Ook voor Afrika geldt de democratische maatstaf

Afrikanen, kunnen ze met de democratie omgaan? Deze brandende vraag dringt zich op aan Afrika nu het zwarte continent in een politieke stroomversnelling is geraakt. Liberia verkeert in staat van ontbinding, Oeganda is al ten dode opgeschreven, terwijl landen als Kenia en Ivoorkust, ooit de parels van Afrika, in staat van faillissement verkeren.

Afrika is de Derde wereld binnen de Derde wereld, de nationale economieen zijn vastgelopen en uitgeteerd terwijl de heersende clans alle macht in handen hebben. Kenianen, Gabonezen, Zambianen en Zairezen zijn de afgelopen maanden de straat opgegaan om een meer-partijenstelsel te eisen. Zij zien in democratie de enige uitweg uit het tranendal van hongersnood, ziekte en onderdrukking.'Democratie leidt tot stammenstrijd', luidt het meest gehoorde bezwaar van Afrikaanse presidenten tegen het meer-partijenstelsel. Vreemd genoeg hetzelfde argument waarmee Hendrik Verwoerd in Zuid-Afrika de apartheid invoerde. Hij wilde de stammen apart houden in afzonderlijke 'bantoestans'. In werkelijkheid vrezen Afrikaanse leiders dat ze door hun onderdanen worden weggestemd, als straf voor machtsmisbruik en zelfverrijking. De Founding Fathers van Afrikaanse staten hebben economische ontwikkeling voortdurend vereenzelvigd met een sterk centraal gezag, staatsbedrijven en een groot ambtenarenapparaat onder de dekmantel van de ene 'Moederpartij'. De een-partijstaat (zowel van linkse als rechtse signatuur) zou leiden tot nation building. Maar dat is nooit gebeurd.

Grabbelton

De een-partijstaat maakte van het staats- en partij-apparaat een grabbelton voor de leider en leden uit zijn stam. De 'staat' is in Afrika synoniem voor zekerheid, rijkdom en geld graaien geworden. Hoge functionarissen vullen hun salaris aan met een forse greep in de staatsruif en lagere ambtenaren van gemeenteklerk tot politieman kloppen burgers geld uit de zak.

De Afrikaanse een-partijstaten zijn verloederd door het gezwel van corruptie en nepotisme: Afrika wordt bestuurd door kleptocratieen, een heerschappij van kleptomanen. Nergens ter wereld is het verschil tussen rijk en arm zo groot als in Afrika: de nouveaux riches uit de Afrikaanse villawijken doen kerstinkopen in Parijs of Londen, terwijl West-Europa geld inzamelt voor de hongerenden op het zwarte continent. Na zo'n dertig jaar onafhankelijkheid staat Afrika er slechter voor dan tijdens het kolonialisme, de Afrikanen zijn armer en minder vrij. In het machtscentrum van de 'staat' nestelden zich na de onafhankelijkheid autoritaire machthebbers met hun stamclan: in de een-partijstaat werd de veiligheid van de heersende stam de onveiligheid van alle andere. Strijd om de centrale macht ontaardde daarom, zoals in Liberia en Oeganda, meteen in stammenstrijd. Niet de machtsdeling van de democratie, maar de concentratie van macht in de een-partijstaat leidt tot een cyclus van burgeroorlogen en repressie.

Afrika's autoritaire leiders en hun meelopers hebben alle reden om de toekomst duister in te zien. De 'entente' tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie maakt hun strategische rol marginaal. De Zairese leider Mobutu is niet meer essentieel voor de VS en Moskou ziet Ethiopie en Angola als blokken aan het been. Voor Gorbatsjov bieden de kredieten uit de Bondsrepubliek meer soelaas dan de financiering van despoten in Afrika die marxistische retoriek plegen uit te kramen.

Daarnaast zien Afrikaanse leiders tot hun verbazing dat Zuid-Afrika, de 'booswicht' van het continent, zich in snel tempo hervormt. Zuid-Afrika zoekt niet alleen de uitweg uit de apartheid. Het ANC en de regering gaan onderhandelen over een grondwet die een democratische rechtsstaat garandeert. Zwarte Zuidafrikanen eisen terecht 'one man, one vote', terwijl hun blanke landgenoten er met evenveel recht op staan dat de meerderheid rekening houdt met de rechten van de minderheid. Machtsdeling in Zuid-Afrika, het recht om bij de stembus een keuze te maken uit diverse partijen de leiders in zwart Afrika zullen officieel 'verheugd' zijn als het zover is. Maar in hun pluche zullen zij lachen als boeren met kiespijn: wat goed is voor Zuid-Afrika, is immers ook goed voor de rest van het continent.

