Nederlanders in Koeweit en Irak bezorgd

ROTTERDAM, 14 aug. Nederlanders in Irak en Koeweit maken zich zorgen over de onveilige toestand, de onzekere toekomst en de dreigende voedselschaarste, maar hun moreel is goed. Deze indruk heeft het ministerie van buitenlandse zaken gekregen van de jongste contacten met de ambassadeurs in beide landen.

Voor het eerst ontving het 'crisiscentrum' van het departement gistermiddag bijzonderheden van ambassadeur drs. J. F. R. M. Veling over de persoonlijke omstandigheden van de Nederlanders in Koeweit. Het bericht kwam via de radioverbinding die Belgie met Koeweit onderhoudt. Telefoon- en telexverkeer met Koeweit is al meer dan een week niet meer mogelijk. Nederland beschikt niet over een eigen radioverbinding met de diplomatieke vertegenwoordiging in Koeweit. Volgens Buitenlandse Zaken verblijven op dit moment nog 83 Nederlanders in Koeweit.

Met de ambassade in de Iraakse hoofdstad Bagdad heeft Buitenlandse Zaken wel radiocontact. Met uitzondering van de ongeveer 100 Nederlandse baggeraars die in het zuiden van Irak doorwerken, verblijven volgens het ministerie nog 153 Nederlanders in Irak. De meesten zitten thuis in afwachting van een kans op vertrek.

Het openbare leven in de Saoedische hoofdstad Riad herneemt volgens H. C. de Vos, die daar voor een Nederlands bedrijf werkt, geleidelijk zijn normale gang. 'Iedereen voelt zich een stuk prettiger dan een paar dagen geleden, al is het opmerkelijk met hoeveel sympathie de voorwaarden zijn ontvangen die de Iraakse leider Saddam Hussein heeft gesteld aan het openen van onderhandelingen. De angst van de eerste week voor het gebruik van het gaswapen is weggeebd. Wat de meeste buitenlanders hier nu vooral bezighoudt is ervoor te zorgen dat het thuisfront zich niet onnodig bezorgd maakt.' Volgens Buitenlandse Zaken is er op dit moment geen reden vakantiebestemmingen in het Midden-Oosten te mijden.