INDIANENVERHALEN UIT COLUMBIA

Amsterdamse studenten tropische ecologie kennen een verplichte stage in het regenwoud. Ze zitten daar meestal alleen, geholpen door een indiaanse gids.

Sinds enkele jaren hebben Zuidcolombiaanse indianen zeggenschap over hun eigen gebied. Al is de praktijk anders.'Toen ik thuis jubelde dat ik waarschijnlijk een stageplaats in Colombia had, zag ik mijn moeder kijken. Moet dat nou? Maar ja, wij zitten daar nu eenmaal allemaal met onze vakgroep!' Tinde van Andel (22) blonde krullen, bruine benen vol witte verfspetters in een rafelige spijkerbermuda bruist van energie. Ze bracht een half jaar tussen de Indianen in het Colombiaanse regenwoud door om planten te verzamelen voor haar studie tropische ecologie aan de Universiteit van Amsterdam en ze raakt er niet over uitgepraat. Nu woont ze weer driehoog aan een gracht, in het hartje van de Jordaan.

Zwoele zomeravond, muziek van een jarig buurtcafe op de hoek, woonboten met daktuintjes voor de deur, kortom, zoals je je dat voorstelt. Binnen zitten drie medestudenten, ook net terug uit Colombia, in een wolk van blauwe rook, en de reisverhalen buitelen over elkaar heen.

Over boa constrictors en harige spinnen die ineens op je rug springen om je te bijten. Over 30 kilo korstmossen, met gevaar voor eigen leven uit de bomen geplukt en per vliegtuig naar Amsterdam verstuurd, en achteraf volstrekt onmogelijk te determineren bij gebrek aan voortplantingsorgaantjes. Over almaar op je hoede zijn en nooit vrijuit kunnen praten. Over macho's en racisme en uitzinnige, protserige rijkdom temidden van massa's haveloze bedelaars met hun enge stompen en etterende wonden, waar ze zelf lijm in smeren om ze open te houden. En het treurigste van alles, de alom aanwezige, hongerige zwerfkinderen op straat, die je bord komen leegschrokken zodra je in een restaurant met je vingers knipt.

Cocabaronnen

Tinde van Andel werkte midden in het Amazonegebied in de buurt van het kolonistendorp Araracuara. 'Tweeenhalf uur vliegen over eindeloos, ongerept regenwoud, afgezien van de vliegveldjes van de cocabaronnen onderweg. Vanuit de lucht lijkt het alsof dat bos nooit op kan, maar de cijfers spreken anders.' In een gebied van zo'n 10 bij 10 kilometer hield ze zich bezig met de ecologie van overstroomde bossen. Ze verzamelde planten, die ze nu moet determineren. Aan de hand van luchtfoto's maakte ze transecten door het bos en turfde de plantesoorten in proefvlakken. 'Als je geluk hebt, rolt daar bijvoorbeeld uit dat in de percelen een, vijf en acht steeds bepaalde plantesoorten vaker voorkomen dan ergens anders en misschien staan die dan allemaal op droge, of juist heel drassige bodem.' Die bomen zien er allemaal hetzelfde uit en alle blaadjes zitten 40 meter hoog. 'Dus daar sta je dan met je opleiding tropische flora. Maar de Indianen ruiken er even aan, krabben eens in die bast en zeggen dan, o dat is die.' De plantenamen schreef Tinde zo goed en kwaad als dat ging fonetisch op in het muinane, een gesproken taal zonder bijbehorend schrift. Soms kreeg ze ook wel Spaanse namen op.

