Bemande reis of toch maar liever robots; Mens op Marsonbetaalbaar

Als ruimtevaarders met elkaar over een reis naar Mars praten, hebben ze het onveranderlijk over 'wij'. Maar als je ze vraagt wie die reis werkelijk zullen maken, komt de aap uit de mouw: niet 'wij' zullen naar Mars gaan, maar onze kinderen en misschien zelfs onze kleinkinderen.

Sovjet-kosmonaut Aleksei Leonov geeft het toe: de Marsvaarders van de toekomst zijn op het ogenblik nog maar vijf a tien jaar oud. En dan in een adem door: 'Er zullen speciale opleidingscentra voor kinderen moeten komen, waar ze worden voorbereid op een tocht naar Mars'. Wat staat Leonov die in 1965 als eerste een 'ruimtewandeling' maakte en in 1975 gezagvoerder was van de Sojoez die werd gekoppeld aan een Amerikaanse Apollo daarbij voor ogen? 'Ik denk aan opleidingen op elk continent. Ieder instituut zou zo'n honderd kinderen onder zijn hoede kunnen nemen. Ze zouden niet alleen fysiek en technisch worden geschoold, maar ook in ethisch en moreel opzicht'. Het idee roept herinneringen op aan scholingscentra voor sportsterren in Oost-Duitsland, maar de Nederlandse astronaut Wubbo Ockels reageert met de opmerking: 'Het zullen stellig de beste scholingsinstituten ter wereld kunnen zijn'.

Leonov: 'We hebben er al over gesproken met de Unesco. Daar zien ze er wel wat in.' Politiek en wetenschap zijn nog niet zo ver, dat er al aan de planning van een expeditie naar Mars kan worden begonnen. Amerikaanse ruimtevaartdeskundigen zeggen dat zo'n missie tussen 2010 en 2020 zijn beslag zou kunnen krijgen. Hun Sovjet-collega's denken er precies zo over en noemen het jaar 2015. Maar vorige maand geleden kregen de Amerikaanse Mars-enthousiastelingen forse klap te incasseren: het Huis van Afgevaardigden haalde resoluut een streep door de post van 610 miljoen gulden, die de Nasa wilde besteden aan de plannen voor de vestiging van bemande laboratoria op de maan en bemande expedities naar Mars.

Volgens onderzoekers van het Lawrence Livermore Laboratorium zou een expeditie naar Mars vele malen goedkoper kunnen worden uitgevoerd dan in de huidige Nasa-strategie. Er wordt daarbij gedacht aan in de ruimte opblaasbare ruimtevaartuigen die aanzienlijk minder complex en dus ook eerder te verwezenlijken zijn dan de ruimteschepen die de Nasa voor ogen staan. Wel geeft het instituut toe dat deze Mars-voertuigen minder veiligheid garanderen.

1000 miljard gulden

De kosten van een retourtje Mars inclusief een verblijf van enkele maanden liegen er niet om. In de Sovjet-Unie wordt gesproken over een bedrag van 500 tot 600 miljard gulden, in de VS denkt men eerder aan 1000 miljard gulden. Internationale samenwerking is de enige mogelijkheid om een dergelijk project financieel van de grond te krijgen. 'Wij als ruimtevaarders beschouwen het als onze taak om de regeringen ervan te overtuigen dat vluchten naar de planeet Mars alleen maar in internationaal verband kunnen worden uitgevoerd', zeg Sovjetkosmonaut Valeri Rjoemin.

De voorstanders en dat zijn vooral astronauten en kosmonauten zeggen er van overtuigd te zijn dat er niet al te lang na de eeuwwisseling mensen naar Mars zullen reizen. Aleksei Leonov: 'Het is best mogelijk dat onze tijdschema's niet zullen worden gehaald, dat er vertraging optreedt. Maar gebeuren gaat het. Daar ben ik zeker van.' Het hoort gewoon bij het mens-zijn, zeggen Leonov en zijn collega's. De Amerikaanse astronaut Taylor Wang: 'De mens wil ontdekken, hij is nieuwsgierig. En dat is maar goed ook, anders zouden we misschien nog steeds holbewoners zijn.' Er wordt ook naar rationele argumenten gezocht voor dit peperdure project, terwijl er op de aarde zelf nog zo veel te doen is. Op het jongste congres van de Association of Space Explorers, een vereniging van ruimtevaarders uit alle landen, werden die argumenten als pepernoten uitgestrooid.

