TOKIO

In 1983 verscheen er een merkwaardig boek, Low City, High City, dat een groot aantal aspecten van de geschiedenis van Tokio in de periode van 1867 tot 1924 zeer gedetailleerd behandelde. Begin- en eindpunt van dit tijdvak waren niet willekeurig gekozen: 1867 markeert de aanvang van de zogeheten Meiji-restauratie, die Japan van een achtergebleven eilandenrijk in een moderne, agressieve wereldmacht veranderde, en 1923 is het jaar waarin Tokio als gevolg van een zware aardbeving voor een groot deel werd verwoest. Edward Seidensticker, een Amerikaanse hoogleraar die vooral als vertaler van klassieke Japanse literatuur grote faam verwierf, noemde Tokio in Low City, High City 'the world's most consistently interesting city' een stelling die hij bijna driehonderd pagina's lang onderbouwde en zinspeelde in zijn voorwoord op de mogelijkheid dat hij nog eens een vervolgdeel zou schrijven.

Dat boek is er nu. Het heet Tokyo Rising en het bevat de geschiedenis van het moderne Tokio van de Grote Aardbeving af tot nu. De beschreven periode valt vrijwel geheel samen met de Showa-tijd, zoals de regering van keizer Hirohito naar Japans gebruik wordt genoemd, want ten tijde van de aardbeving trad Hirohito al op als regent voor zijn geesteszieke vader, die hij enkele jaren later, in 1926, als de Showa-keizer opvolgde; en toen Seidensticker de laatste hand aan zijn boek legde, lag de keizer op sterven.

Het is het tijdvak waarin Tokio tot tweemaal toe voor een belangrijk deel afbrandde in 1923 door de aardbeving, in 1945 als gevolg van de Amerikaanse bombardementen maar desondanks uitgroeide tot de op een (Mexico City) na grootste, of misschien wel de grootste stad ter wereld, een stad waar de onroerend-goedprijzen nu alleen nog in duizelingwekkende superlatieven zijn uit te drukken.

Om het complex aan ontwikkelingen dat tot dit resultaat heeft geleid, in beeld te brengen, gebruikt Seidensticker een formule die hij ook in zijn vorige boek toepaste. Met een verzameldrift die aan geobsedeerdheid moet grenzen, rijgt hij een bont en onafzienbaar snoer van feiten, gegevens, gebeurtenissen en anekdotes aaneen tot een rijk, veelal al te rijk geschakeerde kroniek van de stad.

Wat dat betreft is Tokyo Rising net zo'n merkwaardig werk als Low City, High City. Toen ik beide boeken met een tussentijd van een paar jaar las, werd ik door een raadselachtige tweeslachtigheid bevangen: irritatie en ongeloof over zo'n overdaad aan volmaakt vergeetbare weetjes en triviale details, gecombineerd met bewondering en fascinatie. Zou ik, als ik niet zelf in Tokio was geweest, ook maar enig belang in die stroom informatie stellen? Nee dus en ik las geboeid verder.

Want het heeft iets onweerstaanbaars, de bezetenheid waarmee Seidensticker zijn postzegelalbum presenteert. Het lijkt mij uit het oogpunt van de meeste westerse lezers een behoorlijk nutteloze mededeling dat de eerste automaten in Tokio in het jaar 1926 op twee met name genoemde stations werden geinstalleerd, maar als je weet dat tegenwoordig de hele stad is overwoekerd met batterijen automaten op iedere straathoek, automaten waaruit je, zoals Seidensticker schrijft, zelfs een teug frisse lucht kunt trekken, dan krijgt zo'n mededeling een toegevoegde waarde.

Dat je bij de huidige grondprijzen en wisselkoersen uit het bedrag dat alleen al de keizerlijke paleistuin in het centrum van Tokio bij verkoop zou opbrengen, de aankoop van de hele staat Californie kunt financieren, is al vaker beweerd, maar niets illustreert beter tot welke waanzinnige hoogte die grondprijzen zijn gestegen dan het volgende, door Seidensticker opgedoken verhaal.

Vouw het grootste bankbiljet dat Japan kent het biljet van tienduizend yen, op het ogenblik zo'n 125 gulden, maar nog niet lang geleden tegen de 150 gulden waard zo klein mogelijk op en laat het in de Ginza op de grond vallen. De waarde van het stukje grond dat erdoor wordt bedekt, is groter dan de waarde van het biljet.

Maar wat doet nu Edward Seidensticker? Hij gaat het narekenen. Een stijf opgevouwen biljet van tienduizend yen neemt hoogstens twee vierkante centimeter in beslag. Er gaan derhalve vijfduizend biljetten in (of op) een vierkante meter, waardoor volgens deze berekening een vierkante meter grond in de Ginza op ten minste vijftig miljoen yen komt en dat klopt niet want het laatste, aan S. bekende gegeven is dat het duurste stukje van deze duurste wijk in Tokio zo'n vierendertig miljoen yen moet kosten.

Zo'n boek is dat dus, Tokyo Rising, ruim driehonderdvijftig pagina's met register en voetnoten. Over een paar jaar ligt het net als zijn voorganger in de ramsj heel veel wetenswaardigheden die je lang niet allemaal wilde weten, voor weinig geld.