God zij gedankt, Saddam is nu volksheld

AMSTERDAM, 13 aug. Vier weken geleden zouden de 'inheemse' Arabieren in Koeweit en de andere Golfstaten de vergelijking van Saddam Hussein met Adolf Hitler verontwaardigd van de hand hebben gewezen. Nu zijn ze het ermee eens. Saddams verkrachting van Koeweit en van hun vrouwen heeft hen van mening doen veranderen.

Maar vele andere Arabieren die nog niet het slachtoffer zijn geworden van Saddams grootse plannen, zijn de afgelopen weken en maanden steeds meer van hem onder de indruk gekomen. Zij weten ook wel dat Saddam een brute dictator is. Maar zij zijn ervan overtuigd dat hun eigen leiders niet veel beter zijn en slechts in zoverre van Saddam verschillen dat de Iraakse leider ten minste een bron van kracht is, een volksheld die God zij gedankt en geprezen een beschamend tijdperk van Arabische impotentie definitief heeft afgesloten. Daarom zijn gefrustreerde Arabieren van Manama in de Golf tot Nouakchot in Mauretanie Saddam Hussein steeds meer gaan respecteren. Was hij niet degene die zich in de oorlog tegen de overmacht van de Perzen, de Arabische erfvijand, acht jaar lang staande hield? Wist hij niet een Arabische legermacht op te bouwen die ongeevenaard is in de Arabische geschiedenis? En jaagt Saddam niet thans het arrogante Israel de stuipen op het lijf met zijn chemische en andere vernietigingswapens? Welke andere Arabische leider sinds Gamal Abdel Nasser durfde het machtige Amerika zo te confronteren als Saddam Hussein thans doet? Welke andere Arabische leider getuigt van zoveel kracht tegenover Israel en van zoveel bereidheid Palestina eindelijk te bevrijden? Wie anders dan hij past eindelijk het principe toe dat wat met geweld genomen is, slechts met geweld teruggenomen kan worden? Wie anders dan hij maakt een einde aan de vervloekte erfenis van het kolonialisme dat de Arabische Natie kunstmatig verdeelde om zich ongestoord van haar bodemschatten meester te maken?

Saddam Hussein moge meedogenloos zijn, hij is het belangrijkste wapen geworden in de strijd tussen Arabische onmacht en niet-Arabische, Westerse macht. Sadddam moge een Arabische Hitler zijn, hij is in elk geval een LEIDER zeker nu het imperialisme wederom een oorlog voorbereidt tegen het Arabisme en tegen de islam.

Daarom is de brute wreedheid waarmee hij zijn echte of vermeende vijanden te lijf gaat, niet langer van belang. Daarom ontkennen ook velen de door Saddam aangerichte gruwelen. Zoals die Palestijnse middenstander die, geconfronteerd met een stortvloed van bewijsmateriaal, opmerkte: 'Elke keer als een Arabische leider een vuist maakt worden er leugens over hem opgedist'. Nog hebben de demonstraties niet het massale karakter van de aanhankelijkheidsbetogingen voor Nasser uit de jaren vijftig. Saddam Hussein heeft nooit zoveel charisma gehad als zijn grote Egyptische voorganger. Ook kan de etalagepop die op het Iraakse televisiescherm de boodschap van zijn Leider uitdraagt, nauwelijks enthousiasmerend werken. Maar zodra de strijd begint en voor vrijwel iedereen staat het staat vast dat de Amerikanen en de zionisten binnenkort hun verraderlijke aanval lanceren zullen miljoenen Arabieren Saddam vereren en volgen, conform het bekende Arabische spreekwoord: Ik tegen mijn broers.

Ik en mijn broers tegen mijn neven. Ik en mijn broers en mijn neven tegen de wereld.

