VS verspillen zonder onbehagen energie

NEW YORK, 11 aug. Het is een klamme 25 graden in New York, maar Tamone McEachern, de receptioniste van uitgeverij Basic Books, heeft een trui aan. De air conditioning staat zo hoog dat ze het de hele dag koud heeft.

Naast haar staat Gloria Rivera, die verkouden is. 'Dat komt omdat ik de hele tijd van de warmte naar de kou overga, en omgekeerd.' Het verbruiken van energie heeft Amerikanen nooit veel moeite gekost. Niet uit spilzucht of luiheid, maar gewoon omdat het nooit anders is geweest. Dit is het land van overvloed zonder onbehagen.

In het American Harvest Cafe, aan de patio in het midden van Rockefeller Center, staat de air conditioning te loeien; de glazen deuren naar de patio staan wijd open.

Op Sixth Avenue bij 52nd Street, voor de deur van het effectenhuis Paine-Webber, staat een rij autos met chauffeur te wachten. Motoren draaien om de air conditioning aan te houden. Een willekeurige chauffeur benaderd. Het raampje gaat (elektrisch) naar beneden. Ijskoude lucht golft naar buiten; de motorkap daarentegen walmt hitte uit.

Hoe lang staat U al te wachten? 'Een half uur.' Met draaiende motor? 'Ja.'

Een beetje schaapachtig lachje. Hij heet Rob Burns, en hij zegt dat hij normaal niet zo lang de motor zou aanhouden. 'Alleen als het echt warm is.'

Hij is zich ervan bewust dat het verspillend is en zegt dat het misschien wel een goed idee zou zijn als de benzine wat duurder zou worden. Maar hij heeft er nooit over nagedacht hoeveel het nu eigenlijk kost om zo lang stil te staan met draaiende motor.

De gemeente New York heeft al tientallen jaren een lokaal wetje, dat zegt dat je niet langer dan drie minuten met draaiende motor mag stilstaan. Een paar weken geleden begon de politie die regel die iedereen allang was vergeten plotseling weer na te volgen. Niet om energiebesparing aan te moedigen: de politie wilde luchtverontreiniging beperken en het verkeer in de overvolle straten van Manhattan laten doorstromen.

Bovenstaande voorbeelden zijn niet de uitzondering, maar de regel. En energieverspilling is niet alleen aan de rijken voorbehouden. Op de hoek van 87th Street en Columbus Avenue bijvoorbeeld, een favoriet conferentie-oord voor Spaanssprekende Amerikanen, staan iedere middag auto's met draaiende motor langs het trottoir, terwijl de eigenaars rustig staan te kouten met vrienden.

De auto is natuurlijk de duidelijkste illustratie van Amerikaanse opvattingen over energie, en hoe die gebruikt moet worden. Niet de aantallen, want die zijn niet overdreven: 1,8 bewoners per auto, vergeleken met 2,9 in Nederland; dat is te verwachten want de afstanden zijn hier een stuk groter.

Nee, de soort auto is veel illustratiever. De Motor Vehicle Manufacturers Association meldt ons dat 86 procent van de nieuwe Amerikaanse auto's een automatische versnellingsbak heeft; 97 procent stuurbekrachtiging; 17 procent een achtcilinder motor, 35 procent een zespitter; 50 procent electrisch bediende ramen; en 90 procent air conditioning. Al deze zaken dienen het gemak en verhogen het benzineverbruik.

Maar wie denkt daar nu aan? Amerika is altijd gul geweest voor zijn bewoners, zo lang als het heeft bestaan: land, lucht, eten en drinken waren voor iedereen beschikbaar, en er was altijd genoeg over voor de nieuwkomers. Schaarste is de Amerikaan vreemd; Amerikaan zijn betekent alles binnen handbereik hebben. Hij kan een broodje halen om drie uur 's nachts, in een 24-uurs-supermarkt kiezen uit 25.000 artikelen, of een nieuwe auto in anderhalf uur kopen, meenemen en vervolgens volgooien met vijftig liter normaal voor een (post-Koeweitse) 30 gulden. Hij beschouwt dat niet als een recht dat verdedigd moet worden, zoals het dragen van wapens; hij denkt er niet eens over na.

Er zijn andere voorbeelden, behalve de auto. De lommerrijke 'suburbs' in het land lijken op zomerse zaterdagochtenden meer op race-circuits, door het geraas van de motor-grasmaaimachines. Een glas fris wordt in ieder restaurant of cafe, van Anchorage tot Key Largo, tot de nok gevuld met ijsblokjes, die aangemaakt worden in grote (electrisch aangedreven) ijsmachines. Frisdrankautomaten, die ijskoude blikjes Coca-Cola of Pepsi leveren, staan vaak in de brandende zon, niet in de schaduw. En in de winter worden de temperaturen omgedraaid: dan is het buiten in een stad als New York ijskoud, en binnen om te puffen. Warenhuizen als Macy's en Bloomingdales hebben warmtekanonnen onder de luifels gehangen, zodat de in winterjassen gehulde bezoekers meteen bij het binnenkomen worden bedwelmd door een wolk hitte.

Gloria Rivera van Basic Books vertelt dat haar nicht, die in een appartementengebouw in Queens woont, 365 dagen per jaar de ramen open heeft staan omdat haar huisbaas 's winters de kachel zo hoog opstookt. 'Ze kan midden in de winter in haar badpak door haar appartement lopen.'

Dit is normaal in New York: gebouwen die ouder zijn dan een jaar of twintig hebben zelden individuele warmteregeling.

Politici hebben de crisis in Koeweit gretig aangepakt om er op te wijzen dat Amerika een stuk minder afhankelijk zou zijn van het Midden-Oosten als het minder zou verbruiken. Het land importeert nu weer evenveel van zijn totale olieverbruik (25 procent) uit het Midden-Oosten als in 1972, vlak voor de eerste oliecrisis. Ook het Witte Huis haast zich om te vermelden dat president Bush al in december opdracht heeft gegeven om een nieuw 'nationaal energiebeleid' te formuleren. Die studie is helaas pas over een maanden af.

Maar alle tekenen wijzen er op dat de Amerikanen afstevenen op een nieuw energiebewustzijn. Het broeikaseffect, de overvolle vuilnisbelten, de economische vernedering door Japan: de Amerikaan is de laatste jaren onder de neus gewreven dat hij niet onkwetsbaar is en dat zelfs voor hem grenzen aan de groei bestaan. Een energiebeleid zal weer een stapje op de weg zijn naar de 'Europeanisering' van de Amerikaan: verstandiger, gematigder, een beetje cynischer, een paar illusies armer, de onschuld voorbij.