EEN ACHTERSTAND VAN TWINTIG JAAR

Nederland is een van de oudste golflanden ter wereld, maar heeft behalve Gerard de Wit, die in de jaren veertig en vijftig furore maakte, nooit een speler van internationale allure voortgebracht. De afgelopen vijf dagen werd op de Vlaardingse golfclub Broekpolder het Europese kampioenschap voor lesgevende professionals afgewerkt. Daarbij aanwezig waren ook de beste Nederlandse leraren die unaniem van mening zijn dat de snelst groeiende sport in ons land de juiste richting heeft ingeslagen, maar dat er nog veel obstakels weg te werken zijn eer een Nederlandse Nick Faldo zich in het internationale golf mengt.

De Engelsman John Woof, teaching professional bij het business-centrum van de golfclub Rijswijk, schreef vijf jaar geleden een aantal Rotterdamse scholen aan met het voorstel golf te introduceren tijdens de gymnastiekles. Aanvankelijk reageerden de leraren enthousiast en kreeg Woof toestemming demonstraties te geven om de schooljeugd kennis te laten maken met de finesses van het spel. Woof moest de lessen echter blijven verzorgen op eigen kosten en toen bovendien bleek dat de schoolleiding nauwelijks gemotiveerd was de noviteit te ondersteunen stond niets een zachte dood van het experiment meer in de weg.

Het gaat Woof nog altijd aan het hart dat het idee destijds niet is aangeslagen. Weliswaar is de aandacht voor het golf in de tussenliggende tijdspanne sensationeel gegroeid tot het huidige aantal van ongeveer vijftigduizend beoefenaren, beschikt ons land over vijftig bij de Nederlandse Golf Federatie (NGF) aangesloten clubs en nog eens vijftig in oprichting dan wel wachtend op goedkeuring, volgens Woof is het een verkeerde gedachtengang dat een dergelijke ontwikkeling automatisch leidt tot de vorming van een aantal topspelers die de concurrentie kunnen aangaan in het internationale circuit. 'In Nederland liggen nog wel honderd plannen klaar voor banen, maar daar moeten we niet lijdzaam op wachten. Het beste voorbeeld om talenten te ontwikkelen is nog altijd de Golffoundation in Groot-Brittannie die de jeugd in staat stelt kennis te maken met deze sport. Het geld om de leraren te betalen komt voort uit inzamelingen, fondsen en een deel van de opbrengst van de Ryder Cup. Op die wijze kan iedereen er op gelijke wijze van profiteren en daarmee is ook het imago van het golf duidelijk veranderd. Veel mensen hebben nog altijd een verkeerd beeld van golf, maar ik denk toch dat het elitaire beeld ook in Nederland langzamerhand aan het verdwijnen is. Bij de jeugd dienen zich talentrijke spelers aan. Het gaat er nu om programma's te ontwikkelen om deze golfers verder op te leiden. We staan op de eerste trede van de ladder', aldus John Woof, die gisteren winnaar werd van het Europese kampioenschap voor lesgevende professionals op Broekpolder met 286 slagen (zes onder par) over vier ronden en zich daarmee het recht verwierf volgende maand deel te nemen aan de zogeheten mini-Ryder Cup. Met negen Britten komt Woof daarin uit tegen een selectie van de Verenigde Staten.

Kaart

Nederland kent thans bij de mannen zeven spelers (Bos, Van der Velde, Smits-Van Waesberghe, Steenkamer, Swart, Timmermans en Huurman) die als playing pro te boek staan, waarbij Woof en Saxton het lesgeven combineren met enkele toernooien. Geen van hen beschikt echter over de complete Tour-kaart die recht geeft op deelneming aan alle evenementen van het profcircus. Als talentvolle amateur diende zich onlangs Rolf Muntz aan, maar zijn overwinning in het Britse open voor amateurs heeft hem de ogen geopend en bij het KLM-Open in Zandvoort liet hij nog weten voorlopig niet van status te willen veranderen, aangezien dit naar zijn mening een te afstompende uitwerking op zijn leven zou hebben.

