De jaren

Als paddestoelen rijzen ze uit de grond: de Grand-Cafes, uitgegroeide zalen waar je kunt eten en drinken en elkaar meestal verstaan. Recent was er plotseling weer een nieuwe: 'De Jaren', in de Nieuwe Doelenstraat te Amsterdam. Het is een adembenemend Grand-Cafe, een Super Grand-Cafe mag je wel zeggen. Met een hoog- en een laaggelegen terras, beide uitzicht biedend op de plek waar het water van de Kloveniersburgwal in de Amstel stroomt.

Treuriger en voor iedereen herkenbaar is de bediening. Werden de eerste keer de bestellingen opgenomen door een jongeman in T-shirt en sandalen, de tweede keer gebeurde dat door buitengewoon vriendelijke dames die echter, volgens mij, nog nooit een cafe van binnen hadden gezien. Drie verschillende lieverds kwamen hardnekkig niet en moesten vervolgens eerst op de kaart kijken als je iets bestelde ('Ik werk hier voor het eerst'), deden er langer dan eindeloos over de simpele bestelling aan te reiken en vergaten je op den duur totaal. Ik zag vast hele rijke mensen weggaan die gewoon niet waren bediend. Waar is toch de tijd dat ouder wordende heren, met kappersplak-haar, door de tijd uitgelopen voeten en een schort tot op de schoenen, je bestelling binnen de kortste keren en zonder omhaal op je tafeltje plaatsten? Dat zou een Grand-Cafe zijn broodnodige allure geven. En niet, zoals bij de jonge loot aan de grote stam, 'De Wereld', vragen of je lid wil worden van de onderneming. Tot op heden ken ik maar een Grand Cafe waar je snel en wellevend wordt bediend: het '1ste Klas Restaurant' aan het Amsterdamse Centraal Station. Ten slotte: omdat wij in 'De Jaren' meer dan een half uur op de rekening moesten wachten, zijn wij zonder te betalen vertrokken. Vanwege mijn eerlijke inslag blijf ik beschikbaar om alsnog mijn schuld te voldoen: twee witte wijn, twee bier (van die kleine glaasjes, waaraan de laatste slok ontbreekt), Soupe Pistou en een mootje heilbot.