Walt Cunningham: 'Technologische verworvenheden uit de ruimtevaart kunnen aardse problemen helpen oplossen.' Thomas Stafford: 'Op de maan kan waarschijnlijk Helium-3 worden gewonnen. Helium-3 kan een grote rol bij kernfusie spelen en een enkele Space-Shuttlelading van het spul zou in dat geval het hele gebied van de VS een jaar lang van energie kunnen voorzien.' Jon McBride roert een controversieel punt aan: 'Het zal wellicht nodig zijn om een gesloten ecologisch systeem te ontwikkelen, waarbij afval een bewerking ondergaat en opnieuw gebruikt kan worden. Een dergelijke recycling zou ook voor het leven op aarde van grote betekenis kunnen zijn.' Aleksei Leonov gaat nog het verst. Die blijkt al te denken aan emigratie van aardbewoners naar Mars: 'In de volgende eeuw zal de aarde waarschijnlijk door tien- tot elf miljard mensen worden bewoond. Het voedselprobleem kan dan zo finaal uit de hand lopen, dat Mars een oplossing zou kunnen bieden.' Tegenstanders van het Mars-project halen er echter hun schouders over op. Zij menen dat een dergelijk systeem even goed en in elk geval aanzienlijk goedkoper zonder Mars-expedities zou kunnen worden ontwikkeld.

Een zwarte stof

Mars zou door ingrijpen van de mens een tweede aarde kunnen worden. Als de poolkappen met een zwarte stof worden bestrooid, zou het ijs smelten en zou Mars (opnieuw) een wereld met stromende rivieren kunnen worden. Daarna zouden er broeikasgassen moeten komen en tenslotte zou de planeet moeten worden 'ingezaaid'. De Amerikaanse bioloog Robert Haynes die er over sprak op het recente Cospar-congres in Den Haag speelt al jaren met die gedachte, al geeft hij toe dat we uiteindelijk misschien tot de ontdekking zullen komen dat het niet lukt.

Maar de Franse professor Roger Bonnet, leider van de afdeling wetenschappelijke projecten van de Europese ruimtevaart-organisatie ESA, vindt bemande Mars-expedities onzin. Bonnet zegt dat een bemande expeditie naar Mars alleen maar om prestige-overwegingen door Moskou en Washington wordt aanbevolen. Naderhand, aldus Bonnet, gaat men proberen er een wetenschappelijke rechtvaardiging voor te verzinnen. Bonnet vreest dat Europese deelneming aan een zo grootschalig plan het einde zou betekenen van de huidige, gevarieerde kleinschalige projecten die Europa een eervolle plaats hebben bezorgd naast de VS en de Sovjet-Unie.

Bonnet staat in dit opzicht bepaald niet alleen. Bij de opening van het Cospar-congres kritiseerde minister J. Ritzen (Onderwijs en Wetenschappen) het streven naar grootschalige ondernemingen. Volgens Ritzen zijn de kosten zo astronomisch dat ze het pure ruimteonderzoek dreigen te verstikken.

Ook verscheidene Nederlandse ruimteonderzoekers hekelen het 'internationale' maar voornamelijk Amerikaanse ruimtestation Freedom. Natuurlijk zal geen ruimteonderzoeker tegen de verkenning van Mars zijn. Maar, zeggen ze, het kan toch ook met onbemande voertuigen met robots? Dan wordt een Mars-expeditie in elk geval een stuk goedkoper. De Amerikaanse Vikingen van 1975/'76 die behouden op Mars neerstreken en daar een weelde aan informatie verzamelden en naar de aarde overseinden, waren slechts voorlopers van nieuwe generaties Mars-robots, die met ballonnen en met autootjes worden uitgerust en zelfs bodemmonsters naar de aarde kunnen brengen.

