antwoord wist. Wij vinden het Parthenon zo mooi, schreef hij, omdat het gebouw op de natuur lijkt. Dat is een vreemd antwoord, vond ik eerst. Want hoe kan een stenen gebouw nu op iets uit de natuur lijken? Van een schilderij kun je je voorstellen dat het mooi is omdat de bomen, mensen en dieren heel precies zijn geschilderd. Maar een gebouw kan de natuur toch niet naapen? Toch hield Vitruvius vol dat je in een tempel iets van de natuur kon zien. Om dat te bewijzen vertelde hij een verhaal over het ontstaan van de eerste hut. Eerst leefden de mensen net als dieren in grotten of gewoon in het bos. Maar op een dag ontdekten de mensen dat ze konden praten en anders waren dan de dieren. Toen wilden ze ook niet langer leven zoals de dieren en begonnen ze een hut te bouwen. Dat deden ze zo. Eerst zetten ze twee rijen boomstammen neer. De openingen tussen de stammen vulden ze op met modder. Boven op die boomstammen legden ze stevige takken. Van dunne takjes en bladeren maakten ze een schuin dak en legden dat op die stevige takken.

Volgens Vitruvius heeft het Parthenon dezelfde vorm als die eerste natuurhut. Eigenlijk is het Parthenon een oerhut van steen: de boomstammen zijn veranderd in zuilen, de stevige takken zijn stenen balken geworden en de bladeren zijn vervangen door dakpannen. Ook een gebouw kan dus op de natuur lijken. Of het antwoord van Vitruvius waar is, weten we niet. Misschien heeft hij wel alles verzonnen.