Nieuwe regels

Met de start van de vaderlandse voetbalcompetitie binnen bereik kon het niet uitblijven of er is weer wat te doen aangaande de toepassing van de spelregels. Zoals u in deze krant een paar dagen geleden hebt kunnen lezen, is er een voorlichtingsavond van de landelijke scheidsrechterscommissie gehouden. Daar zijn drie veranderingen besproken. De eerste spreekt mij het minste aan. Hoewel ik altijd met scheenbeschermers heb gespeeld, doet het mij ietwat overdreven aan die nuttige dingen verplicht te stellen. Spelers van destijds als Dick Advocaat en Soren Lerby deden het jaren lang zonder en waren zeker niet vaker of ernstiger geblesseerd dan collega's die voor geen geld zonder beschermers de wei waren ingegaan. Abe Lenstra droeg zelfs scheendekkers voor en achter. Ieder zijn meug.

Maar de beide andere wijzigingen zijn van groot belang. Men staat niet langer buitenspel als men gelijk staat met de voorlaatste verdediger van de tegenpartij. Daarin valt een kleine verandering ten voordele van de aanvallers te zien en alleen al daarom moet men er blij om zijn. Het is ook niet waar dat de taak van de rechtsprekers erdoor verzwaard wordt, want het is precies even lastig om te constateren dat die spelers op gelijke hoogte staan of juist niet. Iets anders is er aan de knikker rond de aangeprezen verschijning van de rode kaart indien een speler die is doorgebroken, op onreglementaire wijze wordt afgestopt dit alleen indien er sprake is van een duidelijke scoringskans. Het gaat natuurlijk om dat laatste begrip. Wat is een duidelijke scoringskans? Naar mijn smaak beperkt die zich niet tot de situatie waarin de aanvaller op een meter of vijf van het doel recht tegenover de keeper met de bal aan de voet klaar staat om te doelpunten. Wie werkelijk bruut, negatief voetbal wil aanpakken, moet iedereen die doorbreekt en rechtstreeks een gevaarlijke situatie schept maar buiten de regels om wordt gestuit, daaruit met een penalty of een andere rechtstreekse vrije trap tevoorschijn laten komen. Ook dient de dader richting kleedkamer te worden gestuurd. Alleen wanneer dat gebeurt zullen bikkelharde verdedigers zich, na een wellicht pijnlijke inwerkperiode, aan de nieuwe situatie aanpassen waardoor er correcter, positiever voetbal kan ontstaan. Een of twee seizoenen geleden toen er vijf speelronden waren afgelegd, waren er 235 gele en 12 rode kaarten in de vaderlandse competitie betaald voetbal gevallen. Maar het aantal toegekende strafschoppen was niet uitzonderlijk gestegen.

Nu was er uiteraard een flink aantal barre overtredingen buiten het zestien- metergebied voorgevallen. Naar mijn smaak bereik je de ideale toestand pas als voor een grove overtreding waar ook in het veld de bal op de stip moet worden gelegd. Maar afgezien daarvan er moet iets te wensen overblijven ontleenden sommigen aan het matige aantal penalties de vermeende logica dat de overtredingen niet de pan uitrezen. Ik denk dat ze dat menigmaal wel deden, maar dat scheidsrechters die geel of rood hadden getrokken de totale consequentie van hun ingrijpen niet aandurfden en het zo wel genoeg vonden.

Nico Scheepmaker noemde dat destijds arbitrale gemakzucht. Men geeft vlot een- of tweemaal geel en laat vervolgens dingen toe die om bestraffing schreeuwden: in de hoop dat het martiale gebaar naar de borstzak voldoende indruk zou maken om de affaire binnen de perken te houden. Typerend voor de luchthartige opvattingen bij menige club was intussen het feit dat slechts de helft van de profclubs op de voorlichtingsavond aanwezig was. Niet komen, maar straks van verontwaardiging in de hoogste boom klimmen als de nieuwe regel wordt toegepast. De arbiters gaan een moeilijk seizoen tegemoet.