'Duidelijke criteria nodig voor vergoeding esthetischechirurgie'

UTRECHT, 14 aug. De Vereniging van Nederlandse Zorgverzekeraars (voorheen Ziekenfondsen) vindt dat er duidelijke criteria moeten komen voor de vergoeding van esthetische of correctieve chirurgie. De commissie verstrekkingen van de Ziekenfondsraad is door de VNZ verzocht met voorstellen te komen, zodat staatssecretaris Simons (volksgezondheid) een standpunt kan innemen. De VNZ is ontevreden met de huidige gang van zaken. Door de huidige regeling kan het voorkomen dat het ene ziekenfonds tot volledige vergoeding van een ingreep overgaat, terwijl een ander fonds dat zou weigeren.

Correctieve esthetische chirurgie dient ter verfraaiing van het uiterlijk. De meest voorkomende ingrepen zijn borst- en buikwandcorrecties en correcties van de neus en de oogleden. Ook het verwijderen van vetophopingen ter hoogte van en onder de gordel komt veel voor.

Voormalig staatssecretaris van volksgezondheid Veder-Smit besliste in 1980 dat ziekenfondsverzekerden de helft van een dergelijke ingreep zelf moesten betalen, tot een maximum van 3.800 gulden. Daarbij gaat het nadrukkelijk niet om plastische chirurgie, die nodig is door brandwonden, littekens en sterke lichamelijke afwijkingen. De uitzondering die de meeste problemen oplevert bij de esthetische chirurgie is het corrigeren van 'een buiten de normale variatiebreedte van het uiterlijk gelegen lichamelijke onvolkomenheid'. Een landelijke beoordelingscommissie brengt advies uit als ziekenfonds en verzekerde het niet eens kunnen worden over de vraag of bijvoorbeeld grote of kleine borsten dan wel neuzen buiten de 'normale variatiebreedte' vallen. De esthetische chirurgie is de afgelopen jaren sterk gegroeid. De commissie heeft sinds 1981 in totaal 1.115 zaken behandeld. Daarbij kwam ze 541 keer tot de conclusie dat de verzekerde recht had op volledige vergoeding. Volgens medisch adviseur P. Starmans van de VNZ krijgt de commissie waarvan hij ook lid is steeds meer adviesaanvragen over her-operaties van verzekerden die ontevreden zijn over het resultaat van de eerste ingreep. Een eveneens groeiend probleem vormen adviesaanvragen over tweede en derde operaties van steeds een volgend lichaamsdeel, zoals borsten, buik en billen, door de plastisch chirurg omschreven als 'body contouring'. De mate waarin de verschillende ziekenfondsen een beroep op de commissie doen loopt sterk uiteen. Starmans leidt daar in het VNZ-blad Inzet uit af dat de ziekenfondsen zeer verschillend omspringen met de criteria. Daarmee is rechtsongelijkheid ontstaan. De VNZ wil af van de landelijke commissie en voorstellen van de Ziekenfondsraad die rechtsgelijkheid garanderen.