Saddam tartte Mubarak

KAIRO, 13 aug. 'Ik ben altijd optimistisch, maar ik moet u eerlijk zeggen dat er geen hoop meer is op een vreedzame oplossing', zei de Egyptische president Hosni Mubarak na de chaotisch verlopen topconferentie van Arabische leiders in Kairo. Was die oplossing er voor die top wel? Niet echt, en dat moet gastheer Mubarak geweten hebben. Als hij er al niet van overtuigd was dat Irak alleen maar uit was op een verscherping van de tegenstellingen, dan werd de Egyptische president van zijn laatste illusies beroofd op het moment dat hij zich, voorafgaande aan de conferentie, gereed maakte om de Iraakse delegatie welkom te heten op het vliegveld van Kairo.

In het toestel uit Irak bevond zich behalve minister van buitenlandse zaken Tareq Aziz ook de door Saddam Hussein benoemde premier van Koeweit, kolonel Alaa Hussein, klaar om zich door Mubarak voor het oog van de televisiecamera's te laten omhelzen en vervolgens namens Koeweit aan de conferentie deel te nemen. Mubarak was des duivels. Hij liet weten dat er zou worden geschoten als Alaa Hussein de vliegtuigtrap zou durven afdalen, vertelde gisteren een hoge ambtenaar die bij de scene aanwezig was. 'De president stond met trillende handen, bevend van de zenuwen, te wachten op wat er zou gebeuren', zei de ambtenaar, nog zichtbaar onder de indruk. Uiteindelijk bleef Alaa Hussein binnen en voorkwam zo een voortijdig en gewelddadig einde aan de top. Maar het was vanaf dat moment duidelijk dat Irak heel eigen plannen koesterde, die niets te maken hadden met het zoeken naar een diplomatieke oplossing binnen de gemeenschap van Arabische staten.

Integendeel, Saddam Hussein heeft het afgelopen weekeinde geprobeerd een nieuwe wig te drijven tussen de leden van de Arabische Liga die de door zijn invasie van Koeweit ontstane kloof zou doen vergeten. Hij deed dat door eerst, nog tijdens het topberaad, per radio de Arabische volkeren op te roepen om in opstand te komen tegen hun corrupte leiders, een gezelschap van 'slechte mannen' dat bezig was samen met de Amerikanen de heilige plaatsen van de islam te onteren. Daarmee maakte hij van een territoriumkwestie een godsdienstzaak en die aanpak had wel degelijk enig succes. Precies een week eerder hadden namelijk vijftien leden van de Arabische Liga de bezetting van Koeweit veroordeeld. Afgelopen vrijdag waren er nog twaalf over, die vonden dat Saoedi-Arabie het recht had de hulp van de hele wereld, inclusief de Verenigde Staten, in te roepen om zich te beschermen tegen Irak. Saddam Hussein was er dus in ieder geval ten dele in geslaagd de vraag 'voor of tegen Koeweit' te veranderen in 'pro- dan wel anti-Amerikaans'. Pag.5: Vervolg