Tinde: 'Zo'n plantje als Turgatio heet dan in het Spaans Comira de Danta. Eten van de tapir. Tja, dat is natuurlijk gewoon een vertaling van hun eigen muinane-naam. Overigens merk ik nu dat hun classificatie heel veel lijkt op de onze. Ze weten precies wat familie van wat is, ook als die families erg veel op elkaar lijken. 'En dat is zijn oom, 'zeggen ze dan. En als je dat nakijkt, dan klopt het.' Met een uitschuifbare snoeischaar van acht meter klimt de trepador, de boomklimmer en padhakker, omhoog. Er gaan altijd twee gidsen mee. 'Mijn eerste gids was een meisje uit Medellin, 'zegt Tinde, 'een echte blanco, die zich ver boven de mensen verheven voelde, vreselijk kind. Die Indianen staan als trekpaarden in dat bos te hakken om er een pad doorheen te maken en zij stond ze maar af te blaffen.' 'Nou laten die Colombianen ook wel graag mensen voor zich werken, vooral als die iets bruiner van huidskleur zijn. Ze maken racistische opmerkingen waar je haren van overeind gaan staan. Dat rangen- en standen verschil tussen negers en Indianen, mestizo's en blanken, dat vond ik soms echt heel vreselijk.' In het begin heb je het niet zo door, dan sta je alleen maar naief om je heen te kijken hoe mooi dat bos is, maar later gaat het je steeds meer ergeren.'

He bah

Om een studiebeurs van een instituut in Bogota te krijgen, moest ze vele pagina's achtergrondsinformatie over de inhoud van haar studie en haar onderzoeksplannen overleggen, alles zorgvuldig geformuleerd. 'En toen de dienstdoende dame dat allemaal grondig bestudeerd had, keek ze me meewarig aan en zei: 'He bah, maar dan zit je daar midden tussen de Indianen!' Zo reageren ze altijd.' De Indianen zelf bleken in het begin erg afstandelijk. Ze zeiden hooguit buenos diaz en hun Spaans klonk ook heel anders dan thuis op de cassettebandjes. 'Maar na verloop van tijd ga je ze verstaan en zij gaan jou vertrouwen. Ik sliep in hun dorp en ik mocht ze graag, en ineens willen ze ineens alles van je weten, of je broertjes of zusjes hebt enzovoorts. Soms hebben ze commentaar op de gang van zaken. Dat krijg je later van de financiele chef van de cooperatie op je brood: 'Zeg, jij leutert toch niet met de Indianen? Met de Indianen praat je over het werk en over de planten en anders niet!' De ene baas let weer op de andere baas, en ik stond onder wel drie bazen, die elkaar ook nog tegenspraken.' Ze werkte in het grensgebied tussen drie stammen. De regering van Colombia heeft met een merkstift en lineaal een aantal vakken op de kaart getrokken: dit gebied voor de Masties, dit voor de Andoka's, dat voor de Muinanes, en nou verder niet zeuren. Maar de Indianen zelf hebben hun oude gebieden, langs het riviertje tot waar dat om de dikste boom heengaat enzovoorts.

Tinde: 'Ik zat bij de Muinanes, maar een deel van mijn onderzoeksgebied was van de Andoka's en die twee hadden grensconflicten. Ik moest dus eerst met de Andoka's gaan praten, in zo'n grote hut, allemaal coca kauwende mannen, die Spaans tegen me spraken waar ik niets van verstond. Ik zag alleen dat ze zich vreselijk opwonden, zodat de coca uit hun mond vloog. Maar achteraf bleek gewoon, dat ze gezegd hadden dat ik in hun gebied mocht als zij hun boot op kosten van de cooperatie konden laten repareren.'

Met de cooperatie waren er steeds problemen. 'Dus dan zat ik weer zonder gids of ik kreeg er eentje die volstrekt niet geinteresseerd was. Lang niet iedereen kent de planten even goed, er zijn maar een paar oudere mannen die ze allemaal kennen.'

Missieschooltje

De Indianen in deze streek spreken allemaal wel Spaans, omdat ze vrij dicht bij een bevolkt gebied wonen. Onderling spreken vooral de ouderen nog muinane, maar alle kinderen gaan naar een internaat. 'Een missieschooltje, waar ze over Jezus moeten zingen en hun eigen taal en cultuur niet leren. Dat is een groot probleem, dat die cultuur nu verloren gaat.' Voor zover Indiaanse kinderen verder leren, blijven ze daarna vrijwel altijd voorgoed in de stad. Als student leren ze neerkijken op hun ouders, die cassave eten en beesten vangen in het bos.

