Brabant en Limburg willen vuilverbrandingsinstallaties

DEN BOSCH, 14 aug. De provincies Brabant en Limburg willen vuilverbrandingsinstallaties bouwen in Moerdijk en Buggenum met elk een capaciteit van 600.000 ton afval per jaar. Daarmee menen beide provinciebesturen over voldoende capaciteit te beschikken voor de hoeveelheid vuil die voor verbranding in aanmerking komt. In de installatie in Moerdijk zal ook afval uit Zeeland worden verbrand.

Met de bouw is in totaal 1,5 miljard gulden gemoeid. De installatie in Moerdijk zal vermoedelijk al in 1995 in werking treden. In Limburg gebeurt dat later omdat de mogelijkheid onderzocht wordt de installatie geschikt te maken voor het verbranden van slib. Tevens wordt bekeken of in de installatie mest kan worden verbrand.

De milieufederaties in beide provincies vragen zich af of de capaciteit van de installaties niet te groot zal zijn. Woordvoerders van de federaties zeiden vanmorgen dat nog onvoldoende bekend is over het effect van het scheiden van afval dat voor hergebruik in aanmerking komt, zoals fruit, groenten en tuinafval. Na scheiding moeten voldoende brandbare stoffen resteren om de temperatuur in de installaties op peil te houden. Bij een lage temperatuur zouden giftige dioxines kunnen worden gevormd, aldus een woordvoerder van de Limburgse milieufederatie.

De beide provinciebesturen hebben voor Moerdijk en Buggenum gekozen omdat tegen deze locaties de minste bezwaren bestaan. Twee andere mogelijke locaties, Oirschot en Helmond, werden niet geschikt geacht.