Summer Sessions BIMhuis met pianist Cecil Taylor; Onaangepastheid als stimulans

'Same old story', zei pianist Cecil Taylor deze week toen hem werd verteld dat zowel hijzelf als het album Cecil Taylor in Berlin eerste was geworden in de jaarlijkse 'Critics Poll' van het Amerikaanse tijdschrift Down Beat.

De reactie van Taylor is begrijpelijk: hoe hoog de internationale critici hem ook prijzen, zijn platen worden toch nauwelijks verkocht, net zomin als dertig jaar geleden toen hij, werkzaam als bordenwasser in een Newyorks restaurant, uit de krant vernam dat hij de beroemdste jazzmusicus van zijn tijd was. Toch is de situatie er voor Taylor wel iets op vooruit gegaan: voor het eerst in vele jaren heeft hij weer een volbloed-Amerikaanse plaat gemaakt (Florescence, op het grote label A en N), zijn historische opnames voor het Candid-label zijn in twee versies heruitgegeven en de onlangs bekroonde Duitse uitgave omvat niet minder dan elf cd's op driehonderd pagina's tekst en foto's. Veel belangrijker voor Taylor, gezien diens terechte scepsis met betrekking tot de verkoop van die platen buren of onverwacht bezoek doe je er zelden een plezier mee is echter het feit dat hij steeds meer concerten kan geven, vooral in West-Europa. Met een voor zijn doen korte set besloot hij vannacht zijn vierdaagse bezoek aan het Amsterdamse BIMhuis op de voor hem gebruikelijke manier: zonder concessies aan enigerlei mode, of te letten op wat het publiek er allemaal van vond.

Over de vraag of Taylor 'de grootste pianist van de twintigste eeuw' is mag getwist worden, het leidt echter geen twijfel dat zijn consequente politiek van onaangepastheid een grote stimulans is voor andere musici die eigenwijs wensen te zijn. De naam Peter van Bergen is in dit verband al eerder gevallen, gisteren was het allereerst rietblazer Ab Baars die onderstreepte dat je vooral je eigen weg moet banen. Zeer geconcentreerd formulerend doet hij, goed ondersteund door slagwerker Sunny Murray, gaandeweg een soort muziek ontstaan die men zou kunnen omschrijven als geabstraheerde rhythm en blues. De toonkleuring is ontleend aan de zwarte vocale muziek met alle screams en shouts vandien, de inmiddels doodgespeelde vorm van die muziek wordt echter vermeden of slechts terloops gesuggereerd. Of Baars op deze weg voortgaat, moet worden afgewacht, maar dat hij een interessante 'omweg' heeft ontdekt, is wel zeker. Wat minder abstract, maar eveneens vrij van cliches en vooral ongelooflijk fraai, speelde ook Baars' collega Michael Moore; met cellist Ernst Reijseger en slagwerker Han Bennink het trio Clusone vormend.

Een moderne improvisator, die prachtig klarinet kan spelen zonder aan Benny Goodman te doen denken en idem altsaxofoon zonder aan Charlie Parker te refereren, is zeer begenadigd. Ook Ernst Reijseger en Han Bennink zijn, zoals bekend, niet mis, al zou de laatste voor de concentratie van mede-musici en publiek wel eens beter achter een kamerscherm kunnen worden geplaatst. Zeer welkom was Benninks exhibitionisme echter in de drummers-symfonie met Louis Moholo, John Engels en Sunny Murray. De laatste kwam wat later en ging wat eerder weg, maar zat de overige tijd zo wezenloos te knoeien, dat de toch al moeilijke communicatie tussen de andere drie grondig werd gefrustreerd. Han Bennink maakte er nog wat van door 'unverfroren' zijn blote kuiten in de strijd te werpen, tot niet geringe opwinding van het vrouwelijk deel van het publiek. Is dat trouwens geen aardig idee voor de Summer Sessions van volgend jaar: jazz en erotiek? Met de nieuwe airconditioning in het BIMhuis moet het te doen zijn.

Concerten: Slot van de BIMhuis Summer Sessions met o.a. pianist Cecil Taylor en zijn trio, de rietblazers Ab Baars en Michael Moore, cellist Ernst Reijseger en de slagwerkers Han Bennink, John Engels, Louis Moholo en Sunny Murray. Gehoord: 12/8 BIMhuis, Amsterdam.