Nestor was een uitzondering. Hij was na zijn studie teruggekeerd naar Araracuara, hij kon alle brieven en contracten van de autoriteiten ontcijferen en zijn stamgenoten uitleggen, hoe ze daarmee moesten omgaan. Hij zou leraar worden op het nieuwe schooltje dat van de grond werd getild om de Indiaanse kinderen in hun eigen cultuur te onderwijzen, in plaats van ze naar het missie-internaat te sturen. Nestor was de trots en de hoop van zijn stam. Tinde: 'We hebben nog foto's van hem op het voetbaltoernooi, toen hadden we het er nog over wat een stoere knul het was. Een paar dagen daarna werd hij met hevige buikpijn naar het ziekenhuis in de stad overgevlogen en nog een paar dagen later kwam een speedbootje zijn ouders halen. Toen ze daar aankwamen was Nestor al dood. Lymfeklierkanker, bleek achteraf.' Nu zit Tinde van Andel met haar dozen vol gedroogde planten in het Herbarium in Utrecht. Daar is een rijke collectie uit het Amazonegebied aanwezig, maar helaas niet uit Colombia. Ze heeft nog lang niet alles gedetermineerd en van veel bomen ontbreekt de bloesem. 'Ik vrees dat er ook wel een paar nieuwe soorten bij zijn, die nog nooit beschreven zijn, maar om dat echt uit te zoeken, dat is botanisch specialistenwerk, geen werk voor ecologen.'

Russische roulette

Ook Yolanda van der Meer (24), die eigenlijk graag tropenarts was geworden, maar uitlootte voor medicijnen, werkte in de buurt van Araracuara, een jaar lang. 'De Indianen lachen je echt wel een beetje uit als je daar ecologisch onderzoek komt doen. En dan moet je maar meelachen, want zij hebben eeuwen van kennis over dat bos.' Tot haar dierbaarste herinneringen hoort het Indiaanse oogstfeest van de palmvrucht chantoduro, waarvoor ze samen met enkele andere buitenlanders werd uitgenodigd in een dorp langs de rivier. Zo maak je het als toerist nooit mee.

Maar van de Indiaanse cultuur is niet veel meer over. 'Het allereerste wat ik zag toen ik aankwam in Araracuara was een Indiaan die een blikje cola stond te drinken. Daar sta je dan met je idealen.' Veel ecologisch onderzoek speelt zich af op het grondgebied van de Indianen. 'Zij moeten daar toestemming voor geven en werken in de projekten mee', zegt Yolanda, 'in ruil voor geld of materialen. Tropenbos werkt met verschillende Indianendorpen samen, maar vaak houdt deze organisatie zich niet aan de afspraken of komt ze pas veel te laat na.' De Indianen in het gebied zijn in alle opzichten afhankelijk. Afgepaste hoeveelheden benzine voor hun boten, via een zeer bureaucratisch systeem met bonnen. Voor elk tochtje moet verantwoording worden afgelegd. Ook voor de kogels voor hun jachtgeweren moeten ze allerlei bonnen invullen bij de militaire basis, terwijl de soldaten met diezelfde kogels 'savonds stiekem Russische roulette zitten te spelen. In haar onderzoek experimenteerde Yolanda met een systeem van natuurlijke bemesting, met slib uit de rivier en met bladafval uit het bos. Deze combinatie werd ingewerkt in de grond om er sperciebonen op te telen. Sperciebonen zijn vraatbestendig, ze groeien goed en de zaden zijn ter plaatse gemakkelijk verkrijgbaar. Acht maanden lang werden allerlei metingen aan de grond gedaan en het rivierslib bleek inderdaad uitstekend te werken. Speciale aandacht kreeg de bodemfauna. In twee verschillende bostypes werd het bodemleven vergeleken.

Een van de twee bossen stond op de witte zandgrond en bezat voor de tropen zeer bijzonder een dikke humuslaag, waarin de vertering heel langzaam gaat, omdat de bladeren veel onverteerbare stoffen bevatten. Bladmateriaal werd in netten gedaan en teruggelegd in de humuslagen. Elke maand werden een paar netten opgegraven om de beestjes erin te tellen en te determineren.' Misschien levert het bemestingsprojekt aanknopingspunten op voor de kolonisten die het oerwoud ingaan', zegt Yolanda van der Meer hoopvol. 'Er zijn bewijzen dat dit vroeger ook zo door de Indianen gedaan is, rivierslib wordt over de hele wereld als bemesting gebruikt en dat werkt prima.'

