Koerden krijgen weer aandacht dank zij Saddam

ISTANBUL, 14 aug. Een van de weinige groeperingen die redenen hebben zich enigszins te verheugen over de nieuwe crisis in het Midden-Oosten zijn de Iraakse Koerden. Nu hun beproefde onderdrukker Saddam Hussein buiten de Arabische wereld is uitgeroepen tot wereldvijand no. 1 komt er vanzelf weer wat belangstelling voor wat de Koerden onder hem hebben doorstaan en vooral voor de strategische rol die zij eventueel nog kunnen spelen bij pogingen hem ten val te brengen. De Amerikaanse president George Bush heeft naar verluidt al contact gezocht met Mashud Barzani, de leider van de Democratische Partij Koerdistan.

Ook zouden er pogingen in het werk worden gesteld tot coordinatie van deze beweging met vijf andere organisaties die zich richten op Koerdisch verzet tegen Saddam Hussein, waaronder de Patriottische Unie Koerdistan van Jalal Talabani, de socialistische Koerden onder dr. Mahmud Osman en de communistische onder Aziz Muhammed.

Nu zal elke Koerd er zich wel voor hoeden te vroeg te juichen. Zo vaak in het verleden zijn zij al als 'tegenwicht' gebruikt door kleinere of grotere mogendheden die met hun onderdrukkers in conflict waren gekomen. Het motto was dan: de vijand van mijn vijand is mijn vriend. Maar na beeindiging van de vijandelijkheden werden zij dan weer vergeten en aan hun, nog slechter geworden, lot overgelaten. Mahmuds vader, Mustafa Barzani, wist ervan mee te praten, totdat deze legendarische Koerdenleider in zelfgekozen ballingschap in de Verenigde Staten stierf.

Maar de bitterste ervaringen hebben de duizenden Koerden die, nu alweer bijna twee jaar geleden, uit Irak naar Turkije vluchtten voor het gifgas, waarmee Saddam Hussein honderden van hun dorpen aanviel. De kort tevoren gesloten wapenstilstand met Iran opende voor hem de mogelijkheid, zich te gaan richten op de recalcitrante Koerdische 'verraders' die in de oorlog samenwerking hadden gezocht met Iran, zoals de Iraanse Koerden soms samenwerking zochten met Irak. Al in het voorjaar van 1988 had hij het Koerdische dorp Halabja met gifgas laten liquideren: vijfduizend doden.

Van de in september van dat jaar naar Turkije gevluchte Koerden, grotendeels aanhangers van Barzani, zitten de meesten nog steeds in de kampen in het zuidoosten. Maar zij hebben nu de kleine voldoening dat de jongste gebeurtenissen nieuwe belangstelling oproepen voor hun situatie, uit de doeken gedaan door de Engelstalige woordvoerder Akram Mayi, die in het Koerdische woningencomplex aan de rand van de stad Diyarbakir vertoeft. Bijna 28.000 van de 38.000 vluchtelingen van twee jaar geleden zitten nog steeds in de drie verzamelplaatsen, zegt Mayi. Enkele duizenden wisten naar het Westen te komen, vaak via Griekenland, 2.000 trokken naar Iran om daar een vegeterend bestaan te leiden maar 5.000 gingen, niet zonder enige Turkse druk, terug naar Irak, dat tot achtmaal toe 'amnestieen' afkondigde. Volgens Mayi en het wordt door Amnesty International bevestigd zijn velen van hen geexecuteerd of gevangen gezet.

Pag.5: Vervolg