Luxe'One man, one vote' is een concept voor heel Afrika. De leiders op het zwarte continent en ook Westerse ontwikkelingsstrategen zien democratie in Afrika al te lang als een luxe, gereserveerd voor tijden van welvaart. Economische vooruitgang zou op democratie vooruitlopen. In werkelijkheid is het andersom. Een gezonde economische ontwikkeling is pas mogelijk als democratische rechten worden gerespecteerd, als de burger zich veilig voelt en het openbare bestuur vertrouwen geniet. Zo is in West-Europa 'democratie' ook aan de welvaartsstaat voorafgegaan, en niet anderom. 'Maar democratie is toch een Westers begrip', zeggen Afrikaanse leiders doorgaans. Nee, democratie is een universeel begrip, net als de rechten van de mens. Macht kan alleen nuttig worden gebruikt als deze wordt beperkt door tegenmacht, als machthebbers voor hun falen de sanctie van een verloren verkiezing kennen. Afrika hoeft niet de Amerikaanse grondwet over te nemen, maar het kan niet zonder stelsel van checks and balances met een vrije pers, vrijheid van vereniging en vergadering, een onafhankelijke rechtspraak en een wettige oppositie. Democratie is in Afrika nodig om de miljoenen allerarmsten, de stemlozen, een stem te geven en de heerschappij van schertsfiguren te voorkomen.

Het ontwikkelingsbeleid van veel Westerse landen ook dat van Nederland is er te lang van uitgegaan dat democratie in Afrika vanzelf wel zou komen. Te vaak wordt bij de verdeling van ontwikkelingsgelden in Afrika niet zo nauw gekeken naar democratische waarden die wij graag in onze grondwet verankeren. Te lang wordt de maatlat van de democratie op het zwarte continent een flink stuk lager gehouden dan elders. Zo kreeg een land als Ghana, onder leiding van legerkapitein Jerry Rawlings, vorig jaar betalingsbalanssteun om het tekort in zijn begroting te dichten. Een dergelijke maatregel heeft hetzelfde effect als het in het water gooien van een zak met miljoenen vanaf de Scheveningse pier. 'Het is nu eenmaal Afrika', luidt vaak het argument voor de lage maatlat: aan de rechten van de Afrikaan wordt kennelijk minder waarde gehecht dan aan die van een Nicaraguaan of Roemeen. Een moordpartij in Burundi, een burgeroorlog in Oeganda of een bloedbad in Liberia: voor de meeste Europeanen en ook de media zijn dergelijke gebeurtenissen als natuurrampen. 'Jammer, maar niets aan te doen.'NCOZodra het om Afrika gaat, wordt gemeten met andere maten, niet alleen door de regering ook door het gesubsidieerde actiewezen. Zo trekt de Nationale Commissie Voorlichting Bewustwording Ontwikkelingssamenwerking (NCO) 25 procent van haar subsidies voor actiegroepen uit voor de regio 'Zuidelijk Afrika'. De rest van Afrika moet het doen met drie procent.

Groepen die zich richten op 'Zuidelijk Afrika' zijn inconsequent als het om 'democratie' gaat. Het blanke bewind van Ian Smith in Rhodesie werd, terecht, te vuur en te zwaard bestreden, maar nu Zimbabwe's president Robert Mugabe als een spookrijder in zuidelijk Afrika bezig is een een-partijstelsel in te voeren, verstomt het protest. De maatlat van democratie ligt kennelijk lager zodra zwart regeert over zwart.

De NCO zou er goed aan doen scherpere criteria te hanteren bij de verdeling van gelden om te voorkomen dat de 'bewustwording' in Nederland een vergulde vorm van werkverschaffing wordt voor fellow travellers. En de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking, Pronk, zou bij de verdeling van gelden in Afrika het criterium 'democratie' ondubbelzinnig dienen te tellen: wie geen democratie wil, krijgt geen geld. Het Nederlandse ontwikkelingsbeleid is ten opzichte van Afrika te soft on democracy. Het heeft weinig zin steeds weer terug te vallen op vage begrippen als 'betere samenwerking', die door een ieder anders worden uitgelegd. De armoede in Afrika wordt niet opgelost als de geldgevers meehuilen met de wolven in het bos, uit angst te worden uitgemaakt voor neo-kolonialist. Nederland is een van de weinige landen die zoals de Verenigde Naties bepleiten een procent van het BNP uittrekken voor de Derde wereld. Een ingrijpend besluit van Nederland wordt daarom door andere gelddonoren opgemerkt. Het wordt tijd dat ons land een duidelijk 'politiek signaal' geeft om in Afrika de pleitbezorgers van democratie te steunen. Gelddonoren kunnen nog jarenlang miljarden in Afrika verstoken, maar het continent heeft pas een toekomst als alle Afrikanen werkelijk kunnen kiezen, als 'one man, one vote' geldt voor heel Afrika.

Nederland zal ongetwijfeld van Afrikaanse elites te horen krijgen dat 'Afrika zelf wel uitmaakt of er democratie komt'. Maar wie maken dat dan uit, de nouveaux riches zelf?