Raul

Eind november 1988 was de Amsterdamse studente in haar eentje vertrokken. Ze had het zelf georganiseerd en dat leidde tot veel problemen met de begeleiding. Ze arriveerde aan het begin van de Kerstvakantie en uiteindelijk kon ze pas eind april planten, nadat haar projekt geadopteerd was door een universiteit in Bogota. Voorwaarde was wel, dat er dan een Colombiaanse student mee moest doen, Raul.

Als Yolanda aan hem terugdenkt loopt ze nog paars aan van woede: 'Raul deed niets! Hij hielp nooit mee, hij snapte er niets van. Hij ging elke dag vissen of paardrijden en hij had meer broeken bij zich dan ik in mijn hele leven bezeten heb. En uiteindelijk heeft hij het hele experiment verpest, zodat het overnieuw moest. 'Raul kwam niet van de Colombiaanse staatsuniversiteit, waarvoor men toelatingsexamen moet doen, maar van een van de privados, waar diploma's vanzelf wel komen als je maar genoeg geld hebt. Bovendien financierde zijn universiteit verschillende tropenbosprojekten en hij was dus aan alle kanten beschermd.

Terwijl Yolanda en de Indiaanse arbeiders zich in het zweet werkten, placht de rijke student met zijn armen over elkaar toe te zien: 'Ik ben de chef.'

Eens liet hij een Indiaan twee dagen in de brandende zon aan een onwijs grote profielkuil werken, die hij vervolgens zomaar weer dicht liet gooien, zonder een bodemprofiel te maken. Dat moest toen later nog eens over. 'Bovendien knoeide hij met cijfers! Na een half jaar kwam hij op een middag aan mij vragen hoe zo'n pH-meter eigenlijk werkte en diezelfde avond, toen de direkteur van het projekt op bezoek was, presenteerde hij reeksen pH-metingen, maanden lang, van alle plots.' 'En uiteindelijk heeft hij alles bedorven. Sperciebonen zaai je met drie boontjes tegelijk in een kuiltje, in de hoop dat er tenminste eentje opkomt. Raul had een maand lang niets gedaan, maar op een donderdag zou onze begeleider langskomen en op woensdagmiddag heeft hij toen zonder iets tegen mij te zeggen alle plantjes die over waren, overgeplant naar de plots met zure grond waar de opkomst slecht was. Nou ja! Dan heb je toch geen experiment meer!'

Vliegende hartaanvallen

Irritant was ook, dat de werkschuwe student zich herhaalde malen wist te verzekeren van een plaatsje in het meestal lang tevoren volgeboekte wekelijkse vliegtuig naar de bewoonde wereld door acute blindedarmaanstekingen of vliegende hartaanvallen te simuleren. Yolanda, briesend: 'Hij liet zich zelfs in het dorpsziekenhuis opnemen en lag daar aan een infuus, ze dachten dat hij op sterven na dood was, maar eenmaal aan boord zat hij bier te zuipen.' Zijzelf reisde met datzelfde vliegtuig mee, omdat ze op een morgen wakker was geworden met een half opgezwollen gezicht. Zeker gebeten door een pica. Dodelijk, niets meer aan te doen! Maar uiteindelijk ging het met gewone oogdruppels weer over. Ze weet nog steeds niet wat de Colombiaanse artsen met een pica bedoelden.

