'Omgekeerde snelkookpan' helpt de Veluwe van hetzuiveringsslib af; Zuiveringsschap gaat ondergronds

ARNHEM, 6 aug. De ongeveer 490 overheidsbedrijven die afvalwater zuiveren, raken de snel toenemende stroom zuiveringsslib een stinkende, soms zwaar verontreinigde massa aan de straatstenen niet meer kwijt. Maar hoop gloort aan de horizon. Het Zuiveringsschap Veluwe in Apeldoorn wil van zijn zuiveringsslib af komen door het in een 1200 meter diepe schacht te pompen. Daarbij maakt Apeldoorn gebruik van een techniek die veel overeenkomst vertoont met een reusachtige, omgekeerde snelkookpan.

In bijna alle Nederlandse rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI's) vindt een 'biologische zuivering' van het rioolwater plaats. Wat overbljft is zuiveringsslib, dat voornamelijk bestaat uit bacterien en resten onverteerd vuil. Dit slib is een stinkende, zwarte massa die vliegen aantrekt en een gevaar vormt voor de volksgezondheid. Op dit moment wordt door de gezamenlijke RWZI's al bijna 250.000 ton slib per jaar geproduceerd.

De RWZI in Apeldoorn zal de eerste in Europa zijn die gebruik maakt van de zogenoemde natte oxydatie-techniek. In de Verenigde Staten bleek een experiment met een dergelijke omgekeerde snelkookpan enige jaren geleden succesvol. De proefinstallatie bij Denver reduceerde het volume van zuiveringsslib met 95 procent tot onschadelijke vaste stof en bij de verwerking kwamen geen schadelijke stoffen vrij.

Bijzonder is dat de Apeldoornse schacht niet door het Zuiveringsschap zelf zal worden gebouwd en geexploiteerd. Twee bedrijven, VerTech Treatment Systems (VTS), een dochter van bouwbedrijf Van Wijnen uit Baarn, en het advies- en ingenieursbureau Grontmij uit De Bilt werken samen in Slibverwerking Veluwe BV. VTS en Grontmij investeren gezamenlijk 40 miljoen gulden in de installatie. Veluwe BV onderhandelt nog met het Zuiveringsschap over de verwerkingsprijs van het slib, die enige duizenden guldens per geproduceerde ton droge stof bedraagt. Het is de eerste keer dat in Nederland een dergelijke overeenkomst tussen het bedrijfsleven en een gemeentelijke RWZI wordt aangegaan.

Natte oxydatie is al sedert de jaren twintig bekend en wordt onder meer bovengronds gebruikt door chemische bedrijven. Het Zwitserse chemieconcern Sandoz en het Westduitse Bayer gebruiken de techniek om chemische afvalstoffen te vernietigen, vertelt J. J. van den Berg van de vakgroep milieutechnologie van de Grontmij. Maar de benodigde hoge-drukvaten en energie om de juiste omstandigheden te creeren waren tot nu toe zo kostbaar dat het proces niet commercieel kon worden aangewend voor 'eenvoudige' afvalstoffen, zoals zuiveringsslib.

VTS en de Grontmij omzeilen deze problemen door ondergronds te gaan. Gebleken is dat slib bij zeer hoge druk en temperatuur en voldoende zuurstof bijna volledig is te vernietigen tot een reststof van gering volume. De hydrostatische druk van de ruim een kilometer hoge kolom slib veroorzaakt onderin de schacht chemische reacties, waardoor de temperatuur oploopt tot ongeveer 300 graden Celsius. Bij terugkeer aan de oppervlakte is het zuiveringsslib teruggebracht tot steriel materiaal dat lijkt op klei. 'De andere RWZI's kijken bij deze onbekende techniek voorlopig de kat uit de boom', vertelt Van den Berg. Ook het Zuiveringsschap in Apeldoorn toonde zich aanvankelijk huiverig, maar ging overstag toen de Grontmij bereid bleek technisch advies te leveren bij toepassing van deze oorspronkelijk Amerikaanse vinding, waarvan VTS de octrooien bezit.

Begin volgend jaar, als de benodigde vergunningen zijn verleend, willen Grontmij en VTS beginnen met de bouw van de installatie. Het duurst is het boren van de schacht. In de ronde schacht wordt een concentrisch buizenstelsel geplaatst. Het slib wordt via de centrale pijp naar beneden geperst en de buitenste ring voert het restprodukt naar de oppervlakte.

Met een begrote bouwtijd van een jaar en een opstarttijd van zes tot negen maanden kan de installatie op zijn vroegst in 1993 gaan draaien. Per jaar kan de ondergrondse 'snelkookpan' volgens Van den Berg bijna 23.000 ton droge stof produceren, wat overeen komt met 440.000 ton zuiveringsslib. 'Maar voorlopig kost de ontwikkeling van deze techniek ons alleen maar geld. De Grontmij ziet dit als een strategische investering.' VTS en Grontmij hoeven zich de komende jaren geen zorgen te maken over de aanvoer van zuiveringsslib. De totale hoeveelheid slib zal de komende jaren nog sterk stijgen, ondermeer door de defosfatering waartoe Nederland zich bij het Rijn Actie Programma heeft verplicht. Van den Berg: 'Er zal jaarlijks ongeveer 450.000 ton droge stof worden geproduceerd, waarvoor een oplossing moet worden gevonden.' Ondertussen nemen de afzetmogelijkheden van het zuiveringsslib dramatisch af. Toepassing in de landbouw zal volgens de volgend jaar van kracht wordende Wet op de meststoffen worden verboden. Ook storten, dat veel ruimte vergt, wordt door de overheid in toenemende mate bemoeilijkt. 'Alleen al om die reden is elke techniek interessant die het volume van het zuiveringslib sterk verkleint', aldus Van den Berg. Rest nog de bovengrondse vernietiging van het goedje. Nu al wordt op kleine schaal op drie plaatsen (Amsterdam, Dordrecht en Oyen in Noord Brabant) zuiveringsslib verbrand, maar dat blijkt een energieverslindende en dure aangelegenheid wegens het hoge waterpercentage (95 procent) van het slib. Bovendien moeten de installaties worden voorzien van een omvangrijke rookgasreiniging om de uitstoot van schadelijke stoffen te voorkomen. De kosten van de reiniging van rookgas lopen op tot tot 300-600 gulden per ton. Het lijkt steeds interessanter om zuiveringsslib via natte oxydatie te vernietigen. Temeer omdat hergebruik van de reststof commerciele mogelijkheden lijkt te bieden. Mogelijk kan de reststof worden gebruikt in de wegenbouw, maar ook de keramische industrie toont belangstelling.

Van den Berg: 'De reststof lijkt een beetje op klei, maar bevat relatief hoge concentraties aan fosfaten en zware metalen. We zijn nu aan het onderzoeken wat voor milieuschade de stof kan opleveren, ook over een termijn van vijftig jaar bezien.'

Bij de nuttige toepassing moet ook Veluwe BV er op rekenen dat het toekomstige Bouwstoffenbesluit volgens de Wet Bodembescherming (WBB) grenswaarden stelt aan schadelijke stoffen in bouwmateriaal.