Maar de meeste ruimtevaarders delen die mening niet. Zij worden niet moe te herhalen dat beide Viking-robots er niet in geslaagd zijn sporen van leven op de rode planeet te vinden. Ze onderzochten alleen maar het kleine stukje grond dat binnen het bereik van de Viking-graafarm lag. Misschien zouden zij bij een landing in een andere streek wel opzienbarende ontdekkingen hebben gedaan.

Astronaut Bruce McCandless: 'Alleen de mens kan ter plekke op die vraag antwoord geven door dingen te onderzoeken die zijn nieuwsgierigheid prikkelen.' McCandless: 'Er zijn zelfs praktische problemen. De afstand tussen aarde en Mars is gemiddeld zo groot, dat een signaal van een robotonderzoeker op de planeet ruim een half uur nodig heeft om de aarde te bereiken. En een signaal vanuit het vluchtleidingscentrum doet er vervolgens ook weer dik een half uur over om de robot te bereiken. Maar in de periode van vijf kwartier die daarmee verstrijkt, kan het over de Marsbodem rijdende toestelletje al lang over een rotswand in een ravijn te pletter zijn gevallen. Dat zou een mens ter plekke beslist niet overkomen.' McCandless gaat voorbij aan de vorderingen die worden gemaakt op het gebied van kunstmatige intelligentie. De Duitse astronaut Ulf Merbold legt uit dat 'een automatisch systeem alleen maar kan doen wat er van tevoren in geprogrammeerd is' en Wubbo Ockels gaat nog een stapje verder met de opmerking: 'Hoe meer automatische systemen je gebruikt, des te meer mensen je nodig hebt.' Oleg Makarov, een ervaren kosmonaut, blijkt een middenpositie in te nemen. 'Het is niet een kwestie van of/of. Robots en mensen zijn beiden nodig. We moeten antwoorden vinden op de vraag waar het werk door robots moet worden gedaan en waar niet. Op terreinen waar een robot tekortschiet, komt de mens aan bod. Maar als we kunnen volstaan met een robot, dan moeten we het werk zeker niet door de mens laten doen.' De onbetrouwbare VSAls er reizen naar Mars worden ondernomen, dan zouden die bij voorkeur internationaal moeten worden opgezet. Nu is er al sprake van groeiende samenwerking bij allerhande ruimteprojecten, maar juist bij het Mars-onderzoek is nog maar enkele weken geleden een belangrijk onderdeel van het Sovjet-Marsprogramma voor 1994 op bedenkelijke wijze ter ziele gegaan. Een Frans-Amerikaans experiment moest worden geschrapt omdat de VS zich wegens geldgebrek terugtrokken.

Dit schrappen heeft in de internationale ruimtevaartwereld opnieuw de discussie aangewakkerd over de vraag of het nog wel verstandig is om samenwerkingsprojecten met de Amerikanen op te zetten. Het is zeker niet voor het eerst dat de VS uiteindelijk verstek laten gaan in internationale programma's, waarvoor ze in eerste instantie warm liepen. De Europese ruimtevaartsorganisatie ESA weet daar van mee te praten.

Pijnlijk is het jongste Amerikaanse annuleringsbesluit vooral voor de Franse ruimtevaartgemeenschap. Frankrijk had met het oog op de Mars-missie van 1994 al een instrument (Omega) voor het speuren naar mineralen in de bodem, maar anderhalf jaar geleden kwamen de Amerikanen met een min of meer vergelijkbaar plan, de VIMS, op de proppen, dat van de Sovjet-Unie de voorkeur leek te krijgen boven het Franse instrumentarium.

Aanvankelijk wilden de Fransen van geen wijken weten, maar op aandringen van de Sovjet-Unie kwam het uiteindelijk toch tot een compromis: een samenwerkingsproject van de VS en Frankrijk, waarbij beide systemen zouden worden gecombineerd tot een pakket ter waarde van circa 100 miljoen gulden. Maar een paar weken geleden liet Lennard Fisk, Nasa's directeur wetenschappelijke projecten, zijn Franse collega Jacques Breton weten dat de VS er eenvoudig niet het geld voor hebben. Er is echter al zo veel tijd verstreken dat de Fransen er nu ook niet meer in zullen slagen hun oude Omega-plan alsnog te uit te voeren.