Yolanda: 'Het is een hard klimaat, je bent van de ene dag op de andere doodziek, ineens heb je heel hoge koorts, of gillende buikloop. Het water komt uit de beek en zit vol parasieten.' 'De Indianen vonden het gek dat ik het water kookte', vult Tinde aan, 'zij dronken het zo. Ze waren dan ook heel vaak ziek, kinderen hadden vaak diarrhee, dan wisten ze niet wanneer de boot van de dokter weer eens langskwam, dus moesten ze benzine zien te lenen om zo'n kind naar het ziekenhuis te brengen. Een heel aftands vies ziekenhuis met een arts die een jaar ouder was dan ik, het leek meer een stagiaire. Als je iets mankeerde rommelde hij wat in zijn pillenvoorraad en als je dan al weer weg liep, ging hij de bijsluiter nog even lezen.' Overigens is het in de Indianennederzettingen langs de rivier brandschoon. Tinde: 'Ze leven daar met dertig mensen in een dorpje, maar ze hebben geen afval, helemaal niets. Ik ben er nooit achtergekomen wat ze nou als wc gebruikten, maar je ruikt het nergens. Maar in Araracuara is het een grote gore puinhoop, bierblikjes gooien ze in het weiland, batterijtjes in de rivier. In de bussen zitten bordjes Wilt U het afval alstublieft niet in de bus gooien maar uit het raam. Afval gooi je buiten, op straat, dat zit er ingebakken. Er is natuur genoeg.' Dat was blijkbaar ook de overtuiging van de man die in Araracuara namens Indirena, de Colombiaanse natuurbeschermingsorganisatie, de natuur moest beschermen. Tinde: 'Hij zat elke dag dronken in de kroeg. Er was daar een basis waar Colombiaanse soldaten alle mogelijke beschermde dieren hielden, een jonge jaguar, een luiaard, luiaardvellen, allemaal om te verkopen. De kapitein van de basis had een jong aapje dat hij in zo'n klein kartonnen doosje mee in het vliegtuig nam. In Bogota wordt dat allemaal verkocht, de slangevellen liggen op de markt. En die man van Indirena zat te zuipen of hij zat ons te hinderen. Toen Yolanda een keer bodemmonsters moest uitvoeren met microscopisch kleine mijten erin deed hij daar ineens heel erg moeilijk over.'

Holst van de nacht

Diederik den Hollander (23) en Hein Swaan (26) vertrokken samen naar Colombia om diepte-onderzoek te doen. Ze zouden meehelpen de epifytenflora van korstmossen, mossen, bromelia's en andere planten die op een boomstam of ander substraat groeien in kaart te brengen. In grote lijnen was de flora van het gebied al beschreven in het Eco-Andesprojekt, waaraan de Universiteit van Amsterdam jarenlang heeft meegewerkt. Dat projekt is klaar en de bossen zijn gekapt.

Het tweetal was min of meer onvoorbereid vertrokken (' Ik had nog tentamens en zo') en arriveerde in het holst van de nacht op het vliegveld van Bogota, waar niemand aanwezig bleek om ze op te vangen. De eerste euforie maakte al snel plaats voor enge gedachten.' We hebben ons toen vreselijk laten tillen door een taxichauffeur, het klassieke verhaal, en daarna nog eens in het hotel, en vervolgens een week lang met onze drie woorden Spaans van loket naar loket gesjokt om een visum te krijgen. De bureaucratie daar kun je niet vergelijken met de onze. Hier werkt het misschien traag, daar werkt het echt helemaal niet.' Tenslotte gaven ze het op en vertrokken zonder visum met de bus, 17 uur rijden naar het westen, naar de stad Pereira. Ze kozen uiteraard de goedkoopste busmaatschappij, door de Colombianen bijgenaamd de Muerto amarillo ofwel de Gele Dood, maar dat leerden ze pas later, en zodra ze waren uitgestapt, vergaapten ze zich aan de vogels. 'Rood met zilver, of kobaltblauw, of helemaal knalgeel, alsof iemand ze net gespoten heeft.' Helaas bleek het bos waar ze zouden werken al zes jaar gekapt. 'Maar godzijdank troffen we daar een Hollander die zelf aan epifyten had gewerkt en die wist met veel kunst- en vliegwerk, via allerlei connecties, tenslotte nog een klein bosje voor ons op te sporen, waar we konden werken.' Hoewel Pereira als universiteitsstad over goede faciliteiten beschikt, was er op het gebied van korstmossen niets voorhanden. De Nederlandse voorganger had al zijn materiaal mee teruggenomen naar Amsterdam. Er was geen referentiecollectie in Pereira achtergelaten, geen determineersleutels, niets. Het enige wat de twee studenten konden doen was in de hoge, glibberige bomen klimmen, met klimijzers en touwen, en zoveel mogelijk materiaal verzamelen.

