CDA-fractie verdeeld over accijns

DEN HAAG, 14 aug. De CDA-fractie is verdeeld over de vraag of de in 1986 ingevoerde tijdelijke accijnsverhoging op benzine en diesel ongedaan moet worden gemaakt. 'Dat zullen we in het kader van de begrotingsbehandeling moeten afwegen', aldus fiscaal woordvoerder Th. Vreugdenhil. CDA'er A. W. Paulis liet gisteren weten dat de verhoging moet worden teruggedraaid. Zij reageerden op uitlatingen van minister Kok (financien), die eerder zei dat verlaging van de accijns geen prioriteit heeft. De VVD heeft zich al voor zo'n verlaging uitgesproken.

Paulis was in 1986 mede-ondertekenaar van een CDA/VVD motie waarin werd bedongen dat de accijnsverhoging ongedaan wordt gemaakt, zodra de aardgasprijs 3,5 cent boven het niveau van 1 juli 1987 uitkomt. De aardgasprijs ligt nu 3,2 cent boven dat niveau. De accijnzen op benzine en diesel gingen in 1986 'tijdelijk' met respectievelijk 9 en 7 cent omhoog om de door de lage olieprijzen gedaalde aardgasinkomsten te compenseren. Minister Kok zei afgelopen zondag dat de motie al is uitgevoerd, omdat in het kader van het plan-Oort de loon- en inkomstenbelasting is verlaagd.

Volgens CDA'er Vreugdenhil is de uitlating van Kok 'technisch minder juist', omdat het geld voor de verlaging van de loon- en inkomstenbelasting niet afkomstig is van een meeropbrengst uit accijnzen. Toch staat voor Vreugdenhil nog niet vast dat de tijdelijke accijnsverhoging dient te worden teruggedraaid. 'Het is de vraag of je een vier jaar oude motie letterlijk moet uitvoeren. Je moet ook de stand van de overheidsfinancien in de afweging betrekken.'

Volgens Vreugdenhil kan ook de verhoging van de benzineaccijns met 8 cent per 1 november, waartoe het kabinet heeft besloten ter financiering van het verkeersbeleid, door de Kamer in de afwegingen worden betrokken.