Natte nautica-veiling

'Jan-Pieter, hier onder de giek steekt nog iemand zijn hand op', klinkt het vanaf het middendek. 'Ja, dat kan ik niet zien, natuurlijk. Oh, ja, die meneer met de sigaar: honderdtwintig gulden!' Niet alleen voor kunstverzamelaars viel er gistermiddag op het IJ een hoop te genieten, ook de liefhebbers van absurdistische dialogen kwamen ruimschoots aan hun trekken. Het jonge Haagse veilinghuis Glerum, toch lang niet misselijk gehuisvest in het stadspaleisje Het Spaansche Hof aan het Westeinde, was voor veiling nummer 18 uitgeweken naar het dek van de tot driemaster omgebouwde vracht-aak Sanne Sophie. Het lag in de bedoeling met deze nautica-veiling de 'naar alle waarschijnlijkheid' eerste Sailing Sale ter wereld te organiseren, maar door de grote drukte op het water werd het onverantwoord geacht uit te varen, en dus bleef de Sanne Sophie aangemeerd aan steiger 12. Slechts weinigen zullen zich gerealiseerd hebben nu de primeur te beleven van de eerste zachtjes wiegende of licht dobberende kunstveiling ter wereld.

Voor wie niet zozeer voor het veilen als wel voor het zeilen was gekomen, bestond de mogelijkheid over te stappen op een langszij gelegen 'poon', die gedurende de veiling een tochtje over het IJ maakte. Terwijl de veelal blootgeschouderde dames wegvoeren, met de biednummers nagewuifd door hun echtgenoten, nam de veiling een aanvang.

Het aan boord hijsen en sjorren van de te veilen kunstvoorwerpen, alles aangevoerd per ijzeren sloep, had al een tamelijk ongewoon schouwspel opgeleverd. Dit beeld werd nog overtroffen door de met zonnebril uitgeruste veilingmeester Jan-Pieter Glerum, die vanachter een stapel kartonnen dozen, hem tot geimproviseerde ploktafel dienend, per megafoon leiding gaf aan het loven en bieden.

Behalve prenten, schilderijen en aquarellen, alle betrekking hebbende op zeevaart en visserij, kwam een ruim scala aan nautische instrumenten onder de hamer. Sextanten, octanten, barografen, anemo- en clinometers: fraai bewerkt instrumentarium, maar je vraagt je af wat een mens ermee moet. Toch heeft men er honderden of zelfs duizenden guldens voor over. Twee geelkoperen 'luchthappers' voor 180 gulden lijkt overigens weer niet duur met het oog op een mogelijk smog-alarm.

De grootste geldopbrengers van de middag waren schaalmodellen van een Frans oorlogsschip uit 1750 en een twintigste-eeuwse replica van een Zweedse kaper, met respectievelijk 24 en 34 duizend gulden. Deze modellen zijn nog tot het eind van de maand te zien in het Amsterdams Gemeentearchief, als aanvulling op de tentoonstelling 'Amsterdam zeilt', een bezienswaardige selectie uit het 'natte prentenbezit'. 'Als je zo'n tentoonstelling samenstelt, het hele archief doorploegt op wat er zoal op watergezichten in zit, wordt je bewondering voor wat er in de loop der tijden verzameld is toch een beetje vergald door de hiaten die je aantreft', zegt archief-hoofdconservator Boudewijn Bakker.

Doordat veilinghuis Glerum voor deze 'uit de hand gelopen grap' een toegangsprijs van 40 gulden heeft gevraagd, ten goede komend aan het 'Archieffonds', zag Bakker zijn aankoopbudget op deze zondag plotseling met een paar duizend gulden verruimd. Geenszins van plan dit bedrag aan de geldontwaarding prijs te geven, bood hij enthousiast mee op een serie gravures van de laat-achttiende eeuwer Groenewegen: 'Het bijzondere van deze prenten is dat het minutieus getekende schepen van allerhande soort zijn. Toch een waardevolle aanvulling. Wij hebben bij voorbeeld wel prenten van de haringpakkerstoren, maar een tekening van een haringbuis konden we er nooit bij laten zien. Bij een volgende expositie zullen we van deze aankoop zeker veel plezier hebben.'