Nu zitten ze nu zuchtend en zwetend in Amsterdam door hun microscopen naar de egaal witte plakken korstmos te koekeloeren, Diederik naar de korstvormige en Hein naar de folieuze soorten, 4000 zakjes gedroogd materiaal. 'Ik heb pas een soort, nee, een geslacht gedetermineerd en onze begeleider zit nu net weer in Colombia, 'zegt Diederik.

Het bosje waar zij werkten is inmiddels ook gekapt. Er is koffie voor in de plaats gekomen, of bananen, of koeien, alles liever dan bos, want bos is vogelvrij. Er zijn nog steeds wetten die de kolonisatie van het bos in de hand werken. Een keuterboertje dat een stuk bos van een grootgrondbezitter kapt, kan een claim op die grond laten gelden. Diederik: 'Je ziet nu steeds meer stukken land die volledig gedegradeerd zijn, waar niets meer mee te beginnen valt, waar zelfs geen vee meer kan grazen. Alles is weg.' Yolanda trof hier in de buurt op een boerderijtje een man die zes dagen bos ging kappen en verbranden. 'En de zevende dag ging hij dat verkopen als houtskool, na zes dagen hard werken had hij dan net genoeg geld om wat rijst te kopen.' Natuurparken vindt men meestal op de steilste gronden, waar toch niet veel anders mee te beginnen valt. De rest van het land wordt nog steeds ontgonnen. Natuur is er immers genoeg? Diederik herinnert zich een man die op het strand met hoeden liep te venten ook een jong luiaardje bij zich had, met kleertjes aan. Die was ook te koop. 'Meestal lach je maar zo'n beetje als er zo'n man langskomt, 'zegt Hein, 'ze hebben nu eenmaal een andere houding tegenover beesten, net zoals een stadsmens dat anders ziet als een boer. Maar op een keer ben ik er toch eens op afgestapt. 'Denk je nou dat zo'n beest dat leuk vindt, zo'n beest heeft toch ook gevoel', zeg ik in mijn beste Spaans. Die man werd niet kwaad. Hij kon me gewoonweg niet volgen. Wat had ik daar nou op tegen?'

Natuurbescherming

Natuurbescherming is niet prioriteit nummer een in een land dat zozeer door geweld verscheurd wordt. 'Het is moeilijk te zeggen welk risico je zelf loopt, 'vindt Tinde. 'Op de tv en in de kranten hoor je niets anders dan moorden en bommen, maar zelf ben je altijd net in een andere stad. Er is wel voortdurend politie, je wordt almaar gefouilleerd en ook al hou je je koest, je valt vreselijk op op straat. Er wordt meestal gedacht dat je Amerikaan bent en de mentaliteit is erg anti-Amerikaans.' Yolanda ontdekte dat al meteen toen ze, pas aangekomen, met een collega over een bergpad naar diens proefveldjes toeliep. 'Twee mannen zonder uniformen kwamen ons te paard achterop en bleven achter ons lopen, met hun geweer in de aanslag, wel een half uur lang. Uiteindelijk hoorde ik ze zeggen, het zijn geen Amerikanen, het zijn Hollanders en toen gingen ze ons voorbij, maar voor hetzelfde geld schieten ze je in je rug.' 'Het geweld', zegt Hein, 'zit verschrikkelijk diep. Er is niemand die geen vader, broer of zuster aan de politiek verloren heeft, dat kun je je niet voorstellen.' Aan vrienden liet hij de weekeditie van NRC Handelsblad zien met het verhaal over de bomaanslag op de Spaanse ambassade in Den Haag. 'Geen doden, geen gewonden, maar het stond op de voorpagina. Met een foto van een politieman, die de brokjes van de hond naar buiten bracht, omdat de hond het gebouw niet meer in mocht. Als je dat aan een Colombiaan laat zien kan die daar niet eens om lachen, die kan daar met zijn verstand niet bij.'