Surrealistisch tafelen in Boymans-van Beuningen; 'Van wiezijn deze hersens?'

ROTTERDAM, 13 aug. Marcel Duchamp zou vast wel waardering hebben gehad voor het verrassingsmenu, zaterdagavond geserveerd tijdens het zomerfeest in het Rotterdamse museum Boymans-van Beuningen en samengesteld door drie Rotterdamse kunstenaars. Maar zou Salvador Dali zijn bord hebben leeggegeten, als hij daar had aangezeten aan de Zonnetafel, genoemd naar zijn schilderij uit 1936, waaromheen nu in Rotterdam een tentoonstelling van allerlei soorten surrealistische kunst is te zien? Dali zette zijn tanden het liefst in zachtheid omvat door krakende stevigheid, zoals schaaldieren en vogelkopjes. Hij hield niet van spinazie: te vormeloos. Frits Jansen had daar echter een oplossing voor gevonden: een kegel- of fallusvormig timbaaltje van koude spinazie, waarin een roze roosje was gestoken.

Pronkstuk op de tentoonstelling Zonnetafel is de nieuwste aanvulling van de surrealistische collectie: een exemplaar uit 1952 van de beroemde Boite en valise van Marcel Duchamp, onlangs voor 80.000 dollar aangekocht op een Newyorkse veiling. 'In deze tijd van exorbitante prijzen een alleszins redelijk bedrag', aldus later op de avond conservator Piet de Jonge in een lezing over dit 'draagbare museum'. Ander goed nieuws is dat Boymans de drie geexposeerde schilderijen van Francis Picabia uit de collectie van Geertjan Visser in permanente bruikleen krijgt.

Een andere reden voor het feest was dat de nieuwe entree van het museum bijna klaar is. Architect Alexander Bodon (nu 83) paste de door hem gebouwde nieuwe vleugel (1963-'72) zo aan dat de zaal met de twee gebogen roestplaten van Richard Serra niet langer een voor velen ergerniswekkende uithoek van het museum is, maar een zinvoller functie krijgt als ingang.

Ziehier het menu van de surrealistische Zonnetafel, waaraan enige honderden Rotterdammers aanzaten. De amuse bij de champagne (een oester met een rode bes bij wijze van parel) was ontworpen door Wim Gijzen, die ook het voorgerecht met de naam Mesintelligence freudienne bedacht: of een portie hersens in vinaigrette met kappertjes of een tongetje met rode saus. De feestgangers reageerden verdeeld: 'van wie zijn die hersens?' en 'dit heeft iemand al eerder in zijn mond gehad!'.

Er waren ook kunstliefhebbers die alles met smaak verorberden, wetende dat in het oorlogsjaar 1870 in Parijs de dierentuin werd opgegeten met een curieuzer menu: gepasseerde ezelskop, gebraden kameel op Engelse wijze, antilope met truffel en kat gegarneerd met ratten. Het hoofdgerecht, de creatie van Frits Jansen, was getiteld Al is de man de heerser van 't heelal, koken heeft hij toch van zijn moeder geleerd en bestond uit het kegeltje spinazie met roos, een in spekvet gebakken kwarteleitje dat werd geserveerd op een gouden plastic lepel, een in kruisvorm gebrachte grove terrine van diverse vleessoorten nabij een plasje paprikasaus en een opengesneden verse vijg. Willem Oorebeek schiep An immaculate desert, dat ook best 'Gizeh in de Zuidzee' had kunnen heten: drie sneeuwwitte piramiden van bavarois in een tropische oase van cocossaus. Dit alles werd begeleid door muziek van Erik Satie, die later op de avond werd gebruikt bij een optreden van de Rotterdamse danseres Ina Wichterlich. Met Dali's Venus van Milo met laden op een sokkel en Das Kafkabuch op de grond als polen vol onverklaarbare geheimzinnigheid volvoerde zij haar bewegingen en las zij voor, over het zoeken naar waarheid.

Duchamp zelf was ook nog te zien in het film- en documentaireprogramma: Jeux d'echecs, Entr'act en Anemic cinema. Maar Un Chien Andalou van Bunuel en Dali, waarin het doorsnijden van een oog wordt getoond, durfde ik niet voor een tweede keer te zien.