Discussie die zou moeten leiden tot duidelijke richtlijnen; En wat als de dokter Aids heeft?

In Amerika werd kort geleden het eerste geval bekendgemaakt van besmetting met AIDS door een werker in de gezondheidszorg. Het betreft een jonge vrouw die AIDS kreeg twee jaar nadat bij haar twee kiezen werden uitgetrokken. Door virustypering kon met grote mate van waarschijnlijkheid worden vastgesteld dat de besmetting tijdens de ingreep door de tandarts plaatshad. CNN berichtte hierover en het werd onmiddellijk voorpaginanieuws. De discussie over de positie van de HIV-seropositieve medewerker in de gezondheidszorg vlamde op in Amerika.

Voor ons land lijkt deze gebeurtenis een goede aanleiding voor een definitieve bezinning en positiekiezen waar het gaat om het probleem van de HIV-seropositieve medewerker in de gezondheidszorg een onderwerp dat tot op heden nauwelijks wordt besproken.

In Engeland kwam drie jaar geleden een hevige discussie op gang in de pers toen bekend werd dat artsen met AIDS doorgingen met werken. News of the World wilde namen en gegevens bekendmaken van twee artsen die voor behandeling van AIDS in een ziekenhuis waren opgenomen, wat door een gerechtelijk vonnis werd verijdeld. Een jaar lang werd door het blad, en later ook in The Times en door Today beide aan News of the World gelieerd actie gevoerd tegen het ministerie van gezondheid (DHSS) en de hoogste medische functionaris daarvan, Sir Donald Acheson. Vragen werden gesteld over het aantal artsen met AIDS en over de seksuele geaardheid van betrokkenen; tevens vroeg men of er gynaecologen met AIDS werkzaam waren. Het DHSS werd hypocrisie verweten bij de bescherming van de artsen, terwijl werd beweerd dat artsen elkaar de hand boven het hoofd hielden en er eigen wetten op nahouden.

De rust keerde pas terug na een uitspraak van het High Court inhoudende dat het algemeen belang niet gediend was met bekendmaking van de gegevens over de twee artsen. Aan de geruststelling droeg wellicht bij dat Sir Donald tijdens het proces de kans op besmetting door een seropositieve arts als 'slightly more than negligible' beschouwde. Tevens gaf hij artsen die ontdekken seropositief te zijn, de raad vertrouwelijk advies te zoeken over de stappen die ze zouden moeten nemen om hun patienten te beschermen.

Tegenzin

In Amerika probeerde men intussen binnen de Amerikaanse Medische Associatie (AMA) zelf de beste houding te vinden tegenover artsen met AIDS. Aanvankelijk was het de groeiende tegenzin van de Amerikaanse artsen om patienten met AIDS te behandelen die de Council on Ethical and Judicial Affairs van de AMA noopte een rapport uit te brengen waarin de artsen op hun ethische plicht tot hulpverlening aan AIDS-patienten werd gewezen. Het rapport bevatte tevens enige raadgevingen voor HIV-positieve artsen. Een arts die weet dat hij of zij seropositief is, mag geen handelingen verrichten die een risico van overdracht van de ziekte met zich meebrengen. Een arts die AIDS heeft of die seropositief is, dient met collega's te overleggen over de vraag tot welke activiteiten hij of zij zich zal beperken opdat risico voor de patient wordt uitgesloten.

Sinds de verschijning van het rapport in The Journal of the American Medical Association (JAMA) op 4 maart 1988 is de onrust blijven bestaan en het ziet er naar uit dat die onrust zelfs zal toenemen. De raadgevingen werden in een reactie in de JAMA immers als buitengewoon vaag aangemerkt en er werd om duidelijke richtlijnen gevraagd voor activiteiten welke achterwege moesten worden gelaten. De Council verwees bovendien naar de richtlijnen van de Centers of Disease Control (CDC), die evenmin houvast bieden.

De discussie kreeg een nieuwe wending toen in de JAMA van 13 oktober 1989 de resultaten werden gepubliceerd van een enquete onder een doorsnee van de bevolking boven de 18 jaar. Aan 2.000 mensen werd een reactie gevraagd over seropositiviteit van artsen. Uit de antwoorden bleek dat een op de drie mensen meende de ziekte te kunnen oplopen door een besmette arts. Van deze groep zou 85 procent een andere arts kiezen. Verder vond 60 procent dat een arts die operaties verricht en besmet blijkt, moet ophouden met werken; 45 procent vond dat dit ook gold voor de eigen huisarts. Tachtig procent van de ondervraagden was van mening dat seropositieve artsen hun seropositief-zijn aan hun patienten kenbaar moeten maken.

De uitslag van de enquete was aanleiding tot een redactioneel commentaar van de AMA. Naast de noodzaak van goede voorlichting werd van een paradox gesproken: enerzijds wordt van artsen verlangd dat zij patienten met AIDS helpen, anderzijds wordt van artsen die de ziekte oplopen verlangd dat zij hun werk opgeven. De AMA gaf als haar opvatting dat, als er geen risico voor de patient bestaat, de bekendmaking van het seropositief-zijn van de arts geen redelijk doel dient, waardoor de ethische plicht voor de arts vervalt om daarover informatie te geven. Die informatie zou tot onrust leiden bij de patienten en tot discriminatie van de arts, aangezien men naar is gebleken , ondanks duidelijke voorlichting, eerder emotioneel dan rationeel op het probleem AIDS reageert. Daarbij komt nog grote economische schade voor de arts, waarvoor vooralsnog geen oplossing voorhanden is.

Hoewel de AMA van artsen verwacht dat deze eerlijk met hun patienten omgaan, vindt zij dat antwoord op een vraag over seropositief-zijn kan worden geweigerd.

Mensenrechten

In ons land is tot op heden vrijwel geen discussie gevoerd over de positie van de seropositieve arts. Wellicht is dit ook niet nodig. Dit zou men althans kunnen afleiden uit het feit dat het in ons land mogelijk is zoals geschiedde in NRC Handelsblad in november 1989 een overlijdensaankondiging te plaatsen van een chirurg met de vermelding dat deze was gestorven aan AIDS. In Amerika echter voor de CNN-camera raapte de Republikeinse senator Dannemeyer uit Californie onlangs de draad van News of the World weer op in een discussie met een deskundige van de CDC naar aanleiding van het tandartsgeval. Naar zijn mening was het geen zaak meer van de gezondheidszorg maar van mensenrechten en wel van de rechten van de niet-besmetten. Hij achtte de tijd gekomen voor een uitspraak door de Senaat. Hoewel de deskundige van CDC erop wees dat de kans op besmetting bijzonder klein is en dat dit in tien jaar pas het eerste geval leek van besmetting door een arts, vond de senator dat alle artsen moeten worden getest en bij seropositiviteit moeten worden uitgesloten van hun werk.

De Herald Tribune schreef een week geleden dat er in Amerika meer dan 5.000 gezondheidswerkers met AIDS zijn, onder wie 144 tandartsen. Voor ons land zijn geen gegevens bekend. Wellicht zou het verstandig zijn om, als daarover gegevens bestaan, deze openbaar te maken zodat zicht op de situatie in Nederland kan worden verkregen. Voorlopig kan een arts wie door client of patient wordt gevraagd naar eventuele seropositieviteit, naar eigen inzicht antwoorden. Het lijkt tijd dat ook in ons land een discussie op gang komt die moet uitmonden in duidelijke richtlijnen.