De bochten van een spier

Op de middelbare school bestond 'tekenen naar de natuur' uit bezoeken aan de dierentuin, waar de zielige kuikentjes die opgegeten moesten worden de aandacht nogal van de kunst afleidden. Op de academie waren het de naaktmodellen: zielig, mager, koud.

Op de dinsdagmiddag trok de eerste klas van de middelbare school naar de dierentuin. Het was de bedoeling een beest uit te zoeken, dat herkenbaar in een schetsblok moest worden afgebeeld. Herkenbaar, maar ook mooi, dus arceringen op de plekken waar haren zaten en duistere vlekken, waar zich oog- en oorholtes bevonden. Menigeen hoopte dat het ging regenen. Een excuus om onderdak te zoeken in het restaurant. Veel klasgenoten verdwaalden onderweg naar de dierentuin, die om de hoek van de school lag. Ze tekenden liever thuis een lama of een hagedis, aan tafel, naast de dierenencyclopedie. Anderen gingen na binnenkomst verstoppertje spelen, om onzichtbaar weer in de buurt van de uitgang terecht te komen. Er was nog een laffere ontsnappingspoging: zo lang twijfelen over een dierkeuze dat de tekenles voorbij was op het moment dat je wist welke kooi het zou worden. 'Ja, mijnheer, kijk maar, ik maakte een eerste opzet en toen moesten we naar Frans. 'De tekenliefhebbers zochten een zenuwachtig dier uit, geen uil of olifant, want die beroepsposeurs waren zo sloom, daar was geen eer aan te behalen. Maar voor een doodshoofdaapje, dat hysterisch van tak naar tralie vloog, of voor een alerte gier, die zich rukkend en trekkend tegoed deed aan een koeieschedel, had je talent nodig. Ze moesten in hun bewegingen 'gevangen' worden.

In diezelfde vogelkooien lagen wel eens dode kuikentjes. Achter de schermen van de diergaarde waren ze omgebracht. Alle teken-ambities verdwenen als een van de leerlingen een actie op touw zette om het donsleven te redden voordat het te laat was. In een tupperware-bakje of een jaszak verlieten de eendjes hun executieplaats om thuis, onder een warme lamp, bij te komen van de schrik. Een paar weken later beklaagden de ouders van die kinderen zich over de jonge kippen in de keuken. Of die beesten niet terug konden naar de dierentuin, want daar hadden ze het veel beter dan onder het aanrecht.

De oppassers namen de beesten dan dankbaar in ontvangst en als de dierenvrienden de volgende dag weer tekenles hadden gehad, hadden ze de lijkjes van hun voormalige huisdieren in de buurt van de krokodillen zien ronddrijven. Na zo'n gruwelijke ontdekking toverden de ouders een dierenhemel tevoorschijn. En zo kwam alles toch nog goed.

Later, op de academie, zette de tekenklas nooit een voet in de buitenlucht. Ja, er waren vrolijke picknicks op landgoederen en fietstochten langs de Seine, maar dan had iedereen het druk met eten en drinken en roddelen. Een dierentuin of een bos stond niet op het academie-rooster. Voor het 'tekenen naar de natuur' huurde de school levende modellen in. De gipsen afgietsels van klassieke jongelingen waren in de jaren zestig door opstandige schoolgenoten in puin geslagen. Alles moest anders. Twintig jaar later worden vermogens neergeteld voor deze requisieten, decoratieve toeschouwers in bad- en slaapkamers. Op de academie pakte de docent het portrettekenen grondig aan. 'Je ziet een iris maar half. Het is geen knikker. Kijk dan naar dat ooglid, dat hangt er toch overheen.'

Of het nu een oorschelp of een bovenlip was, de welvingen moesten tot in de perfectie kloppen. En dat valt bij een bovenlip, die overschaduwd wordt door twee neusvleugels, niet mee. Ook het kapsel mocht niet worden afgedaan met een paar opschepperige potloodvegen of houtskoolvlekken. De richting van de haarlokken, het volume en de lichte of donkere tint dienden in grijstonen de onverbiddelijke werkelijkheid te naderen.

Een keer in de week zat er een naaktmodel in het lokaal. Meestal dames, zelden een heer. Met straalkacheltjes probeerde de docent het een beetje behaaglijk te maken. Afgaande op de snelheid waarmee in de pauze de badjas aanging, moet de school daarin tekort geschoten zijn. De studenten hadden te doen met het naakt dat meestal niet uit liefhebberij, maar voor de verdiensten 'ging zitten'. Over lichamelijke tekortkomingen werd niet gerept. Ook niet in het geniep. Soms maakte een klas zich zorgen over een anorexia nervosa-model, aan wie, vergeefs, gevulde koeken werden gepresenteerd. Een gebaar dat uit een gemeenschappelijk schuldgevoel voortkwam. Deugde het eigenlijk wel om iemand met een ziekelijk gebrek aan eetlust te laten opdraven voor een les 'anatomisch tekenen'?, zo vroegen we ons af. Eerst stonden er langdurige standjes op het programma. De leraar deed aan een model voor hoe hij zich een bepaalde houding voorstelde en daarna trok de klas van leer op reusachtige tekenvellen. Dijen, armen, rompen en kuiten werden teruggebracht tot ovalen, golven of spiralen en later moesten daar complexere onderdelen, zoals knieschijven en buikplooien aan worden toegevoegd. Soms vergat je de grote lijnen, er moest meteen 'kunst' gemaakt worden, of, zoals het in De Nieuwe Salon van D. Kraaijpoel heet, iets 'nooiteerdermeegemaakts'. Aan het eind van de les bleek dan dat het hoofd net niet op het vel papier paste.

Af en toe wees de leraar met zijn potlood aan waar de knelpunten zaten, welke bochten een spier vanuit de dij naar de enkel te zien gaf en hoe de plasticiteit van borsten en billen geaccentueerd kon worden. Omdat het merendeel van de studenten uit vrouwen bestond en omdat onder feministisch vaandel besloten was 'niks meer te pikken' van het andere geslacht, werd er streng op toegezien dat de leraar zijn hand of potlood ver genoeg verwijderd hield van alles wat vrouwelijk en bloot was. Bij een docent had de klas zo haar bedenkingen. De meeste tekentijd ging op aan het scherp in de gaten houden van dreigende handtastelijkheden.

Of het geduld van de klas of dat van de leraar nu opraakte, of dat de modellen hogere eisen gingen stellen, de standjes werden steeds korter. In twee, drie minuten, even snel, moest een leunend, slapend, knielend of strompelend naakt raak worden neergezet. Moeilijke oefeningen, waarbij je verlangde naar een slingeraap of een aasgier.

Na afloop van de sessie liep het model vaak nog even langs de ezels, nieuwsgierig naar de tekenresultaten. De kou, de gene, de verkrampte spieren moesten toch iets hebben opgeleverd. Zelden keek ze tevreden, zelden leek een schets op haar spiegelbeeld, zelden vroeg ze of een tekening als souvenir mee naar huis mocht. De student deed er meestal goed aan deze 'vroege werken' zo snel, en, voor het naakt, zo geruisloos mogelijk te laten verdwijnen.