Westerse regeringen twisten over uitleg artikelen VN-handvest

ROTTERDAM, 14 aug. Westerse regeringen die troepen of marineversterkingen naar de Golf sturen bleken het gisteren niet eens te zijn over de vraag aan welke juridische grondslag uit het handvest van de Verenigde Naties zij hun optreden moeten ontlenen. De Veiligheidsraad van de VN heeft op 6 augustus een resolutie aangenomen waarin op grond van artikel 41 van het Handvest een embargo tegen Irak is afgekondigd. 'De Veiligheidsraad kan beslissen welke maatregelen, die niet het gebruik van geweld inhouden, genomen zullen moeten worden om zijn beslissingen te doen uitvoeren, en kan een beroep doen op de leden van de Verenigde Naties om zodanige maatregelen toe te passen. Deze kunnen omvatten het algemene of gedeeltelijke afbreken van de economische betrekkingen en van spoor-, zee-, lucht-, post-, telegraaf en radioverbindingen en andere middelen van verkeer, alsmede het afbreken van diplomatieke betrekkingen.'

Op grond van het embargo zijn de Leden van de VN verplicht hun onderdanen en mensen op hun grondgebied van handel met Irak te weerhouden.

Een blokkade gaat echter verder omdat deze het gebruik van strijdkrachten inhoudt, met name de marine die moet voorkomen dat het embargo wordt gebroken. In dat geval kunnen schepen van derde landen en schepen die onder Iraakse vlag varen door marinepatrouilles worden onderzocht en tegengehouden. Indien bij een dergelijke actie geweld wordt gebruikt kan Irak dit opvatten als een 'daad van oorlog' waardoor het conflict in de Golf kan escaleren.

De VN hebben (nog) niet tot een blokkade besloten, een mogelijkheid waarin artikel 42 van het Handvest voorziet. 'Mocht de Veiligheidsraad van oordeel zijn dat maatregelen als bedoeld in artikel 41 ondoelmatig zouden zijn of dat gebleken is dat zij ondoelmatig zijn, dan kan hij optreden met zodanige lucht-, zee- of landstrijdkrachten, als noodzakelijk zal zijn om internationale vrede en veiligheid te handhaven of te herstellen. Zodanig optreden kan omvatten demonstraties, blokkade, en andere operaties met lucht-, zee-, of landstrijdkrachten van leden van de Verenigde Naties.' De Verenigde Staten en Groot-Brittannie eisen echter het recht op om schepen tegen te houden die ervan worden verdacht het embargo tegen Irak te breken. In regeringskringen in Washington en Londen wordt echter het woord 'blokkade' met opzet vermeden. Woordvoerders spreken over 'onderschepping' omdat Irak een blokkade eventueel met het gewelddadig tegenhouden van schepen zou kunnen opvatten als een oorlogshandeling.

De VS en Groot-Brittannie funderen het 'recht tot onderschepping' op het verzoek van de 'legitieme regering van Koeweit' de regering van de naar Saoedi-Arabie gevluchte emir tot bijstand. De VS hebben dit verzoek zondag ontvangen en Groot-Brittannie gisteren. De emir baseert zijn verzoek op artikel 51 van het Handvest. 'Niets in dit Handvest zal afbreuk doen aan het natuurlijke recht tot individuele of collectieve zelfverdediging, indien een gewapende aanval plaatsheeft tegen een lid van de Verenigde Naties, totdat de Veiligheidsraad de maatregelen heeft genomen die nodig zijn voor het handhaven van internationale vrede en veiligheid (... ..).' Volgens de VS en Groot-Brittannie geeft artikel 51 het recht Koeweit te helpen en inbreuken op het embargo tegen te gaan. De Franse regering steunt deze uitleg echter niet omdat volgens Parijs het stadium van artikel 51 reeds is gepasseerd. De Veiligheidsraad heeft namelijk al een besluit genomen (tot een embargo) op grond van artikel 41 en zou voor een blokkade opnieuw een besluit moeten nemen op basis van artikel 42. De secretaris-generaal van de VN, Javier Perez de Cuellar, heeft uitdrukkelijk op deze situatie gewezen toen hij zich verzette tegen gebruik van het woord 'blokkade'. Eventuele Britse en Amerikaanse marine-acties in het Golfgebied om een blokkade tegen Irak te bewerkstelligen zijn daarom volgens Perez de Cuellar zuiver nationale acties die niet plaatshebben onder de vlag van de VN. Amerikaanse, Britse en Franse diplomaten bij de VN zijn uitvoerig overleg begonnen om een oplossing te vinden voor de juridische meningsverschillen die kunnen leiden tot uiteenlopende interpretaties van de taken van de Westerse marine-macht in de Golf.