In overeenstemming met de tribale cultuur die dit spreekwoord zo voortreffelijk vertaalt, gingen de afgelopen dagen Arabische nationalisten, moslim fundamentalisten en communisten de straat op. Uit een mond getuigen zij van hun haat tegen de Westerlingen, de buitenlanders die hen opnieuw willen knechten. Zoals die linkse afgevaardigde in het Jordaanse parlement die gisteren tijdens een teleurstellend kleine demonstratie in Mafraq van nog geen 15.000 mensen (men had op een half miljoen mensen gerekend) schreeuwde: 'Het moment van de oorlog is aangebroken. Laten we Amerika treffen. Laten we het reactionaire Amerikaanse regime treffen!' Hij had een onverwachte bondgenoot gevonden in sjeik Abderrahman Khalifa, de leider van de Moslim Broeders die de gelovigen tot een heilige oorlog opriep om Irak te verdedigen tegen Israel, de Verenigde Staten en Groot-Brittannie. De sjeik, een goede vriend van koning Hussein en nog voor kort de ontvanger van aanzienlijke subsidies uit Saoedi-Arabie, predikte in een moskee in Amman. Buiten hielden zijn volgelingen plakkaten op met teksten als 'Weg met de Amerikanen, de nieuwe Kruisvaarders' en 'Richt jullie wapens op de zionisten en de Amerikanen'. Alleen de Egyptenaren zijn nog niet echt de straat opgegaan, hoewel de Egyptische Moslimbroeders al te kennen hebben gegeven dat het besluit van president Mubarak om troepen naar Saoedi-Arabie te sturen afkeurenswaardig en in strijd is met Gods wetten. Van oudsher ervaart de gemiddelde Egyptenaar zijn broeders in Irak als bloeddorstige barbaren, wier Arabisch hard en grof is. Een Egyptenaar tekenaar legde mij al 15 jaar geleden uit: 'Als een Irakees mij goedenmorgen wenst, denk ik dat mijn doodvonnis al getekend is.' Bovendien hebben meer dan twee miljoen Egyptische gastarbeiders de afgelopen 15 jaar Irak en Saddam Hussein van nabij leren kennen. Herhaaldelijk werden hun salarissen in steeds waardelozer Iraakse dinaren niet of pas maanden later uitbetaald. Gastarbeiders die het in navolging van Iraakse burgers waagden dollars op de zwarte markt te kopen, werden als afschrikwekkend voorbeeld onmiddellijk doodgemarteld of doodgeschoten.

Eind vorig jaar arriveerden in Kairo opeens Egyptische gastarbeiders, verpakt in plastic zakken. Hun plotselinge en massale overlijden kwam na de geruchtmakende explosie in een Iraakse wapenfabriek. Volgens Egyptische journalisten waren zij afgemaakt door de geheime dienst die hen ervan verdacht dat zij in opdracht van Israel sabotage hadden gepleegd. Anderen zeiden dat de Egyptenaren waren geliquideerd na een golf van geruchten dat zij zich aan Iraakse maagden en hun moeders hadden vergrepen, terwijl hun vaders, broers en echtgenoten aan het front met Iran de Arabische zaak verdedigden. De opkomende verontwaardiging in de Egyptische media werd snel door de Egyptische regering gesust omdat iedereen besefte dat Saddam Hussein die tweee weken geleden nog door president Mubarak 'een wijs leider' werd genoemd als Arabisch bondgenoot te belangrijk was.

In wezen beseffen alle Arabieren dat de Iraanse president Rafsanjani gelijk heeft met zijn opmerking: 'Dit is geen oorlog tegen een revolutie. Het is ook geen contra-revolutie. Het is evenmin een oorlog tegen een reactionair regime. De oorlog gaat om een fortuin.' Koeweit en de andere olie-emiraten zijn volgens een Jordaanse regeringsfunctionaris 'slechts oliebronnen met een vlag'.

Velen zeggen het hem na. Geen enkele Arabier spreekt over Libie als een oliebron met een vlag, die ten gerieve van de arme naburen moet worden overgenomen. Misschien omdat die oliebron door het goed uitgeruste Libische leger zo prima wordt bewaakt? Arabische leiders, zoals koning Hassan van Marokko en president Assad van Syrie, zitten met een groot probleem. Zij hebben troepen toegezegd voor de inter-Arabische macht van in totaal een paar duizend man die Saoedi-Arabie moet beschermen tegen het een miljoen man sterke leger van het broederlijke Irak onder vijand Saddam Hussein. Het betekent dat Amerikaanse en Syrische militairen zij aan zij met Egyptenaren en Marokkanen oorlog moeten voeren om het Huis Saud, een van de meest feodale regimes in de Arabische wereld, overeind te houden. Voor Assad was het nooit een probleem zijn leger in te zetten tegen Arabische broeders in Libanon. Nu wordt het dilemma veel groter: Syrische troepen zouden nu zij aan zij met de (imperialistische) wereld tegen hun broers en neven moeten vechten. Nu Saddam Hussein klem zit, probeert hij zich op alle mogelijke manieren aan de wurggreep van zijn broeders en het Westen te onttrekken. Met hulp van Gods dienaren op aarde, de moslim fundamentalisten die hij altijd te vuur en te zwaard bestreed, en door de schijnwerpers te richten op de erfvijand Israel hoopt Saddam op zijn beurt zijn tegenstanders voor het blok te zetten. Een dramatische actie tegen Israel of tegen Jordanie zou het gewenste resultaat kunnen opleveren. Nooit is de situatie in het Midden-Oosten voor de regio gevaarlijker geweest dan nu.