WAT HEET WREED?

Het was eb en de zon stond nog maar een handbreed boven de horizon, er lag een heleboel zilver over water en wad. We zaten in een hut op poten en keken naar vogels in de verte. Tussen bedrijvige steltlopers stond een bergeend. 'Weinig bergeenden eigenlijk', zei ik. 'Bergeenden', herhaalde Bruno meewarig.

Die brachten er hier niets van terecht, steevast raakten ze hun jongen kwijt. Als ze met een kluitje kuikens het wad op gaan, worden ze aangevallen door zilvermeeuwen. De ene ouder gaat achter de eerste meeuw aan, de andere ouder gaat achter de tweede meeuw aan en de derde meeuw vreet de kuikens op.

Een keer was er een paartje dat het beter aanpakte. Ze weerden de duikvluchten van de meeuwen af, maar bleven bij hun jongen en hielden ze netjes bij elkaar. Toen kwamen ze bij een geul en gingen ze te water. De meeuwen verhevigden hun aanvallen. Van schrik begonnen de kuikens onder te duiken. Ze kwamen op willekeurige plaatsen weer boven en raakten zo alsnog hopeloos verspreid. Allemaal opgevreten. 'Allemaal?' 'In tien minuten!' Een zilvermeeuw slokt zo'n kuikentje in een keer op. Je probeert je voor te stellen hoe het sterven dan gaat. Is dat stikken in de slokdarm? Of langzaam wegteren in het maagzuur? We tuurden weer een tijdje door onze telescopen. Al dat glinsterende zilver overal, goddelijk. Alle luiken van de hut stonden open en er was geen zuchtje wind. Een van die zeldzame gelegenheden dat je op het wad eerder te veel dan te weinig kleren bij je hebt.

Wat er ook mocht zijn, zei Bruno, dat was een krab zonder poten. Zo'n krab is te groot gebleken voor een wulp. Die beperkt zich dan tot het afbijten van de poten. Wat achterblijft is een machteloos klompje vlees. Onder het dekschild loeren donkere oogjes met ontzetting naar de wereld.

En een pad, zei ik, die wordt aangevreten door de larven van een speciaal vliegje. Die knagen zijn neus weg, daarna zijn ogen, ten slotte zijn hersenen en dan pas gaat de pad dood.

Zo kwamen we bij de natuurfilms, die iedereen wel eens ziet. De rennende gnoe, wiens darmen uit zijn lijf worden gerukt door achtervolgende hyena's. Het gillende aapje, dat is gegrepen door een chimpansee, die alvast maar een hap uit zijn rug neemt.

Ja, wreedheden. De zon was ondertussen een paar centimeter gestegen en het water ook. Een enorme groep groenpootruiters kwam zigzaggend onze kant op. En rose grutto's, nog in zomerkleed. En wulpen, regenwulpen, bonte strandlopers, steenlopers, witgatjes.

.

eindeloos. Dan zijn er mensen die een haas doden met een schot hagel, of een gruttokuiken met een cyclomaaier. Dat is welbeschouwd helemaal zo wreed niet. Dat is nogal humaan.

Maar als je zo redeneert, dan is een stiletto humaner dan kanker, moord te verkiezen boven ziekte.

Wreedheid is dus het punt niet, het gaat om verantwoordelijkheid. Het werd zelfs warm in de hut. We verlustigden ons aan de ogenschijnlijke ongereptheid van het wad, duizenden vogels in goed vertrouwen om ons heen. We leunden naar achteren tegen de wand en genoten met een zucht van het leven.

TEKENING PETER VOS