Rechter: kapper mag omstreden haargroeimiddel blijvenverkopen

DEN HAAG, 14 aug. Kappers en postorderbedrijven mogen het haargroeimiddel minoxidil blijven verhandelen.

Dat heeft vice-president mr. H. J. van den Hul van de Haagse rechtbank bepaald in een kort geding van het Amerikaanse farmaceutische bedrijf Upjohn tegen de Haagse kappersgroothandel Du Pont.

De Haagse vice-president is van mening dat een uitspraak van het Hof in Luxemburg waar een procedure loopt van Upjohn tegen het bedrijf Farzoo, dat minoxidil fabriceert zowel in het voordeel van Upjohn als in dat van Farzoo kan uitpakken en wil de handel in minoxidil als kosmetisch produkt daarom niet verbieden.

Upjohn heeft sinds juni 1987 het middel regaine op de markt, een lotion voor bepaalde vormen van kaalheid, waaronder alopecia androgenetica, de mannelijke kaalheid. Regaine bevat een twee-procents-oplossing van de werkzame stof minoxidil, die ook wordt gebruikt als vaatverwijdend middel bij de bestrijding van hoge bloeddruk. Volgens de fabrikant kan het gebruik van minoxidil in enkele gevallen gevaarlijk zijn. Om die reden heeft Upjohn het middel laten registreren als geneesmiddel, zodat het alleen onder toezicht van een arts kan worden gebruikt.

Vier jaar geleden heeft echter ook het Helmondse bedrijf Farzoo minoxidil onder die naam op de markt gebracht, niet als geneesmiddel maar als cosmeticum. De EG bepaalde toen dat minoxidil vanaf 1 januari dit jaar niet meer als cosmeticum mocht worden geproduceerd en vanaf volgend jaar niet meer als zodanig mag worden verhandeld.

Upjohn spande tot tweemaal toe een rechtszaak aan in Den Bosch, omdat de firma het onrechtmatig vond dat Farzoo de stof via kappers en postorderbedrijven verhandelde, terwijl het als geneesmiddel was geregistreerd.

De rechtbank en het Hof in Den Bosch oordeelden echter dat kaalheid geen ziekte of gebrek is en minoxidil daarom niet kan worden aangemerkt als medicijn in de zin van de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening.

In cassatie stelde de Hoge Raad dat het Europese Hof in Luxemburg eerst moest antwoorden op twee vragen: kan een produkt dat geen therapeutische of profylactische eigenschappen heeft met betrekking tot ziekten bij mens of dier toch als geneesmiddel worden aangemerkt? En zo ja, wanneer is een preparaat geen geneesmiddel meer en wordt het een kosmetisch produkt? Het Hof in Luxemburg heeft een oordeel gevraagd aan het Tribunal de grande Instance in Nice, dat nog niet gereed is.

Intussen heeft Upjohn vorig jaar opnieuw een kort geding aangespannen tegen Farzoo bij de Haarlemse rechtbank, die minoxidil wel als geneesmiddel aanmerkte en daarom de handel in de stof als cosmeticum verbood. Daartegen is door Farzoo beroep ingesteld bij het Gerechtshof in Amsterdam, dat op 30 augustus uitspraak doet.