Bisfosfonaten kunnen botontkalking na de menopauze omkeren

Botontkalking (osteoporose) komt veel voor bij vrouwen na de overgang. Door veranderingen in hun hormoonhuishouding raakt het evenwicht tussen botafbraak en -aanmaak verstoord er wordt meer bot afgebroken dan opgebouwd. Daarnaast is osteoporose een bijverschijnsel bij enkele ziekten en van het gebruik van sommige medicijnen.

Patienten met osteoporose breken makkelijker een been, arm, heup of gewricht. Bovendien hebben ze last van soms spontaan of na een kleine 'misstap' instortende wervels. Ze worden daar kleiner van, krijgen een kromme rug, pijn en mobiliteitsproblemen. Naar schating een kwart van de vrouwen krijgt na de menopauze een min of meer ernstige vorm van osteoporose.

Botontkalking is al wel te voorkomen, maar omkeren van het proces het laten toenemen van de botmassa met stevig bot als resultaat was niet mogelijk. Natriumfluoride leek veelbelovend, maar de bottoename die daardoor ontstaat had geen vermindering van het aantal botbreuken en wervelfracturen bij de behandelde vrouwen tot gevolg. Er ontstaat wel nieuw bot, maar dat is niet stevig.

Voorkomen van osteoporose kan met of zonder medicijnen. Wie het zonder wil doen moet zeker vijftien jaar voor de menopauze beginnen: veel bewegen, voldoende calcium in het dieet, niet roken, weinig alcohol. Calciumsuppletie alleen heeft geen effect. Als medicijn hebben geslachtshormonen een bewezen effect. Vrouwen die op zo'n manier osteoporose willen voorkomen gebruiken na de overgang oestrogeen, periodiek aangevuld met progestageen om een onttrekkingsbloeding op te wekken, wat nodig is om het risico op gynaecologische kankers te verminderen. Deze vrouwen blijven dus na de overgang nog menstrueren.

Calcitonine is een hormoon uit de schildklier dat het calciumgehalte in het bloed verlaagt doordat het de botafbraak remt. Het is in Nederland toegelaten als geneesmiddel voor de ziekte van Paget waarbij wilde botgroei plaatsvindt na botafbraak en hypercalciemie, die door verschillende ziekten kan ontstaan. Momenteel wordt dit schildklierhormoon bij osteoporosepatienten uitgeprobeerd om eenmaal opgetreden botontkalking om te keren.

Natriumetidronaat (een bisfosfonaat - ook bekend als wasverzachter) belooft voorlopig echter het beste resultaat bij al bestaande botontkalking. Een Amerikaans onderzoek onder ruim 400 postmenopauzale vrouwen met osteoporose (New England Journal of Medicine, 12 juli) die twee jaar lang veertien dagen per drie maanden etidronaat kregen, liet een toename van de botmassa met bijna 5 procent in de lendewervels zien. Andere beenderen, zoals het dijbeen, vertoonden een lagere toename in botmassa.

Belangrijker dan de toename van de botmassa was de afname van nieuwe ruggewervelfracturen bij de osteoporosepatientes die tijdens het onderzoek etidronaat kregen, vergeleken met de patientes die een neppreparaat (placebo) kregen. Bij zes op de honderd vrouwen met onbehandelde osteoporose stortte per jaar een wervel in. In de behandelde groep was het aantal nieuwe wervelfracturen teruggelopen tot drie per honderd vrouwen per jaar.