Iraakse militairen wezen journaliste de weg naar de grens

ROTTERDAM, 14 aug. 'Je houdt het niet voor mogelijk, maar het waren Iraakse militairen die ons de weg wezen naar de grenspost met Saoedi-Arabie. Ik ben reuze blij dat het gelukt is.'

Aldus de Nederlandse journaliste Hettie Lubberding vanuit het Sheraton-hotel in de Saoedische hoofdstad Riad. Gisteren vluchtte ze samen met een tiental andere buitenlanders in een jeep door de woestijn Koeweit uit. 'Er circuleerden in ons hotel in Koeweit-stad berichten dat Irak de grenzen van Koeweit voor buitenlanders zou openen. Honderden mensen verlieten de stad, vooral veel Koeweiti's en Aziaten. Op goed geluk trokken we in zuidelijk richting. Onderweg kwamen we tientallen wagens tegen die vastzaten. We hebben nog vier gestrande Egyptenaren opgepikt. Maar we verdwaalden jammerlijk. Ten einde raad zijn we naar een Iraakse tank gereden. Geloof het of geloof het niet, maar die militairen waren zeer behulpzaam. Ze gaven ons water en wezen ons de weg naar de Saoedische grenspost. Een heel rare toestand.'

In Riad hoorde Hettie Lubberding dat langs de zuidgrens van Koeweit een dag eerder een vluchtende Brit was doodgeschoten.

De toestand in Koeweit omschrijft de enige Nederlandse journalist die tijdens de Iraakse inval op 1 augustus in het land verbleef als 'buitengewoon onoverzichtelijk'. 'De eerste dagen waren erg spannend, er werd veel gevochten. De echte dreiging was er daarna wel af. Het meest verrassend was dat de Koeweiti's verzet bleven bieden en dat ze doorgingen met het plegen van overvallen en aanslagen op militaire transporten van de Irakezen. Als je de straat op ging moest je dus wel goed uitkijken, want de Koeweiti's staken ook auto's in brand. 's Avonds en 's nachts gold een uitgaansverbod, maar daar trokken zich de laatste dagen steeds minder mensen iets van aan.' Lubberding verbleef op het moment van de Iraakse inval in hotel Koeweit International, maar moest na enkele dagen plaats maken voor vertegenwoordigers van de in Irak regerende Ba'ath partij van Saddam Hussein. Tot maandag verbleef ze in een ander hotel. 'Het verzet heeft brede steun, zowel onder de Koeweiti's als onder de vele buitenlanders die in het land verblijven. Dat valt op te maken uit de massale wijze waarop gehoor is gegeven aan de oproep van het verzet om niet aan het werk te gaan. Nagenoeg alle openbare gebouwen zitten dicht, winkels en banken eveneens. Alleen zijn hier en daar voedselwinkels geopend. Van een openbaar leven in Koeweit-stad was absoluut geen sprake meer. In de Filippijnse ambassade zitten ongeveer drieduizend Filippijnen. De hygienische omstandigheden zijn belabberd, maar de stemming was goed.'

'Het gesprek van van de laatste dagen in ons hotel ging over vluchtplannen. Er was in het hotel nog wel eten, maar de porties werden kleiner en het brood werd steeds ouder. De meesten kregen moeilijkheden met geld. Het was op en nergens kon je nog wat krijgen.'

Telefoneren met het buitenland was niet meer mogelijk, maar in het hotel zat wel het Amerikaanse televisiestation CNN op de kabel. 'Aanvankelijk waren we ontzettend verontrust over die berichten over gifgas, maar van een panieksituatie is eigenlijk geen moment sprake geweest. Binnenlands telefoonverkeer was wel mogelijk, maar het net was heel vaak overbelast. Onder de Nederlanders bestond echter een goed functionerend netwerk voor onderlinge steun, hulp en informatie.'