Marine naar Golf

NET ALS drie jaar geleden zetten Nederlandse marineschepen koers richting Golf. Weer gaat het om marineschepen en weer om dezelfde regio, maar dan houdt de overeenkomst ook wel op. Ten opzichte van drie jaar geleden, toen twee mijnenjagers werden gestuurd, is de situatie drastisch veranderd. In 1987 ging het om een actie waarbij de neutraliteit van Nederland in het conflict tussen Iran en Irak voorop stond. Doel van de mijnenveegoperatie was 'slechts' het handhaven van het recht van vrije scheepvaart in internationale wateren. Het is achteraf gezien een tamelijk ontspannen operatie gebleken. Mijnen werden althans door de Nederlandse schepen nooit gevonden en crisistoestanden zijn uitgebleven.

De komende Nederlandse bijdrage heeft een heel ander karakter. Van neutraliteit is geen sprake meer. De brief van het kabinet aan de Tweede Kamer van gisteren laat daarover geen enkel misverstand bestaan: 'De Nederlandse militaire aanwezigheid draagt bij tot de internationale solidariteit bij het ontmoedigen van verdere Iraakse agressie'. HET KABINET heeft gisteren een zeer ingrijpend besluit genomen dat tot nu nog nauwelijks overzienbare consequenties kan leiden. Maar vastgesteld moet worden dat door deze stap Nederland in het uiterste geval direct betrokken raakt in een oorlog; een situatie die zich sinds 1950 (afgezien van de acties in Nieuw Guinea), toen Nederlandse vrijwilligers naar Korea werden gestuurd, niet meer heeft voorgedaan. Vooralsnog gaat het volgens het kabinet om een 'defensieve rol', en zijn de marineschepen 'bij uitstek geschikt om bij te dragen tot een eventuele blokkade om de tenuitvoerlegging van de desbetreffende resoluties van de Veiligheidsraad af te dwingen. De Amerikaanse en Britse interpretatie van de bevoegdheden om sancties te effectueren maken duidelijk hoe betrekkelijk die defensieve rol kan zijn. Juist wegens de gevolgen van de Nederlandse aanwezigheid in het explosieve gebied is het verheugend dat het kabinet voor het besluit om schepen te sturen kan rekenen op steun van de overgrote meerderheid van de Tweede Kamer. Ook wat dat betreft is de gang van zaken anders dan in 1987. Toen keerde de in de oppositie verkerende PvdA zich bij monde van het Kamerlid Ter Beek nog tegen het kabinetsbesluit om twee mijnenjagers te sturen. In VN-verband of niet, was toen de opstelling van de PvdA. Als minister blijkt Ter Beek minder aan optreden onder VN-vlag te hechten. Weliswaar heeft deze optie nog steeds de voorkeur van het kabinet, maar aangezien daaraan volgens de brief van de ministers Van den Broek en Ter Beek 'zeker voor de korte termijn geen hooggespannen verwachtingen mogen worden verbonden', is ook een ander verband mogelijk. Het PvdA standpunt van toen wordt anno 1990 alleen nog maar vertolkt door Groen Links.

Een operatie geheel onder auspicien van de VN zou natuurlijk de beste oplossing zijn. Maar het kabinet heeft er goed aan gedaan toch zijn verantwoordelijkheid te nemen nu deze mogelijkheid vooralsnog niet voor handen lijkt. Terecht wordt in de brief van beide ministers gesteld dat als het gaat om de bescherming van ook voor Europa essentiele belangen, Europa een verantwoordelijkheid draagt die niet uitsluitend aan andere landen mag worden overgelaten.

HET KABINET heeft gisteren pas besloten tot een eerste stap. Voor daadwerkelijke oorlogshandelingen zal een nieuw kabinetsbesluit nodig zijn, zei minister Ter Beek. Ook, zo is toegezegd, zal de Kamer betrokken blijven bij nadere besluitvorming over taken, het operatiegebied en de commandovoering. Die toezegging is des te belangrijker na de nu gebleken verdeeldheid tussen de Westerse landen over de wijze van opereren in de Golf en over de interpretatie die ten aanzien van de boycot van Irak bestaat. Het is te hopen dat die verdeeldheid zo snel mogelijk wordt weggenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Anders zal niet alleen het optreden van de VN tegen de naakte agressie van Irak ernstig worden ontkracht, maar zullen Amerikanen en Britten in een onmogelijke positie worden gemanoeuvreerd.