De prestaties van amateur Muntz hebben veel losgemaakt, maar de reactie van de jeugdige speler deed tevens de vraag opwerpen of de NGF het begeleiden van talenten niet ondergeschikt maakt aan de wensen van de gemiddelde recreant die in het weekeinde wat verpozing zoekt om afstand te kunnen nemen van de zakelijke beslommeringen. Zo werd de instelling van een golfacademie enige tijd geleden door de ledenvergadering van de NGF weggestemd uit financiele overwegingen. Volgende maand begint een twee-jarige opleiding voor aankomend professionals, maar deze cursus is voornamelijk bedoeld het lerarenkorps in Nederland op peil te houden nu langzamerhand een nijpend tekort ontstaat om de niet aflatende stroom nieuwelingen de beginselen van het golf bij te brengen.

Joost Hage, leraar op Broekpolder waar hij gisteren met 32 boven par als 42ste eindigde op de Europese titelstrijd, onderkent de huidige problematiek en wijst op het model dat Zweden na successen in het tennis nu ook op het golf toepast. Financieel gesteund door het bedrijfsleven worden groepjes amateurs de wereld over gestuurd om ervaring in topevenementen op te doen. 'Als amateur speelde ik wel eens met die jongens die nu bijna allemaal zijn terug te vinden op de Europese ranglijst voor professionals. Wellicht is dit systeem nu nog moeilijk op Nederland toe te passen, maar dat neemt niet weg dat het niveau in Nederland nog behoorlijk kan stijgen.' Hage wijst op zijn ervaringen in de Verenigde Staten waar regelmatig workshops worden georganiseerd om kennis en ervaringen uit te wisselen. 'Het ontbreekt in Nederland aan structuur. Ook de opleiding voor leraren kan worden verbeterd als er specifieke draaiboeken komen en vooral wordt nagedacht over bijscholing. Er wil nu nog wel eens verwarring ontstaan voor de beoefenaar omdat leraren soms tegenstrijdige adviezen geven. De samenwerking ontbreekt nog, maar dat wil niet zeggen dat Nederland eigenlijk niet is geinteresseerd in een eigen Nick Faldo. Die hang naar een topspeler bestaat wel degelijk en wanneer die er eenmaal is dan krijgen we hier dezelfde effecten die Bernhard Langer in West-Duitsland heeft losgemaakt.'

Groei

Lawrence Thornton, naaste medewerker van de directeur van de Britse professionale golfassociatie (PGA), glimlacht ietwat meelijwekkend bij het aanhoren van de in zijn ogen nietige perikelen. 'Wij hebben inderdaad een zeer gezonde situatie. Weliswaar moeten er in Groot-Brittannie voor de eeuwwisseling zevenhonderd banen worden aangelegd willen we het hoofd kunnen bieden aan de bijna ongecontroleerde groei, maar wij hebben de situatie nog onder controle. De historie is daarvoor bepalend geweest. Thans beschikken wij over meer dan een miljoen leden die terecht kunnen op ruim 2500 banen. Natuurlijk kan de Engelse jeugd ook niet onmiddellijk lid worden van een club, maar er zijn genoeg openbare banen en bovendien behoort golf bijna tot de schoolopleiding. In een stad als Birmingham zijn alleen al veertien openbare accommodaties waar in de schoolvakanties iedereen terecht kan. 'Wie een groot speler wil worden, moet een harde concurrentiestrijd doorstaan, maar dan zijn er ook alle faciliteiten om hem bij te staan', vervolgt Thornton. 'Zoals mentale begeleiders en leraren die een zeer strenge opleiding moeten ondergaan, waarbij wij niet schuwen dat zij ook de schoenen van de clubleden dienen te poetsen. Dat klinkt als een anachronisme, maar de geschiedenis leert dat het helpt in de weg naar succes. Verder wil ik u niet ontmoedigen, maar Groot-Brittannie heeft in golf twintig jaar voorsprong op de rest van Europa en dat is nauwelijks meer in te halen.'