Integraal?

Delft Integraal, nummer 90/4. Uitgave van de Technische Universiteit Delft. Verschijnt zes keer per jaar. Voor abonnementen: 015-785860. De gemiddelde Columbiaan neemt per jaar zeventig kilo suiker tot zich, 50 kilo meer dan de gemiddelde wereldburger. Die bruine rietsuiker (panela) is een soort volksvoedsel. Behalve sacharose bevat panela diverse vitaminen, (vooral B), eiwitstoffen en een aantal mineralen, zoals kalium, natrium en ijzer.

Voor de arme Columbianen voorziet de panela voor een belangrijk deel in de ijzerbehoefte en er zijn theorieen dat de successen die Columbiaanse wielrenners in het hooggebergte behalen op die panela zijn terug te voeren. Rietsuiker verliest het op wereldschaal wel steeds meer van witte suiker, maar voor de lokale bevolking is de produktie nog steeds zeer belangrijk.

De weg van riet tot suiker is lang. Eerst moet het suikerhoudende sap uit de taaie, soms polsdikke stengels worden geperst. Het sap wordt vervolgens in pannen ingekookt en geklaard. Als het water is verdampt, resteert een bruine stroop die na afkoeling stolt. De laatste fase in dit produktieproces bestaat uit het snijden van de bonken suiker tot blokken van baksteenformaat. Zo worden ze ook verkocht, de Columbiaan schraapt thuis van het blok zoveel af als hij nodig heeft.

Toen de Delftse werktuigkundige ir. W. van den Bergh tien jaar geleden op doorreis in Columbia kwam, trof het hem dat die toch zo belangrijke rietsuiker in de talloze kleine suikerfabriekjes op een heel beroerde manier werd geproduceerd. De ovens waarop de pannen met sap staan worden gestookt met het uitgeperste riet, maar dat is vaak nog te vochtig voor een goed verlopende verbranding. Er moet hout worden bijgestookt dat op de hellingen van de Andes wordt gekapt en dat vergroot het erosie-gevaar. Soms stoken de Columbianen er nog een paar oude autobanden bij, wat de luchtkwaliteit niet ten goede komt.

In 1986 besloten enkele Delftse ingenieurs van de Technische Universiteit Delft in het kader van een ontwikkelingsproject er wat aan te doen. Ze togen naar Bogota en vandaar het binnenland in. Na het nodige experimenteren slaagden ze erin de vorm van de gebruikelijke verbrandingsruimte onder de pannen zo te verbeteren dat ze beter geschikt werden voor de uitgeperste rietstengels. Er hoeft nu geen hout meer gekapt te worden en van het stookriet (bagasse) blijft nog zoveel over dat het voor papierfabricage en als veevoer kan worden gebruikt. De bevolking is enthousiast. Een mooi verhaal, met een happy end. Het is deze maand in extenso te lezen in Delft Integraal, het fraai vormgegeven tijdschrift waarmee de TU Delft zijn wapenfeiten onder de aandacht van een breder publiek brengt. Jammer dat de lezer met een brandende vraag blijft zitten: Waar bestond die verbeteringen die de Delftenaren aanbrachten nu precies uit? Bij het artikel staan negen illustraties, waarvan vijf in kleur, maar de belangrijkste is vergeten: een simpel tekeningetje waarop te zien is hoe de oven er voor, en hoe de oven er na de verbetering uitzag.

Gelukkig is Ir. Van den Bergh graag bereid voor de telefoon uit te leggen hoe het zit. Hij vertelt dat de meest gebruikte oven uit een primitieve vuurhaard bestaat, met een lang horizontaal rookgaskanaal waarop de plaatijzeren, wok-vormige pannen met het sap staan te koken. Het dichtst bij de vuurhaard is de hoogste temperatuur bereikbaar, het dichtst bij de schoorsteen vindt het klaren plaats. In de verschillende fasen van de bereiding wordt het sap met reusachtige soeplepels van de ene in de andere pan geschept.

De belangrijkste tekortkoming van dit type oven is dat er geen gecontroleerde trek mogelijk is. Ers is geen naverbrandingsruimte en er vindt geen toevoer van secundaire verbrandingslucht voor die naverbranding plaats. De temperatuur blijft daardoor relatief laag, de vlammen slaan tot in het horizontale rookgaskanaal. De verbranding is verre van volledig. Sterke roetvorming en een hoog CO-gehalte in de rook (tot 15%) is het gevolg. Om het rendement te verbeteren werd uitgegaan van een rechthoekige verbrandingsruimte met een enigszins naar voren hellende achterwand. De primaire lucht wordt toegevoerd onder het rooster onderin de oven en met een klep in de schoorsteen kan die toevoer geregeld worden. Halverwege het rooster en de keel van de primaire verbrandingsruimte wordt de bagasse toegevoerd en door een aantal openingen in de keel kan de benodigde secundaire verbrandingslucht toetreden. De primaire verbrandingsgassen en de secundaire verbrandingslucht mengen zich in de secundaire verbrandingsruimte, zodat een zo volledig mogelijke verbranding plaats kan vinden.

Ook aan de pannen werd het een en ander verbeterd. De plaatijzeren wokken zijn vervangen door gegoten, aluminium pannen, voorzien van vinnen voor een betere warmteoverdracht. Doordat het rookgaskanaal een enigszins getrapte vorm kreeg kan het geschep met de soeplepels 'slavenwerk' volgens Van der Bergh achterwege blijven. De stroop stroomt nu door leidingen van de ene naar de andere pan. Toegegeven, het integrale verhaal is tamelijk technisch maar is het te technisch voor een blad van een Technische Universiteit dat Integraal heet?