Slachtoffers van de Muur herdacht

BERLIJN, 14 aug. Oost- en Westberlijners hebben gisteren, voor het eerst gezamenlijk, de slachtoffers herdacht van de Berlijnse Muur. De DDR begon op 13 augustus 1961 met de bouw van de Muur en tot de openstelling op 9 november van het afgelopen jaar kwamen 77 mensen om het leven bij pogingen van Oost- naar West-Berlijn te vluchten. Functionarissen uit beide stadsdelen legden kransen bij de plaats waar Oostduitse grenswachten op 17 augustus hun eerste slachtoffer maakten, de 17-jarige Peter Fechter die bij een vluchtpoging werd neergeschoten. Fechter viel op enkele meters van de grenslijn, maar geallieerde soldaten durfden deze lijn niet over te steken waardoor de jongen doodbloedde. Het laatste slachtoffer was een 21-jarige man die in februari 1989 de dood vond. Burgemeester Tino Schwierzina van Oost-Berlijn drong bij de herdenking aan op het slopen van de 'mentale barrieres' tussen Oost- en Westduitsers. De Oostduitse minister van defensie, Rainer Eppelmann, onthulde een herdenkingsplaquette in de Bernauerstrasse die een gebroken kalasjnikovgeweer laat zien, het wapen waarmee de Oostduitse grenswachten waren uitgerust. Eppelman sprak de hoop uit dat de laatste restanten van de Muur op 2 december, de dag van de Duitse verkiezingen, zullen zijn verdwenen. Bij de Bernauerstrasse blijven echter enkele delen staan die deel zullen uitmaken van een daar op te richten openluchtmuseum. Eppelmann bepleitte gerechtelijke vervolging van hen die verantwoordelijk waren voor de opdracht om op vluchtelingen te schieten. (Reuter, AP)