Bemanning fregat is tamelijk ontspannen over Golf-reis; 'Zo'nervaring krijg je nooit meer'

DEN HELDER, 15 aug. 'Tot ziens, dat is het positiefste wat ik kan zeggen.'

Feronica Baltus (24), matroos op het marinefregat Pieter Florisz, maakt zich geen illusies over de reis in de richting van de Golf. 'Ik heb thuis heel realistisch gezegd dat ik naar de oorlog ga. Er is een kans dat je niet terugkomt, dat hoort bij je beroep.' Feronica Baltus werkte aanvankelijk als hovenier, 'maar om dat nou tot je zestigste te doen... Ik ben blij dat ik bij de marine ben'.

Het is haar tweede reis op de Pieter Florisz bij de geneeskundige dienst, voor de reis naar de Golf drie man sterk. Onderweg zijn kleine ongelukjes en lichte verwondingen te verwachten, maar als het echt moet kan aan boord ook geopereerd worden. 'Als bij iemand een been half is afgerukt, moet je iets doen.'

De geneeskundige dienst krijgt ook met psychische noden te maken. Heimwee slaat soms onverwachts toe, maar het zijn vooral problemen en zorgen thuis die de zeevarende aan het piekeren kunnen brengen. Om het moreel hoog te houden wordt aan de victualien evenveel zorg besteed als aan de bewapening. Dozen vol crispy chips, pinda's en drop, blikjes cola en chocomel en vaatjes bier worden van de kade in Den Helder aan boord gebracht, terwijl tegelijkertijd op het voorschip munitie wordt geladen.

Sergeant-majoor hofmeester Ruud te Grotenhuis is chef logistieke dienst. 'Voor deze reis hebben we een aantal bestellingen moeten herzien', zegt hij. Gezien de onzekerheid over de bevoorrading in het Midden-Oosten is veel groente en vlees in blik ingeslagen. De capaciteit van de diepvries is toereikend voor zes weken, daarna moeten de conserven worden aangesproken. Fruit is al eerder op, maar brood wordt elke dag vers gebakken. De warme maaltijd wordt 's middags geserveerd, bij de wisseling van de diensten. 'Het eten bij de marine staat goed bekend. Het is heel lekker en vaak is er een keuzemenu. We zorgen natuurlijk voor voldoende vitaminen', aldus Te Grotenhuis. Over de reis zelf heeft hij 'gemengde gevoelens', iets dat volgens hem voor zeker de helft van de opvarenden geldt. 'Ik ben getrouwd en ik heb een kind', zegt hij ter verklaring.

Er zijn wel wat traantjes gelaten toen het doel van de reis bekend werd, zegt een matroos. Een zwangere echtgenote thuis of een zieke moeder maken het afscheid moeilijker. Van de dienstplichtigen aan boord van de twee fregatten, acht op een totaal van vierhonderd koppen, heeft er slechts een afgehaakt. De anderen hebben, omdat hun diensttijd binnenkort afloopt, vrijwillig bijgetekend voor de toch wel bijzondere reis.

Matroos Sascha (19) zit achter de radar. Ze is enthousiast over de reis: 'Zo'n ervaring maak je nooit meer mee. Mijn ouders en mijn zus staan er ook helemaal achter. Ze reageerden net zo nuchter als ik.'

Met videofilms en een beetje sporten denkt ze de vrije tijd wel door te komen. De sport kan dienen om wat stoom af te blazen. 'Er komen natuurlijk spanningen, je zit aldoor op elkaars lip.'

In de meisjeskamer met driehoog gestapelde bedden voor twaalf personen is de privacy minimaal. Voor de mannelijke matrozen zijn de kamers hetzelfde, 'alleen wat minder rommelig', taxeert een mannelijke collega.

Wil van Dieten (44), chef wapentechnische dienst, weet nog niet of hij mee gaat, maar hij probeert het wel. Sinds zijn zeventiende is hij bij de marine. Uitgerekend nu, tegen het einde van zijn varende loopbaan, wordt hij afgelost. 'Mijn opvolger heeft niet zo'n trek in deze reis, maar ik wil wel mee. Het werk is interessant en ik kom op plaatsen waar ik nooit geweest ben.' Van Dieten kent het schip en de bemanning en heeft daar het volste vertrouwen in. Ook het risico van chemische wapens schrikt hem niet af. 'Gas op zee heeft niet zoveel zin, omdat het veel sneller verwaait dan boven land. Je kunt het schip gasdicht afsluiten, alles op overdruk zetten en wegvaren. Dat werkt perfect.'

De twintigjarige matroos Jeroen Blom is ook geen thuisblijver. 'Varen vind ik heel mooi, je ziet nog eens wat. Mijn moeder ziet het helemaal niet zitten. Om mij maandag te komen uitzwaaien, daar heeft ze moeite mee, maar ik ben er vrij laconiek onder. Je weet dat zoiets kan gebeuren.'

In de commandokamer werkt Blom mee aan het ontdekken van vliegtuigen en raketten op de radar. Snel reageren is noodzaak, al liggen luchtaanvallen op de Nederlandse fregatten niet voor de hand. 'Maar een raket ziet niet of het een Amerikaans of een Nederlands schip is.'

De reis naar de Golf vindt hij 'spannend'.

'Er kan van alles gebeuren.'

De commandant van de zeemacht, vice-admiraal J. van Renesse, voorziet als 'probleempje' juist het wegebben van de spanning na de eerste veertien dagen van de trip. 'Dan kan het heel saai worden en slaat de verveling toe. Er is niet zoveel ontspanning aan boord.'

Voor de vice-admiraal is dat binnenkort geen probleem meer. Hij gaat met pensioen, vrijdag wordt zijn opvolger geinstalleerd. De commandant van de Pieter Florisz, ir. L. Nieuwenhuis, is wiskundige. Zijn liefhebberij is rugby, maar aan boord denkt hij zich te kunnen redden met het bijhouden van zijn wiskunde en het luisteren naar muziek.