Politiek-militaire alliantie voor nieuwe president uitweg uiteconomische crisis; Fujimori gaat schuil achter leger Peru

ROTTERDAM, 14 aug. Terwijl hongerige Peruanen 'proletarisch' rooien op de aardappel- en bloemenkoolakkers, gewapende bendes vrachtwagens met voedsel overvallen en politie en leger schieten op plunderaars en demonstranten in het door hyperinflatie verder naar de afgrond glijdende land, vraagt men zich in Lima hardop af in welke mate het leger de werkelijke nieuwe macht in Peru vormt. In toenemende mate wordt duidelijk dat de vorige maand als president geinstalleerde landbouwingenieur en politieke nieuweling Alberto Fujimori zwaar op het leger leunt om zijn drastische hervormingsplannen voor Peru te verwezenlijken. Dat het leger in feite Peru bestuurt.

De van Japanse ouders afstammende Fujimori was in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in april dit jaar de grote verrassing toen hij als zeer goede tweede eindigde achter de rechtse schrijver-politicus Mario Vargas Llosa, die hij vervolgens in de tweede ronde op overtuigende wijze versloeg. Maar nadat uit de opgetrokken stofwolken van de keiharde verkiezingscampagne de grauwe economische realiteit van Peru opdoemde, bleek dat Fujimori ondanks al zijn stemmen geen politieke basis heeft.

Met de tot vervelens toe uitgesproken belofte dat hij in tegenstelling tot Vargas Llosa geen 'schoktherapie' voor de Peruaanse economie voorstond, wist Fujimori zestig procent van het electoraat achter zich te krijgen. Maar nog geen twee maanden na de verkiezingen van begin juni bekende hij zich tot dezelfde methodes welke hij in de campagne zo fel had bestreden. Vorige week kondigde zijn premier en minister van economische zaken, Juan Hurtado Miller, de eerste stappen van het schokplan aan: prijsverhogingen van 700 tot 3.000 procent voor voedsel en benzine. De gewelddadige en wanhopige reactie bleef niet uit.

De ontluistering in Peru is groot. Niet alleen uit de linkse APRA-partij in de eerste ronde van de verkiezingen al verslagen van ex-president Alan Garcia, ook uit Fujimori's eigen gelegenheidspartij Cambio (verandering) 90 klonken luide protesten op. 'Agressie tegen het volk', noemde de linkse senator Henry Pease de plannen van Fujimori. 'Verraad', oordeelde de leiding van de APRA, die in de tweede ronde Fujimori had gesteund tegen Vargas Llosa en ondanks het stembusverlies een belangrijk aantal zetels in het parlement heeft. De fractieleider van Cambio 90 in het Huis van Afgevaardigden kondigde aan tegen de plannen van de eigen president te zullen stemmen.

Op zoek naar een politiek voertuig voor komende, ongetwijfeld nog veel meer ingrijpende maatregelen heeft Fujimori nu een soort politieke alliantie gesloten met het leger, het enige maatschappelijke instituut met enige cohesie, zo stellen verschillende politieke analisten in Peru. De hypothese wordt gesteund door een aantal feiten. Als een van zijn eerste daden als president ontsloeg Fujimori de naar eigen zeggen niet op Japanners gestelde chef-staf van de marine, admiraal Alfonso Panizo en zijn corrupte collega van de luchtmacht, generaal German Vucetich. Tientallen hoge officieren van marine, luchtmacht en politie deelden hun lot, terwijl een groot aantal belangrijke (burger)posities door legerofficieren werd overgenomen. Als minister van binnenlandse zaken (politie, veiligheidsdiensten) werd benoemd generaal Adolfo Alvarado en op Defensie kwam generaal (b.d.) Jorge Torres Aciego. Als troost kreeg de marine in de persoon van admiraal (b.d.) Raul Sanchez Sotomayor het ministerie van visserij.

Waarnemers in Peru spreken momenteel over een bordaberrizacion van de Peruaanse politiek, onder verwijzing naar de Uruguayaanse president Juan Maria Bordaberry (1972-1976) die feitelijk een front vormde voor een militaire regering. Het gezaghebbende Peruaanse weekblad Caretas vroeg zich vorige week op de omslag zelfs af of er in Peru sprake is van 'neo-velascisme', een verwijzing naar president en (leger)generaal Juan Velasco Alvarado die van 1968 tot 1975 met een uniek mengsel van repressie en Peruaans marxisme trachtte een progressieve politiek van landhervormingen door te voeren.

De lang-verguisde, maar nu steeds openlijker vergoeilijkte periode van de militaire dictatuur (1968-1980) in Peru komt daarmee weer in het vizier. Een politieke waarnemer in Lima signaleert de opkomst van een nieuwe generatie officieren in het leger. Zij waren ten tijde van de zuiveringen na de contra-coup van generaal Francisco Morales Bermudez in 1975 onderofficieren en dus als onbelangrijk over het hoofd gezien; nu bezetten zij seniore rangen en koesteren hun links-ideologische bagage uit de tijd van Velasco. Deze officieren zouden de werkelijke nieuwe macht zijn in Peru voor wie Fujimori als facade dienst doen Fujimori's zuiveringen in marine (traditioneel de ultra-conservatieve 'kust-oligarchie') en luchtmacht (gecorrumpeerd door de drugsmafia die dankbaar van de infrastructuur gebruik maakt) hebben het overwegend uit de provinciale middenklasse opgetrokken leger nu bevestigd in de leidende rol binnen de strijdkrachten, maar ook in het landsbestuur. Al onder president Garcia kreeg het leger verstrekkende bevoegdheden in wat de 'conflictieve gebieden' wordt genoemd. Meer dan de helft van Peru valt krachtens de noodtoestand onder militair bestuur. Met Fujimori als president lijkt een nieuwe militaire coup in Peru daarom overbodig.

Oproerpolitie arresteert in Lima studenten die betogen tegen de gevolgen van de drastische prijsverhogingen in Peru. (Foto AFP)